Aandachtspunten bij ontslag na een heup- en knieprothese

Medicatie

Het is belangrijk dat u het innemen van de pijnstillers over 24 uur verdeelt. Bijvoorbeeld bij 3 x daags iedere 8 uur en 2  x daags iedere 12 uur.

  • De volgende pijnmedicatie mag u innemen bij ontslag:
    • 3 x daags 1000 mg Paracetamol (tablet)
    • 1 x daags 90 mg Arcoxia (Etoricoxib) (tablet) in combinatie met Pantozol 1 x daags 20 mg (maagbeschermer)

      of (afhankelijk van wat u voorgeschreven heeft gekregen)
    • 3 x daags Tramadol 50 mg of Zaldiar (paracetamol/tramadol 325/37,5mg)

Indien u niet of nauwelijks pijn heeft begint u als eerste met het stoppen van de Arcoxia of met het afbouwen van de Tramadol. Daarna de paracetamol afbouwen en / of stoppen. Tegelijkertijd met het stoppen van de Arcoxia mag de maagbeschermer gestopt worden.

  • Antitrombose medicijnen. Omdat er tijdens de operatie botschade gemaakt is, heeft u ongeveer 6 weken lang (vanaf de dag van operatie) anti-trombose medicijnen nodig ter voorkoming van trombose, ongeacht uw mobiliteit. Deze medicijnen dient u bij voorkeur op hetzelfde tijdstip te gebruiken.
    • Xarelto (Rivaroxaban) 10 mg 1 x per dag 1 tablet gedurende 35 dagen innemen na ontslag.
    • Fraxiparine 0,4ml 1 x per dag gedurende 40 dagen of korter indien u nog andere bloedverdunnende medicatie gebruikt (plavix/marcoumar/acenocoumarol)
Recepten

Vanaf de afdeling krijgt u recepten mee waarmee u uw medicatie op kunt halen. Na ontslag kunt u uw ontslagmedicijnen ophalen bij de apotheek van Nij Smellinghe. De apotheek vindt u bij de ingang van de polikliniek.

Herstellen van de operatie
  • Uw geopereerde been kan dik en/of blauw zijn door een bloeduitstorting en/of vochtophoping. Dit is normaal na een gewrichtsvervangende operatie. Leg uw been in rust hoger dan uw blaas. Bij een totale heupprothese zorgt u dat uw bovenlichaam daarbij achterover leunt. Blijf vooral in beweging. Lopen stimuleert de bloedsomloop en zorgt ervoor dat het vocht uit het been wordt afgevoerd. Uw been zal na rust minder dik zijn. Bij een knieprothese is de zwelling tussen de 7e en 10e dag het ergst.
  • De kous die u na de operatie meekrijgt kunt u gebruiken tot 6 weken na de operatie. De kous zorgt voor extra steun aan het been, zodat vocht uit het been eerder terug naar de bloedbaan gaat en uw been minder dik wordt. Wanneer uw been niet meer dikker is dan voor de operatie of als de kous gaat afzakken, mag u het gebruik afbouwen of stoppen. 
  • Wond: Bij ernstige roodheid, toename van wondlekkage, hevige pijn of koorts (boven 38o C) kunt u bellen met de verpleegkundig specialist. U mag douchen.
Infecties

De kans op een infectie blijft ook in de toekomst bestaan. Bij een operatie, huidinfectie of een grote/bloedige ingreep aan het gebit, moet u uw behandelend (tand)arts doorgeven dat u een prothese heeft. Dit geldt voor iedereen met een prothese, maar vooral voor mensen met een verminderde afweer (zoals bij suikerziekte of chemotherapie). In sommige gevallen kan het nodig zijn dat u antibiotica voorgeschreven krijgt.

Contact

Bij problemen kunt u tijdens het telefonisch spreekuur contact opnemen met de verpleegkundig specialist / physician assistent Orthopedie. Het telefonisch spreekuur vindt plaats op maandag tot en met vrijdag van 11.30 – 12.30 uur.
Het telefoonnummer van de verpleegkundig specialist / physician assistent Orthopedie is (0512) 588 223.

Bij dringende vragen na kantooruren en in het weekend wordt u de eerste 14 dagen na de operatie verzocht contact op te nemen met de spoedeisende hulp van Nij Smellinghe, telefoonnummer (0512) 588 146.