Nierstenen

U bent opgenomen (geweest) op afdeling A1 Chirurgie/Urologie in het ziekenhuis Nij Smellinghe te Drachten. Deze folder bevat meer informatie over uw aandoening.

Nierstenen

Nierstenen komen vaak voor en kunnen zeer pijnlijk zijn. Een niersteen bestaat uit kristallen die gevormd zijn in de urine. Deze kristallen bestaan uit afvalproducten. Nierstenen verschillen sterk in omvang en vormen zich meestal in het nierbekken, waar de urine zich verzamelt. Ze kunnen vervolgens via de urineleider naar de blaas en dan via de urinebuis met de urine mee naar buiten stromen. Soms gebeurt dat niet en zijn andere behandelingen noodzakelijk. Deze folder gaat in op de oorzaken, verschijnselen en mogelijke behandelingen. Specifieke informatie krijgt van uw behandelend arts.

Oorzaken

Nierstenen kunnen gevormd worden als hoge concentraties van bepaalde stoffen in de urine voorkomen en niet oplossen. Soms leidt dit spontaan tot een kristallisatieproces en ontstaan nierstenen. Daarnaast kunnen uitdroging, sommige stofwisselingsziekten, ontstekingen en vernauwingen in de urinewegen en verschillende andere nieraandoeningen tot het ontstaan van nierstenen leiden.

Verschijnselen

Kleine nierstenen hoeven helemaal geen symptomen te geven. Grotere stenen veroorzaken soms hevige pijnaanvallen. Tijdens een niersteenaanval (koliek) schiet een grotere steen vanuit de nierkelken de urineleider in en blijft vervolgens steken. De urine kan niet makkelijk passeren, waardoor stuwing ontstaat. Dit gaat gepaard met veel pijn in de lende met uitstraling naar de lies. Als de steen de nier of urineleider beschadigt, leidt dit tot bloed in de urine. Een koliek zorgt voor een onrustig gevoel, misselijkheid en soms overgeven. Nierstenen kunnen ook leiden tot een urineweginfectie, koorts of het plassen van bloed.

Onderzoek

De diagnose wordt vooral gesteld op basis van uw klachten. Bij het vermoeden van nierstenen wordt de urine onderzocht. Er wordt dan gekeken of er bloed in zit. Een urinemonster wordt op kweek gezet als er een vermoeden is van een infectie. Indien de pijn langer aanhoudt dan één of twee dagen kan verder onderzoek nodig zijn. Met een röntgenfoto van de buik en een echo van de nieren is het soms mogelijk om te bepalen waar de stenen zich precies bevinden. Speciaal voor het opsporen van nierstenen kan gebruik worden gemaakt van een CT-scan.

Opname

Via de spoedeisende hulp bent u opgenomen op afdeling A1 Chirurgie / Urologie. De behandeling bestaat uit het toedienen van pijnstilling en eventueel antibiotica via het infuus. Tijdens opname wordt de urine opgevangen en gezeefd. Ten tijde van klachten de vochtintake wat beperken (niet meer dan 2 liter over gehele dag).
Als de koorts en het zieke gevoel niet  verdwijnen, dan wordt een stent (buisje) ingebracht in de urineleider, ook wel een dubbel J catheter of een nefrostomiecatheter.

Behandeling

Als de steen te groot is om te worden uit geplast, is behandeling met een niersteenvergruizer mogelijk. Hiermee worden de nierstenen met van buiten op het lichaam gerichte schokgolven in kleine stukjes gebroken. Hierna kunnen ze wel worden uit geplast. Deze behandeling gebeurt meestal poliklinisch, met pijnstilling. De niersteenvergruizer staat in het Antonius ziekenhuis te Sneek.

Een andere behandelmethode is een operatie door middel van een endoscopie. Daarbij wordt een dunne, buigzame buis via de urinebuis in de blaas gebracht en vandaar verder geleid naar de urineleider. Als de steen niet te groot is, kan hij met een haakje worden gegrepen en vervolgens worden afgevoerd. Soms moet de steen eerst met een laser worden verpulverd. Soms moet een niersteen worden verwijderd door via de huid een entree naar het nierbekken te maken waardoor de steen, al dan niet na het in kleine stukjes breken, kan worden verwijderd. Bij hoge uitzondering is het nodig een niersteen met een buikoperatie te verwijderen.

Algemene voedingsadviezen

1. Drink minimaal 2 liter zoveel mogelijk verspreid over de dag
2. Gebruik zuivel bij iedere maaltijd
3. Gebruik weinig zout
4. Gebruik weinig vlees
5. Gebruik weinig oxaalrijke producten (o.a. Ice tea, spinazie, rabarber, noten, chocolade, thee en aardbeien)

Indien u na ontslag weer klachten krijgt, dan kunt u tot de eerstvolgende afspraak op de polikliniek contact opnemen met:
Binnen kantoortijden met polikliniek Urologie, tel. (0512) 588 811.
Buiten kantoortijden met de Spoedeisende Hulp, tel. (0512) 588 145.