Inleiding

Binnenkort ondergaat u een behandeling of ingreep, waarbij er een kans bestaat dat u bloed toegediend moet krijgen (een bloedtransfusie). Ook kan transfusie van bloed of bloedproducten nodig zijn vanwege een ziekte. In deze folder proberen wij u te informeren over bloedtransfusie. Als u nog vragen heeft na het lezen van deze folder, aarzel dan niet deze te stellen aan uw behandelend specialist.

Wat is een transfusie?

Bij een transfusie worden bloedproducten van een donor overgebracht naar een patiënt die een tekort heeft aan bloed of een bepaald bestanddeel van bloed. Hiervoor wordt bloed van een donor na afname gesplitst in diverse delen, zoals rode bloedcellen, bloedplaatjes, plasma en stollingsfactoren. Een patiënt ontvangt dat gedeelte van het bloed, dat nodig is. Voordat bloedproducten gegeven worden, worden er vele controles uitgevoerd om na te gaan of het bloedproduct bij de patiënt ‘past’. Een transfusie wordt gegeven in opdracht van de behandelend specialist. Indien mogelijk wordt dit vooraf met de patiënt overlegd. U kunt aan uw behandelend specialist vragen, welke bloedproducten u krijgt of hebt gekregen en waarom.
Voorbeelden van toediening van bloedproducten:
- Door zeer veel bloedverlies bij een ongeval of operatie wordt er te weinig zuurstof naar organen en weefsels getransporteerd. Voor dat transport zijn rode bloedcellen nodig. Dan wordt een transfusie met rode bloedcellen gegeven;
- Door een ziekte of door gebruik van sommige zware medicijnen kunnen er te weinig bloedplaatjes zijn. De bloedstolling werkt minder goed. De behandelend specialist kan dan een transfusie van bloedplaatjes voorschrijven.

Hoe komt het ziekenhuis aan bloedproducten?

Het ziekenhuis betrekt de bloedproducten van de Bloedbank Noord Nederland. De bloedbank is een stichting, die zich bezighoudt met het inzamelen van bloed van donoren. Het bloed wordt bewerkt en de bloedproducten worden, na controle op de aanwezigheid van overdraagbare ziekten, geleverd aan de aangesloten ziekenhuizen. De donoren zijn onbetaalde vrijwilligers. De (kandidaat)-donor wordt medisch gekeurd. Daarbij worden ook vragen gesteld over gedragingen, die een vergrote kans geven op de aanwezigheid van overdraagbare virussen. Ook worden er voor iedere donatie gerichte vragen gesteld. Indien van een dergelijk gedrag sprake is (geweest), dan wordt de (kandidaat)-donor uitgesloten van het geven van bloed. Tevens wordt het afgenomen bloed getest op overdraagbare ziekten. De bloedproducten worden pas geleverd aan de ziekenhuizen als de testen goed zijn. Door al deze voorzorgsmaatregelen is het gevaar van besmetting door bloedtransfusie dan ook uiterst gering in Nederland.

Hoe veilig is een transfusie?

Een transfusie is een medische ingreep waaraan bepaalde risico's zijn verbonden. Iedere transfusie wordt dan ook pas gegeven na afweging van de voor- en nadelen door de specialist. De bloedbank treft alle voorzorgsmaatregelen om het besmettingsrisico te beperken. De bloedgroep van de donor en patiënt worden gecontroleerd voor iedere transfusie om er zeker van te zijn dat het donorbloed bij de patiënt ‘past’.
Het bloed van de patiënt wordt voor de transfusie van rode cellen nagekeken op de aanwezigheid van afweerstoffen tegen verschillende rode bloedcellen om ernstige afbraak van donorbloed te voorkomen.
Soms moet er nader onderzoek worden gedaan, om ‘passend’ bloed te kunnen selecteren. Mogelijk moet hierdoor de transfusie uitgesteld worden. Er kunnen ook nog afweerstoffen zijn tegen andere bloedbestanddelen. Hier wordt niet op getest en daarom kunnen er soms overgevoeligheidsreacties optreden, zoals koorts, jeuk en huiduitslag.

Indien er bij u in het verleden een of andere vorm van ernstige transfusiereactie is opgetreden, dan is het van belang dit te melden vóór de transfusie.
Het kan zijn dat u in het bezit bent van een bloedgroepenkaartje waarop deze gegevens of andere bijzondere vermeldingen over uw bloedgroep of de aanwezigheid van antistoffen tegen rode bloedcellen vermeld zijn.
Dit bloedgroepenkaartje moet u aan uw behandelend specialist laten zien. Door speciale bewerkingen en selectie van het bloed zijn dan transfusiereacties te voorkomen of te beperken.

Gegevens in systeem

Uw gegevens worden eventueel opgenomen in het landelijk computersysteem genaamd TRIX (Transfusie Register Irregulaire antistoffen en X(kruis)-proefproblemen). Dit vindt plaats als er bijzondere antistoffen worden aangetoond, die belangrijk zijn voor een bloedtransfusie. Uw gegevens over dergelijk antistoffen zijn dan ook landelijk te raadplegen en bekend als u in een ander ziekenhuis een bloedtransfusie zou krijgen. Dit verhoogt de veiligheid van de bloedtransfusie.

Een transfusie weigeren, kan dat?

Een patiënt heeft het recht een behandeling, dus ook een transfusie, te weigeren. Dit betekent soms een groter risico voor uw gezondheid dan het ontvangen van een bloedtransfusie. Soms kan het zijn dat zonder transfusie van bloedproducten het risico van de behandeling te groot wordt en van de behandeling moet worden afgezien.
Bespreek daarom tijdig uw twijfels ten aanzien van transfusie van bloedproducten met uw behandelend specialist.

Transfusie met uw eigen bloed, kan dat?

Voor gezonde personen bestaat de mogelijkheid om enkele weken voor een geplande operatie bloed af te staan, dat dan tijdens de operatie kan worden teruggegeven. Dit heet ‘autologe transfusie’. De operatiedatum moet dan wel ruim van tevoren vast staan, daar het afgenomen bloed slechts vijf weken bewaard kan worden.
Of u voor deze mogelijkheid van transfusie in aanmerking komt, kunt u overleggen met uw behandelend specialist.

Bloeddonor worden

Als u bloed nodig heeft, dan is het er. Dit is vanzelfsprekend. Help daarom mee om dat vanzelfsprekend te houden. Spreek erover met mensen in uw omgeving. Iedereen die gezond is en tussen de 18 en 70 jaar oud is, kan in principe bloed geven.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
Bloedbank Noord-Nederland
Stichting Sanquin Bloedvoorziening
Prof. Rankestraat 42-44
9713 GG Groningen
Tel. (050) 369 55 55