Endeldarmkanker

De endeldarm is het laatste deel van de dikke darm en wordt ook wel het rectum genoemd. Dit darmdeel heeft een reservoirfunctie voor de darminhoud. Dit betekent dat de darminhoud hier ‘wacht’ totdat het als ontlasting het lichaam via de anus kan verlaten.

Klachten
Meestal heeft de patiënt last van een veranderd ontlastingspatroon en/of bloed bij de ontlasting.

De diagnose

De diagnose kan gesteld worden met een of meerdere van de volgende onderzoeken:

  • Lichamelijk en inwendig onderzoek: De arts beluistert en bevoelt de buik. Daarnaast verricht de arts ook een inwendig onderzoek met de vinger in de anus. Hierbij kan een eventueel gezwel in de endeldarm worden gevoeld.
  • Endoscopie: Met een flexibele camera in een buis (kijkbuis) wordt een gedeelte van de darm (sigmoïdoscopie) of de hele dikke darm (colonscopie) bekeken. Hierbij worden vaak weefselmonsters (biopten) genomen voor onderzoek.

Als er een kwaadaardig gezwel is gevonden, wordt er aanvullend onderzoek verricht om te zien of er ook uitzaaiingen zijn. Dit kan door:

  • CT-scan: Dit is een moderne onderzoeksmethode. Met een dunne röntgenstralenbundel worden dwarsdoorsneden van het lichaam gemaakt.
  • MRI: Dit is een onderzoeksmethode waarbij met behulp van een sterk magneetveld en radiogolven signalen in het lichaam worden opgewekt. Een computer vormt uit deze signalen een beeld.
  • Echografie: Dit is een onderzoeksmethode, waarbij met (onschadelijke) geluidsgolven een beeld van organen en weefsels op een monitor zichtbaar worden gemaakt. Echografie wordt vooral gebruikt om te kijken of er geen uitzaaiingen in de lever zijn.
Waarom een endeldarmoperatie?

Bij u is een “rectumcarcinoom” vastgesteld, een kwaadaardig gezwel aan de endeldarm. Een operatie is de enige mogelijkheid om van de ziekte te genezen. Vaak wordt het gezwel voor de operatie nog bestraald. Dit kan een korte voorbestraling van vijf keer zijn of een lange voorbestraling van 25 keer. Dit is afhankelijk van de grootte van de tumor en/of de aanwezigheid van vergrote lymfklieren in de omgeving van de tumor. Bij de lange voorbestraling wordt meestal tegelijkertijd behandeling met chemotherapie gegeven.

Voorbereiding voor de operatie

In de periode voor de operatie moet er veel gebeuren. Omdat u waarschijnlijk bestraald wordt, maakt de chirurg een afspraak voor u bij het RIF (Radiotherapeutisch Instituut Friesland). U kunt dan kennismaken met de radiotherapeut. Het RIF belt u thuis om de afspraak door te geven.

Daarnaast wordt er een gesprek gepland met de stomaverpleegkundige. Omdat u misschien een tijdelijk of blijvend stoma krijgt, geeft zij u informatie over het stoma en de gevolgen. Ook wordt er een afspraak gemaakt met de anesthesioloog en een verpleegkundige op de pre-operatieve screening. Soms wordt ook een afspraak bij de fysiotherapeut en/of de diëtiste gemaakt.

De opname

U wordt een dag voor de operatie opgenomen op de verpleegafdeling. Voordat de operatie begint, wordt de dikke darm gereinigd. Hoe dit gebeurt hangt onder andere af van welk type stoma u zult krijgen en de operatietechniek die de chirurg gebruikt. Soms is alleen een klysma voldoende, maar het kan ook zijn dat u vier liter clean prep moet drinken met eventueel daarna nog een klysma. Als er een ernstige verstopping is of als iemand acuut geopereerd moet worden, wordt de darm niet leeggemaakt. U krijgt antibiotica om infecties zoveel mogelijk te voorkomen. Voor een darmoperatie wordt de buik en ook vaak de schaamstreek onthaard.

Krijgt u misschien een (tijdelijk) stoma? Dan komt de stomaverpleegkundige voor de operatie bij u op de afdeling om samen met u de voorkeursplaats van een stoma te bepalen. Omdat voeding erg belangrijk is bij een darmoperatie komt de diëtiste vóór en na de operatie bij u langs. Zij maakt een voedingsstatus en geeft informatie over voeding. Mensen die te horen hebben gekregen dat ze kanker hebben, krijgen veel te verwerken. Daarom komt een medisch maatschappelijk werker tijdens de opname bij u langs voor een kennismakingsgesprek.

De operatie

Bij de operatie wordt het deel van de endeldarm waarin het gezwel zit zo ruim mogelijk weggenomen. Afhankelijk van de mogelijkheden probeert de chirurg de uiteinden van de darm weer met elkaar te verbinden. Deze verbinding noemt men een anastomose. Vaak wordt hierbij een tijdelijk stoma op de dunne darm aangelegd (meestal rechts op de buik). Zo kan de anastomose goed genezen zonder dat er darminhoud langskomt. Zo’n tijdelijk stoma wordt na twee of drie maanden weer weggehaald. Daar is een tweede, minder grote operatie voor nodig.

Het is alleen mogelijk een anastomose te maken als het gezwel niet te dicht bij de anus zit. Met andere woorden, als er genoeg gezonde endeldarm onder het gezwel naar de anus gespaard kan worden. Is dat niet het geval, dan wordt een blijvend stoma aangelegd op de dikke darm (meestal links op de buik). Soms wordt daarbij ook de anus weggenomen. Dan spreekt men van een rectumamputatie. Uw chirurg bespreekt met u welke operatie past bij uw situatie.
Ongeacht welk type operatie bij u wordt uitgevoerd, verwijdert de chirurg het aangedane deel van de endeldarm én het omliggende vetweefsel. Hierin zitten de lymfeklieren. Zo wordt de kans op het terugkeren van het gezwel in het operatiegebied zo klein mogelijk gemaakt. Juist achter dit vetweefsel lopen zenuwvezels die zorgen voor een aantal seksuele en urineblaasfuncties. Tijdens de operatie worden deze zenuwvezels zo veel mogelijk gespaard.

Na de operatie

Direct na de operatie bent u door een aantal slangen verbonden met apparaten. Dat kunnen zijn:

  • Een of twee infusen voor de vochttoediening;
  • een dun slangetje in uw rug voor pijnbestrijding;
  • een slang (sonde) door uw neus, die via de slokdarm in de maag zit. Die zorgt ervoor dat het overtollige maagsap wordt afgevoerd;
  • een drain in uw buik voor afvoer van eventueel bloed en inwendig wondvocht;
  • een blaaskatheter voor afloop van urine.

Hoe meer u herstelt, hoe meer hulpmiddelen er worden verwijderd. In de dagen na de operatie gaat het drinken geleidelijk aan beter. Dan gaat u van vloeibare voeding weer over op vaste voeding. Hier is geen vast schema voor. U krijgt de eerste dagen drinken en eten zoveel als uw darmstelsel kan verdragen.
De fysiotherapeut komt na de operatie bij u langs om ademhalingsoefeningen met u te doen en geeft beweegadvies.

Mogelijke complicaties

Geen enkele operatie is zonder risico’s. Zo is er ook bij een operatie aan de endeldarm de normale kans op complicaties aanwezig, zoals trombose, longontsteking, nabloeding of wondinfectie. Bij operaties aan de endeldarm kan er ook nog een specifieke complicatie bijkomen, namelijk een lekkage van de darmnaad (de anastomose). Vaak volgt dan een nieuwe operatie. De anastomose wordt dan losgemaakt en er wordt een stoma aangelegd. 

Door het korte verblijf in het ziekenhuis kan het zijn dat een complicatie thuis optreedt. Omdat complicaties niet vaak voorkomen, is het niet nodig dat u daarvoor in het ziekenhuis blijft.

Bij mannen die een uitgebreide endeldarmoperatie hebben ondergaan, kan impotentie optreden. Soms is het niet te vermijden dat bij deze operaties (en bestralingen) de zenuwen naar de geslachtsdelen en blaas beschadigen. Ook kan als gevolg van enige zenuwschade een blaasontledigingsstoornis optreden. Dit betekent dat het plassen wat moeilijker kan gaan en er soms opnieuw een blaaskatheter ingebracht moet worden. U gaat dan met deze katheter naar huis. Gelukkig zijn dergelijke stoornissen meestal van tijdelijke aard. 

Gevolgen van de operatie

Bij een rectumamputatie (het verwijderen van de endeldarm en de anus) kan het nog lang pijnlijk zijn om te zitten. De dokter, de stomaverpleegkundige en ook de ergotherapeut kunnen u adviezen geven om de pijn te verlichten. De rectumwond zal ook gedurende een aantal weken open blijven. Het is van belang deze wond goed te spoelen met de douchekop. Het liefst één á twee keer per dag.

Zit het gezwel niet te laag en kan de eigen darm (deels) worden hersteld, dan krijgt u een tijdelijk stoma. Houd er na het verwijderen van het tijdelijk stoma rekening mee dat de reservoirfunctie van de endeldarm mist. In het begin moet u dan vaak naar het toilet, soms wel tot tien keer per dag. Geleidelijk wordt deze frequentie minder. Ook kan het ophouden van winden en vocht bij een lage anastomose problemen opleveren.

Rectaal slijmverlies
U kunt ondanks dat u een tijdelijk of blijvend stoma heeft toch rectaal aandrang krijgen. Dit komt doordat er nog een stukje darm boven de anus zit dat slijm produceert. Als u naar toilet gaat kan het gebeuren dat er wat slijm komt, dit is normaal.

Na de behandeling

De uitslag van het microscopisch onderzoek van het verwijderde darmweefsel is na zeven werkdagen bekend. Deze uitslag wordt met u besproken. De arts maakt hiervoor via de verpleging een afspraak. We adviseren u om uw partner of andere naaste bij het gesprek aanwezig te laten zijn. Als u al eerder naar huis kunt, zal de arts deze uitslag bij de eerste policontrole met u bespreken.

De uitslag van het weefselonderzoek zegt iets over de aard en de grootte van de aandoening. Aan de hand van deze uitslag is het niet mogelijk uw vooruitzichten precies te voorspellen.

Het ontslag

Als alles goed gaat, kunt u binnen zeven tot tien dagen na de operatie het ziekenhuis verlaten. Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor de poliklinische controle. Wanneer thuiszorg nodig is, bijvoorbeeld voor het aanleren van de stomazorg, wordt dit vanuit het ziekenhuis geregeld. 

Vragen?

Heeft u nog vragen, overleg dan met uw behandelend arts, verpleegkundig consulent oncologie/ stomaverpleegkundige of  uw huisarts.

De oncologie / stomaverpleegkundige is op maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 16.30 uur bereikbaar op telefoonnummer          (0512) 588 521 en via mail stomamammacare@nijsmellinghe.nl.

Wilt u meer weten over aandoeningen van de endeldarm dan kunt u ook contact opnemen met de Maag Darm Lever stichting, tel. (033) 75 23 500 of via de website: www.mlds.nl

Wilt u meer weten over een stoma dan kunt u ook contact opnemen met de Nederlandse Stomavereniging, tel. (0346) 262 286 of via de website: www.stomavereniging.nl 

Wilt u lotgenotencontact dan kunt u contact opnemen met SPKS (Stichting voor Patiënten met Kanker aan het Spijsverteringskanaal): tel. (0800) 002 97 75, website www.spks.nl of www.darmkankernederland.nl