Plas- en poeppoli

Plas- en poeppoli

Hulp bij plas- en/of poepproblemen

Heeft uw kind last van plas- en/of poepproblemen? Dan bent u van harte welkom op de Plas- en Poeppoli. Kinderen kunnen heel veel verschillende plas- of poepproblemen hebben. Soms hebben die klachten met zindelijkheid te maken, maar meestal niet. Op de Plas- en Poeppoli werken twee kinderurotherapeuten, die u en uw kind helpen om de problemen op te lossen of te minimaliseren. Voor verwijzing naar de Plas-en Poeppoli is een verwijsbrief van de huisarts of de GGD-arts nodig.

Plasproblemen

Kinderen met plasklachten (eventueel gepaard gaand met terugkerende blaasontstekingen) hebben regelmatig ongewild urineverlies. Dit noemen we incontinentie, met als gevolg natte plekken in de (onder)broek. Er zijn ook kinderen die niet nat zijn maar wel héél vaak moeten plassen. Daarnaast zijn er ook kinderen die alleen ’s nachts nat zijn, de zogenaamde bedplassers. Ook komt het regelmatig voor dat er sprake is van een combinatie van plasklachten overdag én ’s nachts.

Poepproblemen

Veel kinderen hebben obstipatieklachten (verstopping). Soms is die obstipatie erg hardnekkig. Uw kind kan er ook veel klachten door hebben; buikpijn, hoofdpijn, vermoeidheid of minder zin in eten. Ze hebben ook vaak vieze broeken. Door de verstopping is de meeste ontlasting erg hard waardoor het poepen ook zeer gaat doen. Sommige kinderen stellen het daarom (onbewust) uit, waardoor de klachten alleen nog maar toenemen.

Plas- én poepproblemen

Plasproblemen en poepproblemen (verstopping) hebben invloed op elkaar. Het één lokt het ander soms uit. Daarom heeft de kinderurotherapeut tijdens een afspraak over plasproblemen ook aandacht voor het poepen én omgekeerd.

De eerste afspraak

Uw kind heeft de eerste keer een afspraak met een van de kinderartsen. Die beoordeelt en onderzoekt uw kind en brengt het probleem nauwkeurig in kaart. Zo nodig verwijst hij of zij uw kind door naar de kinderurotherapeuten voor een training. Ook gedurende de trainingsperiode blijven de kinderartsen nauw bij de behandeling betrokken.

Training op de Plas- en Poeppoli.

De kinderurotherapeuten geven grotendeels deze training. Ze werken hiervoor samen met de kinderartsen. In sommige gevallen betrekken we ook de uroloog, kinderfysiotherapeut of kinderpsycholoog bij de behandeling.

Bij sommige trainingen is het gebruik van bepaalde medicatie zinvol. Als dit nodig is, bespreken de kinderartsen en kinderurotherapeuten dit met u.

De training op de Plas- en Poeppoli duurt enkele maanden tot een jaar, in sommige gevallen langer. De behandeling bestaat uit meerdere bezoeken aan de Plas- en Poeppoli en telefonische afspraken. Tijdens deze afspraken bespreken we met u het verloop, de resultaten en het vervolg van de training.

Uroflowmeter

Als uw kind plasklachten heeft, vraagt de kinderurotherapeut aan uw kind om een plas te doen op een speciale wc, de uroflowmeter. De uroflowmeter (dat is een soort plascomputer) kijkt hoe uw kind plast en geeft bijvoorbeeld aan of uw kind plast met een krachtige straal, druppelsgewijs of met pauzes. Direct daarna kijken we met een scanapparaat en een beetje gel op de buik of alles goed is uitgeplast. Beide onderzoeken duren slechts enkele minuten en zijn niet pijnlijk.

Trainingsopdrachten
Voor alle trainingen geldt dat uw kind opdrachten mee naar huis krijgt. Zo kan uw kind thuis goed aan de slag met het probleem. De kans op succes is het grootst als uw kind gemotiveerd is en zelf ook echt van zijn/haar probleem wil afkomen.

Tot slot

De Plas- en Poeppoli is bedoeld voor kinderen in de leeftijdscategorie van 4-17 jaar oud. In uitzonderingsgevallen behandelen we  ook 3-jarigen  als er sprake is van niet durven poepen op de wc of pijn bij het poepen.