Juist bij een opname in het ziekenhuis is bezoek van naasten fijn. Als afleiding, om zorgen te delen en om samen te zijn. Door de coronacrisis kunnen patiënten die opgenomen zijn in het ziekenhuis minder of zelfs geen bezoek ontvangen. Bij patiënten met (verdenking op) het coronavirus is bezoek helaas niet toegestaan.
Gelukkig zijn er veel patiënten die zelf met een mobiele telefoon kunnen beeldbellen. Voor de anderen heeft ziekenhuis Nij Smellinghe nu iPads gereedgemaakt voor beeldbellen. Zo kunnen zij toch hun naasten zien en spreken. “Echt bezoek is natuurlijk het mooist. Maar ook als dat niet kan, willen we graag dat mensen zich niet alleen voelen. Wij zijn daarom blij met deze mogelijkheid”, aldus Jannie Kootstra, teammanager van twee verpleegafdelingen.
Op de verpleegafdelingen kunnen patiënten, eventueel met hulp, zelf beeldbellen. Op de Intensive Care bellen zorgverleners voor de patiënt het thuisfront met BeterDichtbij. Ook voor medewerkers is dit een fijne oplossing. IC-verpleegkundige Ans Veenstra: “Bij een opname op de Intensive Care is de begeleiding van familieleden erg belangrijk. Normaal is dat echt onderdeel van ons werk. Fijn dat we op deze manier ook hen toch goed kunnen betrekken.”
Laatste nieuws
-
28 jul 2026
Drie jaar eerder van het gas af dankzij nieuwe warmtebatterij
-
27 jul 2026
De patiëntenrol - Column OK-verpleegkundige Fokkeliene Monderman
-
16 jul 2026
Medisch analist Rixt Dijkstra: “Ik heb een enorm leuke en gevarieerde baan”
-
15 jul 2026
Patiënt fit voorbereid een operatie in: Hanze-studenten leren tijdens keuzemodule bij Nij Smellinghe het belang van prehabilitatie
-
09 jul 2026
Scholing neurorevalidatie
-
08 jul 2026
Mantelzorg: Zorgen voor anderen én zorgen voor jezelf
-
08 jul 2026
Verhuizing polikliniek Vaatchirurgie
-
07 jul 2026
Kraamcentrum Noord in Nij Smellinghe biedt oplossing voor tekort aan kraamzorg in de zomerperiode
-
06 jul 2026
Cijfers 2025 Nij Smellinghe gepubliceerd op Ziekenhuischeck.nl
-
06 jul 2026
‘Het was geweldig om met gelijkgestemden samen te leren en te wonen’