Bij u is overwogen implantaten in de kaak te plaatsen. Implantaten kunnen dienen om houvast te geven aan een gebitsprothese of aan een kunsttand. Deze folder geeft u informatie over een aantal belangrijke zaken die u moet weten als u implantaten krijgt. Lees daarom deze informatie goed door en vraag uw kaakchirurg of tandarts als u iets niet begrijpt of als u meer wilt weten.

Uit de historie

In het oude Egypte ( 500 jaar voor Christus) trachtte men al materialen in de kaak aan te brengen om tanden en kiezen te vervangen. Het succes van die pogingen was gering. Later probeerde men het met metalen, porselein en andere kunststoffen. Echter, sinds 30 jaar kennen we het materiaal Titanium. Dit is een eerste metaal waartegen het lichaam geen afweer ontwikkelt. Het metaal wordt dus niet afgestoten. Van dit metaal zijn kaakimplantaten (maar ook kunstheupen en andere kunstgewrichten) gemaakt. Sommige mensen dragen al meer dan 20 jaar probleemloos titanium-implantaten.




Het implantaat waarop een kunsttand wordt bevestigd. Het implantaat wordt in de kaak geplaatst en groeit vast in het bot.

Wat is een implantaat?

Een implantaat is een metalen plugje dat in het kaakbot wordt aangebracht. U kunt het vergelijken met een plug die in de muur wordt gezet om er een schilderijhaakje in te kunnen draaien. Net als in een plug kan in een implantaat iets geschroefd worden, dat in de mondholte uitsteekt (bijv. een kroon of een drukknop). De lengte van een implantaat varieert van 8 tot 14 mm en heeft een ronde cilindervorm van ongeveer 4 mm doorsnede. U kunt het ook vergelijken met de wortel van een tand.
In het algemeen implanteert de kaakchirurg en controleert hij het vastgroeien. De daarop volgende behandeling (het maken van een kunstgebit of kroon) gebeurt bij een tandarts. De kaakchirurg en deze tandarts, met speciale kennis op het gebied van implantaten, werken in nauw overleg met elkaar.

Alvorens er bij u kan worden overgegaan tot implantatie moeten er verschillende zaken geregeld worden, zoals het behandelplan. Het aantal en de exacte plaats van de implantaten worden daarin vastgelegd. Er vindt nauw overleg plaats met de tandarts, die in principe de opbouw, het nieuwe kunstgebit of kroon of brug op de implantaten maakt. Meestal moet er met uw ziektekostenverzekering worden overlegd over eventuele kostenvergoeding. Pas als u en ons alles duidelijk is, wordt overgegaan tot implantatie.

Voorbereiding

Uw algemene gezondheid wordt eerst besproken. Het kan zijn dat een ziekte implantologie onmogelijk maakt. Bij mensen die fors roken zijn we terughoudend met implantologie. Bij hen is de kans op succes van de behandeling kleiner. Implantaten bedreigen de gezondheid niet. Met behulp van röntgenfoto's wordt zo goed mogelijk de exacte vorm van het kaakbot beoordeeld. Het bot moet breed, en hoog genoeg zijn om er implantaten in te kunnen plaatsen. In de bovenkaak moet ook de vorm van de kaakholten bekeken worden. Soms kan pas tijdens de operatie blijken dat het bot toch ongeschikt is om te implanteren. In een aantal gevallen is de bekleding (tandvlees) van de kaak ongeschikt. In die gevallen moet het tandvlees door een kleine ingreep verschoven worden of anderszins aangepast worden.

Implanteren

Implantaten worden meestal aangebracht onder plaatselijke verdoving. Dat betekent dat u een verdovingsprik krijgt, net als bij de tandarts. Er wordt een sneetje gemaakt en het tandvlees wordt opzij gebracht zodat het kaakbot bloot komt te liggen. Dat doet geen pijn.
U voelt dat er op de kaak wordt gedrukt. In het kaakbot wordt voorzichtig een gaatje geboord, waarin het implantaat nauwkeurig geplaatst kan worden. Daarna wordt het tandvlees gehecht. Indien hechtingen worden gebruikt die verwijderd moeten worden, ontvangt u hiervoor een afspraak. U krijgt een recept voor een spoelmiddel, een pijnstiller en soms een antibioticum, waarna u naar huis kunt gaan. Deze behandeling duurt ongeveer ½ tot 1 uur, afhankelijk van het aantal implantaten.

Eerste periode na het implanteren

Zeker de eerste 2 weken mag er geen kracht op de implantaten worden uitgeoefend, dus u mag de prothese niet dragen. Na 2 weken komt u weer voor controle bij de kaakchirurg en wordt het gebit uitgeslepen, zodat het niet op de implantaten kan drukken. U kunt het gebit weer voorzichtig dragen.
De eerste 2 tot 3 weken moet u vloeibare/ zachte voeding gebruiken. De totale duur van de ingroeifase is 6 weken tot 6 maanden afhankelijk van de verschillende omstandigheden. Sommige implantaten steken direct na het implanteren al iets door het mondslijmvlies. Andere liggen geheel onder het slijmvlies. Deze moeten aan het eind van de ingroeiperiode blootgelegd worden door een gaatje in het mondslijmvlies te maken (onder plaatselijke verdoving).

Houvast voor een onderprothese

Hiervoor zijn 2 tot 4 implantaten nodig. Deze worden geplaatst in het gebied waar zich ooit de hoektand en de snijtanden bevonden, dus voor in de mond. Drie maanden na het plaatsen kan de nieuwe prothese gemaakt worden. Dat gebeurt door uw tandarts. Hij maakt ook een soort hekje van goud, dat vastzit aan alle implantaten en boven het tandvlees uitsteekt.




Gouden hekje op 4 implantaten.

In de nieuwe prothese zit aan de onderkant een holte. Deze holte valt over het hekje heen. U ziet dan het hekje niet meer. Tegelijk zitten in die holte klemmetjes, die zich vastgrijpen op het hekje. Het gebit blijft dus uitneembaar (voor reiniging). Het hekje zit vast, maar kan wel door de tandarts worden losgeschroefd.




Holte in de (onder)prothese.

In sommige gevallen wordt er op de implantaten niet een hekje gemaakt, maar op ieder afzonderlijk implantaat een drukknopje.




Drukknopjes in onderkaak.

Houvast voor een bovenprothese

De procedure is voor het grootste deel vergelijkbaar met die van een onderprothese. De ingroeiperiode is meestal wat langer. Doorgaans zijn in de bovenkaak meer implantaten nodig (4 of meer). De beperkte hoeveelheid bot in de bovenkaak en de neusbijholten maakt implanteren vaak onmogelijk. Wanneer implantaten in de bovenkaak toch nodig zijn, dan is het noodzakelijk extra bot aan te brengen. Dat kan bot elders uit de kaak of het lichaam zijn. Soms wordt een botvervangend materiaal gebruikt.

Basis voor kroon of brug

Hierbij moeten er 1 of meer tanden, in een kaak met nog gedeeltelijk eigen tanden en kiezen, vervangen worden. Nadat een echte tand of kies verloren is gegaan moet er een paar weken gewacht worden alvorens tot een implantatie kan worden overgegaan. De verloren tand of kies moet aanvankelijk worden vervangen door een 'plaatje'. De kroon of brug wordt uiteindelijk door de tandarts gemaakt. De kroon of brug wordt direct aan het implantaat bevestigd.

De ingroeifase

Door de kaakchirurg wordt gecontroleerd of de implantaten goed vastzitten en er zich geen ontstekingen voordoen. Als dat in orde is, kunt u een afspraak maken bij de tandarts. De tandarts maakt op de implantaten drukknopjes of een hekwerkje, waarover het nieuwe gebit komt. In andere gevallen maakt hij een kroon of brug. Daarna kunt u echt profiteren van de implantaatconstructie.

Verzorging van de implantaten

Net als eigen tanden en kiezen hebben implantaten een goede en nauwkeurige verzorging nodig. Een ontsteking van het tandvlees rond de implantaten is gevaarlijk en kan leiden tot verlies van het implantaat. Van u wordt verwacht dat u minstens 3 keer per dag uw implantaten poetst. De manier waarop dat het beste kan, kunt u leren van de mondhygiëniste, die in dienst is bij de kaakchirurg of tandarts. Ook controleert zij regelmatig of er ondanks uw inzet toch geen ontstekingen ontstaan. Soms om de 3 maanden, soms per half jaar.

Kosten

Indien u verzekerd bent bij een ziektenkostenverzekering, wordt een aanvraag gedaan om de kosten voor rekening van het ziektenkostenverzekering te laten komen. Meestal is dat het geval als u minstens één jaar tandenloos bent en er sprake is van een ernstig geslonken kaakwal.
Soms zijn de kosten voor uw eigen rekening. U kunt een prijsopgave van de kaakchirurg krijgen. Daarbij zijn de kosten van de nieuwe prothese, kronen en bruggen nog niet meegerekend. Daarvoor moet u bij de tandarts een prijsopgave vragen.

Tijdschema
 

1e consult, bespreking en foto’s
eventueel aanvraag verzekering

 2 – 3 weken
 2e gesprek,
planning operatie
 2 – 3 weken
 plaatsen implantaten
 
 2 weken
 eventuele gebitsprothese aanpassen
Ingroeifase implantaten
 6 – 16 weken
 Eventueel implantaten vrijleggen
 
 1 – 2 weken
 Implantaten opbouwen (bij tandarts),
kronen of prothese
 2 – 3 weken
 Controle bij kaakchirurg
 
 Afspraak mondhygiëniste