Spring naar inhoud

Medicatie bij dementie

Medicatie bij dementie

U of uw naaste heeft de diagnose dementie gekregen. Helaas is er nog geen medicijn dat dementie kan genezen. Wel bestaan er medicijnen die de ziekte mogelijk iets kunnen vertragen of verschijnselen kunnen verminderen. Deze medicijnen werken alleen bij bepaalde vormen van dementie, zoals de ziekte van Alzheimer, Lewy Body dementie en Parkinson dementie. De medicijnen heten cholinesteraseremmers. Deze folder gaat over twee soorten van deze cholinesteraseremmers: galantamine en rivastigmine. Of en hoe goed de medicijnen werken verschilt per persoon. Bij ongeveer één op de tien gebruikers is er merkbaar effect. Dit effect is geen verbetering, maar vertraagt de achteruitgang van hersenfuncties. Bij een (ver)gevorderde vorm van dementie wordt er geen medicatie voorgeschreven omdat de medicatie dan niet meer werkzaam is.

Werking cholinesteraseremmers (galantamine en rivastigmine)


Cholinesteraseremmers remmen de afbraak van acetylcholine. Acetylcholine is een van de neurotransmitters in de hersenen. Neurotransmitters zorgen ervoor dat de hersendelen met elkaar in contact staan en boodschappen overdragen. Indien er een tekort is aan neurotransmitters ontstaan er problemen met de hersenfuncties. Bij enkele vormen van dementie lijkt er een tekort te zijn aan acetylcholine. Doordat galantamine en rivastigmine de afbraak van acetylcholine remmen, stijgt de hoeveelheid acetylcholine. Hierdoor kunnen de hersencellen zo optimaal mogelijk blijven werken.
 

Effect


Het effect van de medicatie is het afvlakken van cognitieve achteruitgang, ofwel het vertragen van de achteruitgang van de hersenfuncties. Hierbij is dus geen verbetering in de hersenfuncties te bemerken.


Bijwerkingen


Hieronder staan de meest voorkomende bijwerkingen per medicijn beschreven.

Galantamine

Soms: misselijkheid, braken, buikpijn, diarree en een opgeblazen gevoel.

Zelden: verminderde eetlust, gewichtsverlies, duizeligheid (met meer kans op flauwvallen), psychische klachten (zoals depressiviteit en hallucinaties), slaperigheid, hoofdpijn, vermoeidheid, slap gevoel, trillen en beven, spierkrampen, spierzwakte, hartritmestoornissen en een te hoge bloeddruk. Indien u de ziekte van Parkinson hebt, kunnen uw klachten tijdelijk verergeren.


Rivastigmine

Regelmatig: misselijkheid of andere maagdarmklachten zoals braken en diarree.

Soms: verminderde eetlust en gewichtsverlies, duizeligheid (met meer kans op flauwvallen)

Zelden: psychische klachten (zoals verwardheid, hallucinaties, angst, depressiviteit, opgewonden gevoel en prikkelbaarheid), slaperigheid, vermoeidheid, hoofdpijn, overmatig zweten, trillen en beven, blaasontsteking en urine-incontinentie (moeite de plas op te houden). Indien u de ziekte van Parkinson hebt kunnen uw klachten tijdelijk verergeren.

Op de laatste bladzijde van de folder vindt u contactinformatie van de poli geriatrie. Zo kunt u contact opnemen in het geval van bijwerkingen.
 

Gebruikswijze


De medicatie wordt voorgeschreven bij dementie. Dit betekent dat u of uw naaste mogelijk niet goed in staat is zelf de medicatie te beheren en op de juiste tijd in te nemen. Om die reden is het verstandig dat de naaste of de thuiszorg toezicht houdt op de medicatie-inname.

Galantamine


Galantamine wordt in een opbouwschema voorgeschreven. De startdosering is een keer per dag 8 mg. Deze neemt u gedurende vier weken, indien u dit goed verdraagt wordt de dosering verhoogd naar 16 mg per dag. Dit neemt u weer vier weken, indien u dit goed verdraagt wordt de dosering verhoogd naar 24 mg per dag en blijft deze dosering gehandhaafd. Wanneer 24 mg per dag niet verdragen wordt, blijft de dosering op 16 mg per dag. U kunt de tabletten innemen bij het eten, bij voorkeur in de ochtend.

Tijdens de opbouwfase wordt u rondom elke verhoging gebeld door de geriatrieverpleegkundige die u zal vragen of u last heeft van bijwerkingen. Een half jaar en een jaar na start van de medicatie heeft u een afspraak op de polikliniek geriatrie met de geriatrieverpleegkundige onder begeleiding van de geriater.


Rivastigmine (capsule)


Rivastigmine wordt in een opbouwschema voorgeschreven. De start dosering is twee keer per dag 1,5 mg. De capsule neemt in bij het eten. U neemt de startdosering gedurende vier weken, indien u dit goed verdraagt wordt de dosering verhoogd naar twee keer per dag 3 mg. Dit neemt u wederom vier weken, indien u dit goed verdraagt wordt de dosering verhoogd naar twee keer per dag 4,5 mg. Dit neemt u opnieuw vier weken, indien u dit goed verdraagt wordt de dosering verhoogd naar twee keer per dag 6mg. Dit is de uiteindelijke dosering.

Tijdens de opbouwfase wordt u rondom elke verhoging gebeld door een geriatrieverpleegkundige die u zal vragen of last heeft van bijwerkingen. Een half jaar en een jaar na start van de medicatie heeft u een afspraak op de polikliniek geriatrie met de geriatrieverpleegkundige onder begeleiding van de geriater.
 

Rivastigmine (pleister)


Rivastigminepleisters wordt in een opbouwschema voorgeschreven. De pleister zorgt ervoor de rivastigmine door het lichaam wordt opgenomen via de huid. De pleister werkt 24 uur dus elke dag moet er een nieuwe pleister geplakt worden. De startdosering is 4,6mg. Na vier weken wordt de dosering verhoogd naar 9,5 mg. Omdat uw huid geïrriteerd kan raken door de pleister is het van belang dat de pleister iedere dag op een andere plak wordt geplakt. Daarom krijgt u een plakschema. Deze zorgt ervoor dat u de pleister niet binnen twee weken weer op dezelfde plek plakt. Na twee weken is uw huid namelijk weer hersteld en kan deze op dezelfde plek geplakt worden. Als u toch huidklachten of jeuk krijgt, kunt u contact opnemen met de geriatrieverpleegkundige.


Aandachtpunten bij het gebruik van de pleisters:

Plak de pleister op een plek op het lichaam vrij van wonden, uitslag of irritatie. Zorg dat de huid school, droog en onbehaard is.

Wissel de pleister iedere dag rond hetzelfde tijdstip. Belangrijk is dat de oude pleister verwijderd dient te worden. 

Houd de huid strak bij het verwijderen van de pleister. Was uw handen met water en zeep na het plakken. Raak uw ogen niet aan voordat u uw handen heeft gewassen.

Tijdens de opbouwfase wordt u rondom de verhoging gebeld door een geriatrieverpleegkundige die zal vragen of u last heeft van bijwerkingen. Een half jaar en een jaar na start van de medicatie heeft u een afspraak op de polikliniek geriatrie met de geriatrieverpleegkundige onder begeleiding van de geriater.
 

Meer informatie over dementie en de behandeling kunt u vinden op de website van Alzheimer Nederland (www.alzheimer-nederland.nl).


Contact


Polikliniek Klinische Geriatrie
Telefonisch bereikbaar: maandag tot en met vrijdag van 8.00 – 16.30 uur.
Telefoon: (0512) 58 83 17
E-mail: geriatrieinfo@nijsmellinghe.nl

Download PDF