Inleiding

Een pneumothorax wordt ook wel klaplong genoemd.
De long bestaat uit sponsachtig weefsel waar als het ware een soort vlies omheen zit, het longvlies. Om het longvlies zit nog een vlies, het borstvlies, dat de borstkas van binnen bekleedt. Tussen deze vliezen zit een holte, de pleuraholte. Deze holte is normaal volledig afgesloten van de buitenomgeving en er heerst een negatieve druk, waardoor de long en het borstvlies tegen elkaar aanliggen en vrij langs elkaar heen kunnen bewegen.
Bij een klaplong is er een opening ontstaan naar de pleuraholte. Hierdoor stroomt er lucht de pleuraholte binnen, waarbij de longen vanwege hun eigen elasticiteit samentrekken of wel inklappen (‘ingeklapte’ long).
Een spontane pneumothorax (klaplong) is een aandoening die vier keer vaker voorkomt bij mannen dan bij vrouwen. Vooral bij slanke, jonge mannen (onder de veertig jaar). Rokende mensen hebben ook veel meer kans op een pneumothorax.
Soms moet het behandeld worden en soms kan het met rust genezen. Dit verschilt per persoon en per soort pneumothorax.
 

Soorten klaplong

• Spontane pneumothorax. Deze klaplong is zomaar ontstaan.
• Secundaire pneumothorax. Hierbij is de oorzaak een andere longaandoening.
• Spanningspneumothorax. Hierbij fungeert de opening als een soort ventiel, de lucht kan er wel in, maar er niet meer uit.
• Traumatische pneumothorax. Door bijvoorbeeld een verkeersongeluk waarbij door ribfracturen het longvlies is beschadigd.

Verschijnselen

• Plotseling optredende pijn in de borstkas, vooral aan de aangedane zijde.
• Moeilijke ademhaling.
• Plotseling optredende kortademigheid.
• Minder beweegbare borstkas, aan de aangedane zijde.

Therapie

Een kleine rand- of toppneumothorax wordt meestal conservatief behandeld met enkele dagen rust. De lucht wordt langzaam spontaan geresorbeerd (door het lichaam opgenomen en afgevoerd). De patiënten bij wie dit voorkomt, moeten goed worden geobserveerd.
Bij een grotere pneumothorax wordt onder lokale verdoving een thoraxdrain ingebracht. Via een zuigpomp wordt de lucht uit de thoraxholte afgezogen, waardoor de long weer ontplooit. Als na enige dagen de long goed is ontplooid en de drain geen lucht meer lekt, wordt de drain afgeklemd. Als de thoraxfoto goed blijft wordt de drain verwijderd.
Er wordt overigens niet altijd een zuigpomp aangebracht. Soms is alleen een waterslot voldoende. Bij een zich herhalende pneumothorax wordt meestal een pleurodese uitgevoerd. Hierbij worden de longbladen aan elkaar geplakt. Er wordt dan talk in de pleuraholte gebracht. Het talk zorgt ervoor dat de longvliezen geïrriteerd worden, en op den duur aan elkaar vast groeien, waardoor de long aan de borstwand komt te zitten. De talk veroorzaakt een steriele ontsteking, wat kortdurend koorts kan veroorzaken. De procedure is zeer pijnlijk en er moet daarom voor een goede pijnstilling worden gezorgd.
Een andere mogelijkheid is dat de chirurg een video-assisted thoracoscopie (VATS) verricht. Hierbij wordt een deel van het borstvlies verwijderd waarna door een ontstekingsreactie de long verkleeft met de borstwand. Het kan voorkomen dat een long ook na langdurige drainage niet volledig ontplooit of de luchtlekkage blijft bestaan. Operatie is dan een mogelijkheid.
 

Leefregels

• De eerste 1 a 2 weken tillen, trekken en overmatige bewegingen vermijden.
• Pas na 6 weken kan intensieve sport of arbeid geleidelijk worden hervat.
• Bij toenemende activiteit kan pijn worden ervaren. Deze klachten zijn onschuldig en verdwijnen op den duur.
• In het algemeen wordt na een pneumothorax geadviseerd niet deel te nemen aan duiksportactiviteiten.

Meer informatie en een filmpje kunt u vinden op: www.ziekenhuis.nl