Trombosedienst

Onderzoek en controle van uw bloed

De Trombosedienst verzorgt de controle van uw bloed als u antistollingsmiddelen slikt. Regelmatige controle is noodzakelijk.

De Trombosedienst Drachten is onderdeel van het Medisch Laboratorium van Nij Smellinghe. Als uw arts u antistollingsmiddelen heeft voorgeschreven, is een regelmatige controle van uw bloed door de Trombosedienst noodzakelijk. In het bloed bepalen we de stollingstijd (INR). Aan de hand van de stollingstijd krijgt u een doseeradvies.

Route

Naar het ziekenhuis

Naar de Trombosedienst

Bloed laten prikken

U kunt voor bloedafname terecht op het Afnamelaboratorium van Nij Smellinghe of één van de priklocaties bij u in de buurt. Als u fysiek niet in staat bent naar de priklocaties te komen, kan uw arts een huisbezoek aanvragen. 

Opleiding Zelfmanagement

Sinds geruime tijd is het voor patiënten van de trombosedienst mogelijk om zelf de antistollingsbehandeling te regelen. Dit houdt in dat men zelf de stollingstijd van het bloed meet met behulp van een vingerprik en vervolgens zelf bepaalt hoeveel tabletten er ingenomen moeten worden.
 

Cursus
U volgt bij ons een cursus van 4 dagdelen (2x 2  uur en 2 x 1 uur). In deze cursus leert u bij uzelf bloed af te nemen met een vingerprik en de stollingstijd (de INR) te bepalen op het CoaguChek® apparaat m.b.v. meetstrips. Ook krijgt u uitgebreide informatie over de bloedstolling en hoe de antistollingsmedicijnen werken. Tot slot wordt u geleerd hoe u moet bepalen hoeveel tabletten u moet innemen ("doseren").

Begeleiding
Tijdens de cursus gaat u gedurende 2 x  6 weken onder begeleiding van de trombosedienst zelfmeten en vervolgens zelfdoseren. Elke week geeft u de gemeten INR of de INR en de voorgestelde dosering door aan de trombosedienst. Na deze 12 weken vindt er bij de trombosedienst een evaluatie plaats en wordt de kennis aan de hand van een toets besproken.

En daarna
Als alles in orde is en de training is afgerond, dan gaat u zelfstandig meten en doseren. Uitgangspunt is dat u wekelijks de INR controleert en de dosering vaststelt. Als het goed gaat, kunt u zich om de 2 weken controleren. Bij problemen kunt u altijd contact opnemen met de trombosedienst.
U blijft onder controle van de trombosedienst. Voor controle van het apparaat en uw meet- en priktechniek, het bespreken van uw INR-uitslagen en doseringen dient u, afhankelijk van hoe het gaat, elke 3-6 maanden naar de trombosedienst te komen. De meetstrips worden dan ook aan u verstrekt.

Alleen zelf meten
Ziet u tegen het zelfdoseren op, of vindt u dit teveel tijd kosten, dan bestaat ook de mogelijkheid om alleen zelf te meten. Het doseren laat u aan de trombosedienst over. U kunt later alsnog zelf leren doseren als u dat wilt. In dit geval bent u slechts 2 dagdelen op training.

Aanmelden
Als u zich aan wilt melden voor de training voor het zelfmeten en zelfdoseren, of alleen zelfmeten dan kunt u kontact opnemen met de trombosedienst.

Wachttijd
De wachttijd voor de cursus zelfmeten/doseren bedraagt momenteel 1 á 2 maanden. 

Orale antistollingsmedicijnen

Antistollingsmedicijnen noemen we in de volksmond ook wel bloedverdunners. Bij de stolling van het bloed speelt uw lever een grote rol. Uw lever maakt bepaalde stollingsfactoren aan met behulp van vitamine K die uw lever uit uw voeding haalt.
De antistollingsmedicijnen zijn een groep medicijnen die het gebruik van Vitamine K in de lever blokkeren, zodat de lever onvoldoende stollingsfactoren aan kan maken. Daardoor duurt het langer voordat uw bloed stolt.

Acenocoumarol en Fenprocoumon
In Nederland zijn er twee bloedverdunners op de markt: Acenocoumarol (Sintrom Mitis®) en Fenprocoumon (Marcoumar®). In het buitenland gebruiken ze vaak andere medicijnen. Als u in het buitenland op vakantie gaat, doet u er goed aan voldoende medicijnen mee te nemen. Het antistollingsmiddel dat u gebruikt, zou wel eens niet beschikbaar kunnen zijn in dat betreffende land.

Beide coumarines hebben dezelfde werking: ze verstoren de mogelijkheden van de lever om vitamine K te verwerken. Het verschil tussen deze medicijnen ligt  in hun werkingsduur: acenocoumarol (Sintrom Mitis®) heeft een korte werkingsduur (de helft van het medicijn is 11uur na inname al verdwenen) terwijl fenprocoumon (Marcoumar®) juist een heel lange werkingsduur heeft (het duurt 140 uur voor de helft van het medicijn is verdwenen).

Zelf uw stollingstijd meten

Als u onder behandeling bent bij de Trombosedienst kunt u ook zelf uw stollingstijd meten. Dat doet u via een vingerprik. U volgt daarvoor een cursus van vier dagdelen bij ons. In deze cursus leert u bij uzelf bloed af te nemen met een vingerprik en de stollingstijd te bepalen met behulp van meetstrips. Ook krijgt u uitgebreide informatie over de bloedstolling en hoe uw antistollingsmedicijnen werken. Tot slot leert u hoe u moet bepalen hoeveel tabletten u moet innemen (doseren).

Zelf aan de slag
Wanneer u de cursus heeft afgerond, gaat u zelfstandig meten en doseren. U controleert wekelijks uw stollingstijd. Bij problemen kunt u altijd contact opnemen met de Trombosedienst. U blijft wel onder controle bij de Trombosedienst. Daarom vragen we u elke drie tot zes maanden naar Nij Smellinghe te komen. U krijgt dan ook nieuwe meetstrips mee naar huis.

Aanmelden voor de cursus
Neem contact op met de Trombosedienst om u aan te melden voor de cursus.

Antistollingsmedicijnen in de praktijk

U bent wellicht benieuwd hoe uw bloedverdunners in de praktijk werken. Hierbij zetten we handige informatie voor u op een rijtje:

Werkingsduur verschilt per medicijn
Acenocoumarol en Fenprocoumon hebben dezelfde werking: ze verstoren de mogelijkheden van uw lever om vitamine K te verwerken. Het verschil tussen deze medicijnen ligt in hun werkingsduur: Acenocoumarol (Sintrom Mitis®) heeft een korte werkingsduur (de helft van het medicijn is 11 uur na inname al verdwenen) terwijl Fenprocoumon (Marcoumar®) juist een heel lange werkingsduur heeft (het duurt 140 uur voor de helft van het medicijn is verdwenen).

Het belang van een stabiele dosering
Voor uw antistollingsbehandeling is een redelijk stabiele dosering nodig. Dit houdt in dat u een min of meer constant schema van tabletten dient in te nemen. Uw antistolling verschilt wel wat van dag tot dag en van week tot week, maar globaal gezien zit er een bepaalde stabiliteit in.

Bij de Trombosedienst controleren we uw antistolling door de stollingstijd in uw bloed te meten. We brengen kleine wijzigingen aan in het voorgeschreven aantal tabletten om uw stollingstijd binnen de gewenste streefwaarden te houden. Een te hoge stollingstijd geeft meer kans op bloedingen, terwijl een te lage stollingstijd een hogere kans op trombose geeft.

Als u vergeten bent uw antistollingsmedicijnen in te nemen
Omdat er in uw dosering en in uw stollingstijd een bepaalde stabiliteit zit, is het per ongeluk vergeten van één dosis niet zo erg. De stollingstijd zal er wel wat door dalen, maar de stabiliteit herstelt zich vrij snel als u gewoon verder gaat met het innemen van het voorgeschreven aantal tabletten.

Bent u een dag vergeten om uw tabletten in te nemen, dan mag u niet zelf besluiten de vergeten tabletten alsnog in te nemen. Dit kan de stabiliteit nog verder verstoren. Bovendien kan het nemen van de vergeten tabletten boven op de reguliere dosis leiden tot een sterk verhoogde stollingstijd! Neem daarom nooit de vergeten tabletten de volgende dag extra in, maar ga gewoon door met uw schema.

Langdurig stoppen van antistollingsmedicijnen
Wanneer u uw medicatie langer dan één dag niet heeft ingenomen, moet u de Trombosedienst inlichten. Dan moeten we de dosering waarschijnlijk aanpassen.

Het belang van de streefwaarde
Het is belangrijk dat uw stollingstijd binnen de gewenste streefwaarden blijft, zodat uw behandeling efficiënt is, zonder dat de kans op bloedingscomplicaties te groot is. Stabiliteit is hierbij van groot belang. Het is dan ook belangrijk de antistollingsmedicijnen goed in te nemen. Een dagje vergeten is spijtig, maar misschien onvermijdelijk. Meerdere dagen vergeten, mag niet gebeuren!

Informatie & adviezen antistollingsmiddelengebruik

Deze adviezen staan ook op de achterzijde van de doseringskalender.

  1. Nauwkeurigheid
    a. Neem de antistollingstabletten ‘s avonds bij het eten in en kruis dit vervolgens af op de doseringskalender
    b. Houd u nauwkeurig aan het voorgeschreven aantal tabletten, zoals aangegeven op de doseringskalender
  2. Vergeten
    Als u de tabletten 1 dag vergeten bent in te nemen, meld dit dan bij de volgende controle aan de verpleegkundige van de Trombosedienst. Neem nooit de vergeten tabletten de volgende dag extra in. Ga de volgende dag gewoon door met de voorgeschreven aantal tabletten.
  3. Doorgeven van informatie aan de artsen
    Geef steeds door aan de huisarts, tandarts of specialist dat u antistollingsmiddelen gebruikt als:
    -U andere medicijnen voorgeschreven krijgt
    -U met andere medicijnen mag stoppen
    -U een operatie of een andere ingreep of onderzoek moet ondergaan
    -U tanden of kiezen moet laten trekken
    -U opgenomen wordt in een ziekenhuis
  4. Doorgeven van informatie aan de Trombosedienst
    Omgekeerd geldt ook dat u veranderingen zoals genoemd bij punt 3 ook aan ons doorgeeft. 
  5. Bloedingen
    Bij ongevallen, grote blauwe plekken, donkerrode urine, zwarte ontlasting of andere bloedingen kunt u contact opnemen met uw huisarts. Meld dit ook aan de Trombosedienst.
  6. Pijnstillers
    Neem geen Aspirine , of andere pijnstillers die "aspirine" bevatten. Pijnstillers die u wel mag nemen, zijn Paracetamol, Panadol, Hedex, Saridon en Witte Kruispoeders.
  7. Alcohol
    Het gebruik van alcohol is niet verboden. Matig alcoholgebruik heeft geen invloed op het effect van de antistollingsmiddelen.
  8. Openingstijden
    Houd u aan de openingstijden van de prikplaatsen! Buiten deze openingstijden kunnen we u niet helpen, met uitzondering van noodsituaties.
  9. Privacy
    Wanneer u iets "onder vier ogen" wilt bespreken, meld dit dan aan de medewerker van de Trombosedienst. In overleg zullen we een goede oplossing vinden.
  10. Einde behandeling
    Wanneer u van uw behandelend arts mag stoppen met de antistollingstabletten, vraag dan om een schriftelijke bevestiging hiervan en neem deze mee bij de laatste controle bij de Trombosedienst.
  11. Wijzigingen
    Geef wijzigingen in adres, telefoonnummer en zorgverzekering tijdig door aan de medewerkers van de Trombosedienst.
  12. Patiëntennummer en geboortedatum doorgeven
    We kunnen u sneller en beter helpen wanneer we uw patiëntnummer weten. We kunnen uw dossier dan oproepen in de computer. Dit patiëntnummer staat op de voorzijde van uw doseringskalender in het rood omcirkelde vak. Noteer dit nummer op een plek waar u het eenvoudig kunt vinden.
  13. Bereikbaarheid
    Na 16.30 uur en in het weekend is de Trombosedienst alleen voor spoedgevallen bereikbaar. Via het algemene telefoonnummer 0512 588 766 kunt u een boodschap inspreken als u geen doseringskalender heeft ontvangen of een andere vraag wilt stellen. We bellen u dan zo spoedig mogelijk terug. Voor artsen en apotheken is er altijd een doseerarts van de Trombosedienst bereikbaar.
  14. Vakantie
    Als u op vakantie naar het buitenland gaat, neem dan voldoende antistollingsmedicijnen mee. In veel landen gebruiken ze andere antistollingsmiddelen en is het onmogelijk om Acenocoumarol (Sintrom Mitis) of Fenprocoumon (Marcoumar) te krijgen. 

Federatie Nederlandse Trombosediensten

De Federatie van Nederlandse Trombosediensten (FNT) is de koepelorganisatie van de Nederlandse Trombosediensten. Het doel van de FNT is het bevorderen van de kwaliteit van de antistollingsbehandeling.

De Federatie van Nederlandse Trombosediensten is gelieerd aan de Trombosestichting Nederland (TSN). Deze stichting stimuleert en financiert medisch wetenschappelijk onderzoek op het gebied van trombose.

Federatie van Nederlandse Trombosediensten
Postbus 100
2250 AC Voorschoten
071-5617776
Faxnummer: 071-5618008
e-mail: fnt@fnt.nl
www.fnt.nl

Veelgestelde vragen

  • Heeft u een algemene vraag over uw ziekenhuisbezoek?

    Voor algemene veelgestelde vragen over uw ziekenhuisbezoek klikt u hier.