Inleiding

Nu er een dierbare overleden is, wordt u geconfronteerd met de vraag of er onderzoek mag worden uitgevoerd op het lichaam. Een dergelijk onderzoek wordt meestal obductie genoemd. We kunnen ons voorstellen dat dit voor u moeilijke keuzes met zich meebrengt. Met deze folder proberen we u te helpen bij het nemen van beslissingen.

De obductie wordt verricht door een patholoog. Dit is een arts die gespecialiseerd is in deze vorm van onderzoek. De obductie vindt plaats in Nij Smellinghe en duurt meestal niet meer dan twee uur. Daarna wordt de overledene overgedragen aan de begrafenisondernemer waarmee u contact heeft. Een obductie heeft geen invloed op de gebruikelijke gang van zaken rond de begrafenis of crematie.

Indien u zelf uw nabestaande wilt verzorgen, bestaat daar de mogelijkheid voor. In overleg met afdelingspersoneel en medewerkers van het mortuarium kunnen hierover afspraken worden gemaakt.

Redenen voor obductie

Een obductie wordt meestal gedaan om de doodsoorzaak vast te stellen. Het is niet altijd duidelijk waaraan iemand precies is overleden, zeker als dit acuut gebeurd is. De artsen zijn dan onvoldoende in de gelegenheid geweest om het onderzoek te verrichten dat nodig was, of om een diagnose te kunnen stellen. Ook kan het zijn dat u of de artsen willen weten hoe een (al bekende) ziekte en de daaropvolgende dood precies zijn verlopen. De obductie is dan een belangrijk hulpmiddel om te onderzoeken wat er in de laatste levensfase met een patiënt is gebeurd. Het is dan mogelijk om achteraf alle omstandigheden die tot de dood hebben geleid op een rij te zetten. Daarnaast kan de informatie die een obductie oplevert de artsen helpen om kritisch naar de door hen ingestelde behandeling te kijken.

De obductie

Als u toestemming geeft voor obductie, wordt de overledene naar het mortuarium van ziekenhuis Nij Smellinghe overgebracht.

De patholoog verricht de obductie meestal binnen één werkdag, wanneer de arts de obductie voor 10.00 uur ’s ochtends aanmeldt bij de patholoog. Bij een latere aanmelding vindt de obductie een werkdag later plaats. In de weekeinden worden geen obducties uitgevoerd. Mocht de periode voordat de obductie kan plaatsvinden te lang duren, bijvoorbeeld bij overlijden in het weekend, dan kan daar in overleg een oplossing voor worden gezocht.

Voordat een patholoog begint met de obductie, onderzoekt deze de overledene aan de buitenkant. Daarna opent de patholoog de borstholte en buikholte om de organen te onderzoeken. Daarbij worden de organen een voor een uit het lichaam verwijderd, gewogen en ingesneden om ook de binnenkant te kunnen inspecteren. Vervolgens wordt uit elk orgaan een stukje weefsel genomen om later microscopisch te onderzoeken. Dat is nodig omdat lang niet alle afwijkingen met het blote oog herkenbaar zijn. Na het uitnemen van de stukjes weefsel worden de organen teruggeplaatst in het lichaam.

Een obductie is enigszins te vergelijken met een grote operatie, en wordt altijd op zo'n manier uitgevoerd dat er achteraf aan de buitenzijde van het lichaam zo weinig mogelijk van te zien is. De wonden worden gehecht en verzorgd.

Voor hersenonderzoek is het nodig een snede aan de achterzijde van het hoofd te maken om de schedel te openen. Als de overledene weinig hoofdhaar heeft blijft deze wond bij het opbaren soms zichtbaar. Dat is voor nabestaanden soms een reden om niet met een hersenobductie in te stemmen. De hele obductie zoals hier beschreven, neemt meestal twee uur in beslag. Daarna haalt de begrafenisondernemer de overledene op voor de opbaring of de voorbereidingen voor een begrafenis of crematie.

Het bewaren van organen

Zoals hierboven al staat beschreven worden de organen, nadat er stukjes weefsel zijn afgenomen voor microscopisch onderzoek, teruggeplaatst in het lichaam. Er zijn echter omstandigheden waarin organen of delen daarvan niet teruggeplaatst kunnen worden.

• Om de hersenen van binnen te kunnen bekijken moeten ze worden bewerkt. Deze bewerking neemt zes tot acht weken in beslag. De hersenen kunnen daarom vrijwel nooit direct teruggeplaatst worden.
• Soms komt tijdens de obductie van een orgaan een ingewikkelde afwijking naar voren, die niet meteen beoordeeld kan worden. Er is dan uitgebreider onderzoek nodig, waarbij soms andere deskundigen geraadpleegd moeten worden. Ook dan kan het orgaan, of een deel ervan, niet gelijk worden teruggeplaatst.
Deze organen of delen daarvan worden dan overgebracht naar het Laboratorium voor de Volksgezondheid in Friesland gevestigd in Leeuwarden. Het is belangrijk dat u zich realiseert dat dit achtergebleven weefsel of orgaan niet met de overledene mee begraven of gecremeerd kan worden. Het wordt op een later tijdstip in opdracht van het laboratorium gecremeerd. Als u dat wilt kunnen deze organen later ook door ú gecremeerd of begraven worden. Het is dan wel van belang dat u dit nog voor de obductie aan de arts kenbaar maakt. U kunt met de begrafenisondernemer overleggen over een latere bijzetting of crematie.

Toestemming

Er kan alleen een obductie worden uitgevoerd als u als nabestaande(n) hiermee instemt. De arts vraagt u daarom of u toestemming wilt geven voor obductie.
In het gesprek met de arts kunt u ook aangeven of u bezwaar heeft tegen een deel van het onderzoek. Dit betekent dat u toestemming kunt geven voor een beperkte obductie. U geeft bijvoorbeeld geen toestemming voor een hersenobductie. Of u geeft bij het vermoeden van een hartinfarct alleen toestemming voor onderzoek van hart en longen.
Als uw bezwaar ertoe leidt dat de obductie onvoldoende gegevens zal opleveren om de belangrijkste vragen naar de doodsoorzaak te kunnen beantwoorden, dan bespreekt de arts dit met u.

Samengevat betekent dit dat u toestemming kunt geven voor:
• Een volledige obductie, inclusief hersenobductie
• Een obductie, maar niet voor hersenobductie
• Een obductie waarbij wel kleine stukjes weefsel worden afgestaan voor microscopisch onderzoek, maar waarbij geen organen worden bewaard
• Een beperkte obductie, waarbij u in overleg met de arts aangeeft welke beperkingen u wenst
• U kunt er ook voor kiezen om géén toestemming te geven voor obductie. Vanzelfsprekend wordt uw keuze gerespecteerd.

Uitslag

De patholoog maakt na de obductie een verslag en stuurt dit naar de arts die de obductie heeft aangevraagd. Er gaat ook een kopie naar de huisarts van de overledene. Meestal zijn de resultaten van de obductie na ongeveer twee maanden bekend.
Wij raden u aan om, als u er aan toe bent, een afspraak te maken met de huisarts van de overledene om de resultaten van de obductie te bespreken. De arts kan in een dergelijk nagesprek vaak ook andere vragen van u beantwoorden.

Kosten

Aan de obductie zijn voor u geen kosten verbonden.

Bijzondere situaties

Als iemand is overleden na een ongeval, is er volgens de wet sprake van een niet-natuurlijke dood. De gemeentelijke lijkschouwer beslist dan, soms na overleg met de Officier van Justitie, of een gerechtelijke obductie noodzakelijk is. Als een gerechtelijke obductie niet noodzakelijk is, wordt het lichaam vrijgegeven. Er kan dan alsnog een obductie worden gedaan.

Als de overledene kenbaar heeft gemaakt dat zijn of haar organen of weefsels beschikbaar zijn voor donatie, dan vindt de donatieprocedure voorafgaand aan de obductieprocedure plaats.

Obductie bij kinderen

In principe is de procedure bij kinderen hetzelfde als bij volwassenen. Soms wordt weefsel uitgenomen voor genetisch onderzoek. Dit is vooral belangrijk indien een kind tijdens de zwangerschap of rond de geboorte is overleden en er een uitspraak gedaan moet worden of een afwijking erfelijk is waardoor er een kans op herhaling is bij een volgende zwangerschap. Als het heel kleine kinderen betreft, zijn de organen uiteraard ook heel klein en zal het gehele orgaan in plaats van een stukje weefsel microscopisch onderzocht moeten worden en zal iets eerder worden overgegaan tot het bewaren van de organen om ze op een later tijdstip beter te kunnen bekijken. Aangeboren afwijkingen bij kinderen zijn vaak complexer dan afwijkingen bij volwassenen en vereisen uitgebreider onderzoek.
Als u bezwaar heeft tegen het langer bewaren en niet mee begraven of cremeren van organen, kunt u dat kenbaar maken aan de arts en wordt met uw wensen rekening gehouden.
Uitgebreidere informatie over het verrichten van obducties bij kinderen kunt u opvragen bij de Vereniging Samenwerkende Ouder- en Patiëntenorganisaties betrokken bij erfelijke en/of aangeboren aandoeningen (VSOP), tel. (035) 602 85 55 of e-mail vsop@vsop.nl

Tenslotte

We beseffen dat het voor u misschien niet eenvoudig is om zo snel na een overlijden antwoord te geven op de vragen die de arts aan u heeft voorgelegd. We willen nogmaals benadrukken dat iedere keuze die u maakt, wordt gerespecteerd.
De arts met wie u heeft gesproken over de obductie is misschien niet de eigen arts van de overledene geweest. Mocht u naderhand nog vragen hebben dan kunt u altijd contact opnemen met deze arts, maar u kunt ook altijd contact opnemen met de eigen arts van de overledene.

Naam arts:

Afdeling:

Telefoonnummer:

Ruimte voor aantekeningen