Spring naar inhoud

Tien dagen tussen hoop en vrees

‘Door alle goede zorg heb ik echt een tweede kans gekregen’

In Nij Smellinghe is het leven voortdurend in beweging. Dagelijks lopen patiënten, bezoekers, medewerkers en vrijwilligers door de gangen, ieder met een eigen verhaal. Voor de een is het ziekenhuis een werkplek, voor de ander een plek van zorg en herstel. Soms begint hier het leven, soms eindigt het. In deze verhalenreeks delen we bijzondere herinneringen waarin Nij Smellinghe een rol speelt. Zoals in die van de 43-jarige Daphne en de 57-jarige Peter Sterckx uit Jubbega. Peter gaf de artsen in 2018 toestemming om Daphne in coma te brengen.

Acht jaar later weet Peter dat moment nog precies. Daphne was ernstig ziek, haar lichaam kon de bloedvergiftiging die ze had opgelopen niet meer aan. De artsen van Nij Smellinghe wilden haar in coma brengen. Voor Daphne verdwenen daarmee tien dagen uit haar leven. Voor Peter begonnen dagen vol onzekerheid. “Je moet erin mee, want je hebt geen andere keuze”, vertelt hij aan de eettafel waaraan ook Daphne en dochter Charlotte (16) zitten. “Maar je weet niet hoe iemand uit zo’n coma komt en of iemand er goed uitkomt.”

Het gebeurde in een jaar waarin Daphne en Peter juist aan een nieuw hoofdstuk waren begonnen. Ze waren in mei vanuit België, het vaderland van Peter, teruggekeerd naar Nederland. Ze streken neer in Friesland waar familie van Daphne woont. Ze hadden het hier fijn, maar een paar maanden later zag hun leven er compleet anders uit.

Van het ene op het andere moment

Het ging voor de eerste keer mis eind juli. Daphne zat thuis op de bank toen ze plotseling dubbel begon te zien. “Mijn moeder en Peter kwamen binnen en ik voelde me heel raar”, herinnert ze zich. “Peter keek naar me en zei: ‘Je kijkt scheel.’ Eén oog begon weg te draaien.” Daphne werd met de ambulance naar Nij Smellinghe gebracht. Daar bleek dat ze een klein herseninfarct had gehad.

Voor Daphne ging die eerste opname grotendeels langs haar heen. “Ik liet alles maar gebeuren. Ik voelde me lichamelijk niet lekker en deed wat er van mij werd gevraagd.” Peter beleefde het anders. “Je wordt ineens meegesleurd in onderzoeken en ondertussen zit je met allerlei vragen. Wat is er aan de hand? Komt het weer goed?”

Na drie dagen keerde Daphne zonder blijvende schade naar huis. Het gewone leven werd opgepakt, maar goed voelde ze zich niet. Onderzoeken brachten meerdere cystes in haar buik aan het licht, waarvan de grootste ongeveer het formaat van een tennisbal had.

‘Dit voelt niet goed’

Een paar maanden later, in oktober, voelde Daphne opnieuw dat er iets niet klopte. “Ik zei: ‘Ik voel me niet goed, ik ga in bed liggen.’ Eenmaal in bed kreeg ik steeds het gevoel alsof ik viel, zoals je dat kan voelen als je net in slaap valt. Toen wist ik: dit is echt niet goed.” Weer werd Daphne met de ambulance naar Nij Smellinghe gebracht.

In eerste instantie leek haar toestand zich te stabiliseren. Peter kwam naar het ziekenhuis en zag Daphne op haar kamer televisie kijken. “Ze zei dat het goed ging. Op zo’n moment denk je: misschien valt het mee.” Ze zou waarschijnlijk de volgende dag weer naar huis mogen, maar midden in de nacht ging bij Peter de telefoon. Daphne was naar de intensive care gebracht en hij moest zo snel mogelijk komen. “Dan word je met beide voeten op de grond gezet.”

Een grote cyste in Daphnes buik was gaan lekken, waardoor ze een ernstige bloedvergiftiging had opgelopen. Haar lichaam kon het niet meer aan. Om haar de kans te geven te herstellen, wilden de artsen haar in coma brengen. Peter moest toestemming geven. “Je hoort wat ze zeggen en natuurlijk stem je ermee in. Wat moet je anders? Maar ondertussen weet je dat het heel ernstig is.”

Tien dagen in coma

Voor Peter begonnen tien dagen van wachten en hopen. Ondertussen was hij er voor hun zoon en dochter. “Ik wilde de kinderen beschermen tegen wat er allemaal op de intensive care gebeurde. Daar liggen ook mensen die overlijden. Zelf ga je iedere keer weer naar dat bed toe en probeer je sterk te blijven.”

Ik was er echt niet meer, ik leefde in mijn eigen droomwereld.

Na tien dagen vonden de artsen Daphnes toestand goed genoeg om haar langzaam uit de coma te halen. Peter was erbij. “Die blik toen ze wakker werd, kan ik nog zo voor me halen. Je weet niet wat er gaat gebeuren. Is ze er weer? Hoe komt ze hieruit?”

Voor Daphne was wakker worden vooral verwarrend. Door de medicatie liepen werkelijkheid en dromen door elkaar. “Ik dacht dat ik in een ander land zat. Op een gegeven moment dacht ik zelfs dat ik op vakantie in Japan was. Een andere keer lag ik voor mijn gevoel in een soort tentenkamp. Het was allemaal levensecht.”

“Door de beademingsbuis werd ze onrustig en probeerde ze van alles los te trekken. Daarom moest ze worden vastgemaakt aan het bed”, vertelt Peter. Daphne kijkt haar man verbaasd aan. “Dit wist ik helemaal niet. Had ik daardoor die plekken om mijn polsen en enkels?” Peter knikt. “We moesten voorkomen dat je jezelf iets aandeed.” Daphne wordt emotioneel. “Het is heel bijzonder dat ik toch elke keer weer iets nieuws hoor. Ik was er namelijk echt niet meer. Ik leefde in mijn eigen droomwereld.”

Opnieuw leren vertrouwen

Na tien dagen in coma was Daphne veel spierkracht kwijtgeraakt. “Ik kon niet meer staan en was bang om te vallen. Een verpleegkundige zei op een gegeven moment dat ik zelf vanuit mijn bed moest overstappen. Ik dacht: dat kan ik helemaal niet. Maar ze bleef me stimuleren en uiteindelijk lukte het.”

Een andere verpleegkundige is haar om een heel andere reden bijgebleven. “Ze had opvallend gekleurd haar en ik heb me maandenlang afgevraagd of zij echt bestond of dat ik haar had gedroomd.” Toen Daphne en Peter enkele maanden later terugkeerden naar de intensive care om vragen te stellen, bleek dat ze echt bestond. “Veel van wat ik me herinnerde, bleek een droom te zijn, maar zij dus niet. Ik heb ontzettend veel steun aan haar gehad.”

Daphne mocht op 3 november naar huis. Haar herstel was nog lang niet voorbij en ze moest haar leefstijl drastisch aanpassen. Peter deed mee. “We rookten allebei, maar daar zijn we van het ene op het andere moment mee gestopt”, vertelt Daphne. Ze loopt naar een kast en komt terug met een pakje sigaretten. “Deze had ik nog gekocht nadat ik het ziekenhuis uitging. Maar een arts zei: ‘Als je hier niet terug wilt komen, moet je stoppen.’ Sindsdien heb ik geen sigaret of alcohol meer aangeraakt.”

‘Ik zag een andere Peter’

De gebeurtenissen lieten ook mentaal hun sporen na. Daphne kreeg EMDR, een traumabehandeling die helpt om ingrijpende ervaringen te verwerken. Bij Peter bleef de angst eveneens zitten. “Als Daphne moe was, kon haar oog nog weleens wat wegtrekken. Dan schrok ik meteen. Je denkt toch: daar gaan we weer.”

Daphne zag ondertussen een andere kant van haar man. “Ik zag een andere Peter. Hij heeft in die periode veel meer gedragen dan hij zelf laat zien. Voor hem is het misschien nog wel heftiger geweest dan voor mij, want ik heb tien dagen van het ergste helemaal niets meegemaakt.”

.

Ook het vertrouwen in haar lichaam moest terugkomen. Daphne durfde lange tijd niet alleen de honden uit te laten en zelfs een klein hoogteverschil tijdens het wandelen kon haar onzeker maken. “Je bent uit het ziekenhuis, maar daarmee ben je nog niet hersteld. Ik moest mijn lichaam echt opnieuw leren vertrouwen.”

Een tweede kans

Inmiddels staat Daphne anders in het leven. Tijdens haar herstel begon ze haar eigen nagels te doen om iets om handen te hebben. Toen anderen enthousiast reageerden, besloot ze een opleiding te volgen. Wat klein begon, groeide uit tot haar eigen nagelstudio, die ze onlangs opende in de achtertuin. “Peter heeft de studio zelf gemaakt”, vertelt ze met trots.

“Voor mijn coma was ik kapper, maar na mijn coma kon ik dat lichamelijk niet meer aan. Ik vind het heerlijk om nu met mijn nagelstudio weer bezig te zijn en contact te hebben met andere mensen.” Daphne is inmiddels op masterniveau opgeleid en won al meerdere prijzen. “In mijn gedrag ben ik veel rustiger geworden. Vroeger moest thuis alles picobello aan de kant zijn. Peter zei dan: ‘Je huis is geen toonzaal, je moet ook leven.’ Nu begrijp ik dat veel beter.”

Peter kijkt sinds 2018 nog nuchterder naar bepaalde dingen. Als defensiemedewerker heeft hij in zijn leven al veel gezien, maar dit kwam voor hem wel heel dichtbij. “Soms zie ik mensen zich ergens ontzettend druk over maken en dan denk ik: waar ben je mee bezig? Los het op en ga weer verder.” Daphne knikt. “Wat er ook gebeurt, de wereld staat niet stil. Wij hebben samen nog een kans gekregen in het leven en proberen vooral positief te zijn.”

Acht jaar later herinneren ze zich ook de manier waarop ze in Nij Smellinghe zijn opgevangen. “Natuurlijk ben ik ontzettend dankbaar voor alle goede medische zorg, want daardoor ben ik er nog”, zegt Daphne. “Maar in dit ziekenhuis worden mensen echt als mensen behandeld. Dat hebben wij allebei zo ervaren. Blijf dat vooral doen en wees daar trots op.”

Daphne met haar gezin
Daphne met haar gezin