Leefregels na ontslag - appendicitis (blinde darmontsteking)

Inleiding

U bent opgenomen (geweest) op afdeling A1 Chirurgie/Urologie. Deze folder bevat meer informatie over uw aandoening. Het is goed u te realiseren dat de situatie voor iedereen weer anders kan zijn.

Appendicitis (blinde darmontsteking)

De blindedarm of appendix (letterlijk: aanhangsel) bevindt zich daar waar de dunne darm overgaat in de dikke darm, dat wil zeggen rechtsonder in de buik. Omdat de blindedarm soms lang (5 - 8 cm) en beweeglijk is, kan deze op een andere plek komen te liggen, waardoor de pijnklachten van een blindedarmontsteking soms niet rechts onder, maar meer in het midden en soms zelfs rechtsboven in de buik worden aangegeven.

Een blindedarmontsteking is een (meestal plotseling ontstane) ontsteking van de blindedarm. De ontsteking kan soms zeer heftig verlopen en dan aanleiding geven tot een buikvliesontsteking. In dat geval zit de pijn in de gehele buik. Waarom de blindedarm ontstoken raakt, is niet duidelijk. De ontsteking kan ontstaan doordat voedsel/ontlasting in de blindedarm vastzit. Een blindedarmontsteking kan op alle leeftijden voorkomen, maar meestal op kinder- of jong volwassenleeftijd.

Ontstoken appendix
Symptomen

Bij een blindedarmontsteking beginnen de pijnklachten meestal op, rond of boven de navel. Uiteindelijk zakt de pijn naar rechts onder in de buik. Soms worden de pijnklachten voorafgegaan door misselijkheid en braken. Er kan een lichte temperatuursverhoging zijn en een algeheel onwel bevinden (misselijkheid, diarree of verstoppingsklachten). Wanneer de verschijnselen duidelijk zijn, is het aanraken van de buik en het daarna loslaten pijnlijk, met name rechtsonder. Ook hoesten en lachen doen soms pijn. Dikwijls wordt ook vervoerspijn aangegeven, bijvoorbeeld wanneer met een auto door een kuil l of over een verkeersdrempel gereden wordt. Soms gaan er aan de pijn rechtsonder enige dagen vooraf met vage buikklachten, die geleidelijk erger worden.

Hoe wordt de diagnose appendicitis bij u gesteld?

Standaard word een vraaggesprek afgenomen en een lichamelijk onderzoek verricht. Daarnaast wordt bloed afgenomen om de ontstekingswaarden te bepalen. Vaak wordt er een echo gemaakt om de diagnose te stellen. Eventueel wordt er aanvullend een CT scan of een MRI-scan gemaakt.

De behandeling

Wanneer een blinde darmontsteking nog maar kort bestaat, dan is wordt de blinde darm bij voorkeur direct met een operatie verwijderd. Deze operatie, een ‘’apppendectomie’’ geheten, kan zowel laparoscopisch (kijkoperatie) als met een ‘’open’’ procedure (snee in de buik) worden uitgevoerd. Als de blinde darm bij de operatie ontstoken, maar nog niet geperforeerd blijkt te zijn, dan is nabehandeling met antibiotica niet nodig en kunt u vaak spoedig weer naar huis. Als de blinde darm tijdens de operatie al geperforeerd blijkt te zijn, en er dus darmbacteriën in de buikholte zijn vrijgekomen, dan is vaak een nabehandeling met antibiotica gedurende enkele dagen nodig. Het verblijf in het ziekenhuis zal in dit geval langer zijn.

Als een blinde darmontsteking al langer bestaat, is het lichaam vaak zelf al bezig de ontsteking tegen te gaan. Er vormt zich een zogenaamd infiltraat, wat inhoudt dat er rond de blinde darm ontstoken vetweefsel wordt gevormd. In dit stadium kan een operatie leiden tot een verhoogde kans op complicaties, zoals darmletsel of abcedering, waardoor vaak wordt gekozen om niet te opereren en de ontsteking met antibiotica te behandelen. Behalve een infiltraat kan een langer bestaande blinde darmontsteking ook gepaard gaan met abcesvorming (het vormen van een puscollectie in de buik). Soms kan dit met alleen antibiotica worden behandeld, soms is ook een drainage van deze puscollectie door de radioloog nodig.

Wanneer een langer bestaande blinde darmontsteking met antibiotica goed behandeld is, is daarna het verwijderen van de blinde darm niet nodig, behalve als er klachten van pijn of herhaaldelijke ontstekingen blijven bestaan.

Na ontslag

Indien u na ontslag weer klachten krijgt, dan kunt u tot de eerstvolgende afspraak op de polikliniek contact opnemen met:

- de polikliniek Chirurgie (tijdens kantoortijden), telefoonnummer 0512 - 58 88 09, of
- de afdeling Spoedeisende Hulp (buiten kantoortijden), telefoonnummer 0512 - 58 81 45