Inhoudsopgave
In het kort
Een sonde in je neus
Je krijgt een sonde in je neus. Dat is een slangetje dat helpt bij eten en drinken. Dit gebeurt in het ziekenhuis. Je papa of mama is bij je om je te helpen.
Waarom krijg je een sonde?
Soms lukt eten of drinken niet goed. Bijvoorbeeld als je vaak moet spugen, geen trek hebt of medicijnen niet kunt slikken. De sonde helpt je hierbij. Door de sonde komen je eten, drinken of medicijnen in je buik.
De sonde inbrengen
Eerst meten
De verpleegkundige kijkt hoe lang de sonde moet zijn. Dat doen we door te meten hoe lang je bent.
Rustig ademen helpt
Terwijl de verpleegkundige de sonde inbrengt, kun jij samen met je papa of mama rustig in- en uitademen. Dit helpt om rustig te blijven. Adem diep in door je neus en blaas rustig uit door je mond. Zo gaat het makkelijker!
Welk neusgat kies jij?
De sonde kan in je rechter- of linkerneusgat. Je mag zelf kiezen! Soms lukt het niet, dan kiest de verpleegkundige voor de andere kant.
Een slokje water helpt
Als de sonde in je neus gaat, mag je een slokje water drinken. De verpleegkundige zegt wanneer. Door te slikken glijdt de sonde makkelijker naar je maag. Dat helpt!
Alles goed? Even checken!
De verpleegkundige controleert of de sonde goed zit. Dit doen we door met een spuitje een klein beetje vocht uit je maag door de sonde omhoog te halen.
Medicijnen door de sonde
De verpleegkundige kan jou door de sonde medicijnen geven.
Sondevoedingspomp
Soms wordt je sonde aangesloten op een sondevoedingspomp. Deze pomp zorgt ervoor dat je steeds kleine beetjes door de sonde krijgt. Zo krijg je precies genoeg. De pomp hangt aan een standaard.
Je bent klaar!
Nu kan je via de sonde eten, drinken of medicijnen krijgen. Je kunt gewoon praten en spelen. Goed gedaan!