Lumbale wervelkanaalstenose

Binnenkort wordt u in ziekenhuis Nij Smellinghe opgenomen voor een operatie aan een vernauwing van het lendenwervelkanaal. Deze brochure informeert u over de lumbale kanaalstenose, de operatie en de herstelperiode. Ook leest u een aantal richtlijnen en adviezen die kunnen bijdragen aan een sneller herstel.

Wat is een lumbale wervelkanaalstenose?

Een lumbale kanaalstenose, een vernauwing van het lendenwervelkanaal, is een veelvoorkomende aandoening. De vernauwing wordt veroorzaakt door normale verouderingsprocessen in de wervelkolom, waardoor de tussenwervelschijven afplatten en gaan uitpuilen in het wervelkanaal. Daarnaast wordt het kanaal vernauwd door slijtage van de wervelgewrichten. Door de slijtage worden wervelgewrichten groter, daarnaast worden de banden waarmee de wervels aan elkaar vastzitten dikker. Hierdoor kan er een vernauwing optreden waardoor de zenuwvezels bekneld raken. Bij mensen met een aangeboren nauw wervelkanaal kan deze aandoening zich al vroeg voordoen.

Typische klachten voor deze aandoening zijn een uitstralende pijn in de benen en soms in de rug tijdens het lopen en een langere tijd staan. Hierbij treden soms doofheid of stuurloosheid in de benen op. Zitten, voorover bukken of hurken geeft verlichting van de klachten. Fietsen geeft meestal geen klachten. Tijdens het lopen en staan is de rug van nature hol, waardoor de ruimte in het wervelkanaal het kleinst is en waardoor de zenuwvezels nog meer beklemd raken. Niet alle vernauwingen in de onderrug hoeven geopereerd te worden. Meestal zijn de ernst en duur van de klachten de hoofdreden om tot een operatie te besluiten.

Voorbereiding op de operatie

Preoperatief spreekuur
Voordat u in het ziekenhuis wordt opgenomen, krijgt u eerst een oproep voor het preoperatief spreekuur. Op dit spreekuur heeft u een intake-gesprek met een anesthesist en een verpleegkundige. Hier worden ook afspraken gemaakt over het wel of niet gebruiken van uw medicatie. Zo kunt u, vanaf een aantal dagen voor de operatie, geen bloedverdunners meer gebruiken.

Voor de operatie regelen
We proberen u zo vroeg mogelijk te laten weten wanneer u wordt opgenomen voor de ingreep. Toch kan het voorkomen dat u pas een dag van tevoren wordt gebeld. Probeer van tevoren alles te regelen wat nodig is. Na ontslag uit het ziekenhuis krijgt u fysiotherapie. U regelt de fysiotherapeut zelf. Wij raden u aan voor uw operatie contact op te nemen met een fysiotherapeut.

Wat neemt u mee?
U brengt nachtkleding, toiletartikelen en de medicijnen die u gebruikt mee. We verzoeken u de medicijnen mee te nemen in de originele verpakking. Neem ook gemakkelijk zittende kleding en schoenen waar u goed op loopt mee voor het oefenen na de operatie.

De dag van de opname
Wanneer u naar het ziekenhuis komt voor opname, kunt u zich melden bij de balie van de afdeling A3 (neurologie/neurochirurgie) (route 67).
De verpleegkundige van de afdeling voert een kort opnamegesprek en bereidt u voor op de operatie. De fysiotherapeut komt bij u langs voor instructie en stelt u een aantal vragen.

De operatie

Voorbereiding
Als u ’s ochtends wordt geopereerd, mag u vanaf 24.00 uur niet meer eten, drinken en roken. Wordt u ’s middags geopereerd, dan is een licht ontbijt nog toegestaan. Verwijder thuis de nagellak van uw nagels. Tijdens de operatie kunt u geen sieraden en make-up dragen.

In het ziekenhuis stopt u met de pijnstilling. Als dat nodig is krijgt u na de operatie pijnstilling. Ongeveer een uur voor de operatie wordt uw onderrug geschoren en is er gelegenheid om naar het toilet te gaan. Vervolgens trekt u al uw kleren uit en krijgt u een operatiejasje aan. Hebt u een gebitsprothese of plaatje, dan doet u deze uit.

U krijgt, zoals afgesproken met de anesthesist, een tabletje om alvast wat rustiger te worden. Daarna mag u niet meer uit bed. Na een uur wordt u in bed naar de operatieafdeling gereden.

De operatie
In principe vindt de operatie plaats onder algehele narcose. Tijdens de operatie ligt u op uw buik. Allereerst wordt met röntgendoorlichting de juiste operatieplaats bepaald. Hierna maakt de neurochirurg in het midden van de rug een snee, waarna de rugspieren aan één kant worden losgemaakt van de wervels.

Vervolgens wordt op de plek van de vernauwing met een boortje bot verwijderd tot er voldoende ruimte is ontstaan voor de zenuwvezels. Ook wordt een bindweefselplaat (het gele ligament) (deels) verwijderd. Tijdens de operatie kan de neurochirurg constateren dat de beknelde zenuwen weer voldoende ruimte hebben gekregen.

Vervolgens wordt de wond weer gesloten. Zo nodig wordt er een slangetje (drain) achtergelaten voor het afvoeren van wondvocht.

Operatierisico's
Zoals bij iedere operatie, kleven ook aan deze operatie risico’s. De grootste risico’s liggen vooral in de leeftijd en de algemene gezondheidstoestand (bijvoorbeeld het hebben van hart- of longlijden of diabetes).

De specifieke operatierisico’s zijn een nabloeding en infectie in het operatiegebied. Een zeer zeldzame complicatie is het optreden van uitvalsverschijnselen (verlamming, gevoelsverlies, incontinentie) ten gevolge van zenuwbeschadiging.

Direct na de operatie
De operatie duurt ongeveer een uur. Hierna verblijft u een poosje op de uitslaapkamer. Daar wordt ook uw familie gebeld. Als u weer terug bent op de afdeling mag de hoofdsteun eventueel een klein stukje omhoog. U mag, als u op de rug ligt, zelf uw knieën optrekken.

Wanneer u pijn heeft, kunt u dit aangeven bij de verpleegkundige. U krijgt dan de afgesproken pijnmedicatie. Ook tegen misselijkheid kunt u medicatie krijgen. Begin  in verband met de gegeven narcose eerst rustig aan met licht verteerbaar eten.

Na de operatie is het belangrijk dat u een aantal uren blijft liggen om nabloeden te voorkomen. Na vier uren mag u zelf draaien en op uw zij gaan liggen. De wond wordt gecontroleerd en u krijgt een pleister op de wond.

De verpleegkundige controleert regelmatig of u uw benen goed kunt bewegen en of het gevoel in beide benen goed is. De fysiotherapeut komt bij u langs en helpt u voor het eerst uit bed. Ook adviseert hij/zij u of u de rest van de avond zelf uit bed mag gaan of onder begeleiding van een verpleegkundige.

U krijgt ’s avonds een injectie om trombose te voorkomen. Deze injectie krijgt u tijdens uw opname één keer per dag.

Na de operatie

Pijn
Na de operatie kunt u nog pijn hebben. Dit kan veroorzaakt worden door:

  • Wondpijn: deze pijn wordt veroorzaakt door de wond die tijdens de operatie is ontstaan.
  • Pijn vanuit de spieren en gewrichten.
  • Zenuwpijn: de zenuw heeft lange tijd druk ondervonden van de vernauwing. De vernauwing is opgeheven, maar de zenuw is nog geïrriteerd. Door lopen en oefenen kan de zenuw weer gaan opspelen en dezelfde klachten geven als voor de operatie. De klachten zijn wel minder heftig. De klachten kunnen ook de tweede of de derde dag na de operatie optreden, omdat u dan wat meer gaat doen.

Pijnklachten na de operatie zijn niet ongewoon. Vaak kunt u wel aangeven of het om spierpijn of zenuwpijn gaat. Spierpijn is niet direct een reden om het rustiger aan te doen, dit herstelt spontaan. Zenuwpijn vraagt om rust om zo de zenuw de gelegenheid te geven zich te herstellen. Wij raden u aan lopen, liggen en zitten regelmatig af te wisselen. Zitten vormt de grootste belasting voor de rug.

Ontslag uit het ziekenhuis
Op de dag van ontslag, heeft de secretaresse al een controleafspraak voor u gemaakt bij de neurochirurg. Dit is meestal vier tot zes weken na de operatie. De neurochirurg stelt uw huisarts per brief op de hoogte van het verloop van de operatie.

Tijdens de controleafspraak bekijkt de arts de belastbaarheid en het resultaat van de operatie. Meestal wordt dan besproken dat u de belasting mag opvoeren. Werkhervatting hangt samen met het type werkzaamheden dat u doet.

In principe gaat u zonder pijnmedicatie naar huis. Zo nodig kunt u thuis paracetamol nemen. Als u bij het ontslag nog wel pijnmedicatie gebruikt, dan krijgt u een recept mee naar huis. Dit kunt u thuis, met vermindering van de klachten, zelf afbouwen.

U mag zelf nog niet rijden, maar kunt wel met eigen vervoer naar huis. Het is verstandig om na elk half uur rijden even te stoppen en een stukje te lopen. Dit om overmatige belasting van uw rug te voorkomen.

De herstelperiode

U bent nog niet volledig hersteld als u naar huis gaat. Mogelijk vallen de eerste dagen thuis tegen. Ongemerkt doet u misschien vrij veel en hier reageert uw lichaam op. Houd daarom de eerste weken na de operatie rekening met pijn en vermoeidheid. U leert zelf aanvoelen wat uw rug kan hebben.

Fysiotherapie na ontslag
Na ontslag behandelt uw eigen fysiotherapeut u verder. U krijgt oefeningen en instructies om uw rug meer te kunnen belasten. U krijgt een verwijsbrief van de neuroloog en een overdracht van de ziekenhuisfysiotherapeut mee

Hechtingen
Meestal gebruikt de neurochirurg onderhuidse hechtingen die vanzelf oplossen. Wanneer dit niet het geval is, verwijdert uw huisarts de hechtingen na zeven dagen. Soms gebruikt de neurochirurg hechtpleister (steristrips) om de wond te hechten. Deze pleisters kunt u zeven dagen na de operatie zelf verwijderen.

Mogelijke problemen

Bij elke operatie is er kans op problemen na de tijd. Uw behandelend arts heeft deze problemen met u besproken. Hebt u hierover nog vragen, stel deze dan aan uw arts. De kans op de problemen die we noemen is erg klein, maar wel aanwezig.

Doof gevoel, verlies van kracht
Dit wordt meestal veroorzaakt doordat de zenuw geïrriteerd is tijdens de operatie en daardoor wat gezwollen raakt. Het dove gevoel en verlies aan kracht gaan binnen enkele weken tot maanden na de operatie vanzelf over. Bij sommige mensen duurt het een jaar en bij 2% van de patiënten die hiermee te maken krijgt treedt geen herstel op.

Nabloeding
Een nabloeding komt zelden voor. Soms kan er, als gevolg van een nabloeding, druk op de zenuwen ontstaan. Hierdoor kunt u pijn, tintelingen, een doof gevoel en/of verlies van kracht in het been ervaren.

Wondproblemen
Op verschillende plaatsen kunnen wondproblemen ontstaan:

  • Door een infectie van de wond, als het litteken niet goed geneest.
  • Door een infectie van de tussenwervelruimte en/of wervel. Dit komt zeer zelden voor.
  • Door loslaten van de wondranden. Dit kan wijzen op een beginnende infectie.
  • Door lekkage van hersenvocht.

Instabiliteit van de wervels
Na de operatie kan een lichte speling ontstaan tussen de wervels. Het is ook mogelijk dat de ruimte tussen de wervels zo afneemt, dat u weer problemen krijgt u uw rug of been. Dit komt bij ongeveer 5% van de patiënten voor.

Toename last rug en/of been
Dit wordt veroorzaakt door verhoogde druk op de gewrichten tussen de wervels. Dit veroorzaakt vaak de eerste drie maanden meer last in de rug, maar gaat in dezelfde periode ook over.

Contact opnemen

Heeft u last van één van de volgende symptomen, neem dan onmiddellijk contact op met uw huisarts. Onderstaande symptomen komen echter zeer zelden voor.

  • Onhoudbare pijn in rug of been
  • Abnormale zwelling van de wond
  • Opengesprongen wond
  • Pus uit de wond
  • Hoge koorts
  • Toenemend krachtsverlies aan één of beide benen
Adviezen voor thuis

We adviseren u er op te letten geen verkeerde bewegingen te maken met uw rug, zoals voorover buigen en draaien. Als u oefeningen doet, let er dan op dat u tijdens de oefeningen goed doorademt. Stop met de oefening als deze pijn veroorzaakt.

Zitten
Met name de eerste tijd na de operatie is het verstandig om niet te lang achter elkaar stil te zitten. Het is belangrijk dat u lopen, zitten en liggen zoveel mogelijk afwisselt. Maak er een gewoonte van om ieder uur even rond te lopen. We raden u aan op een stoel te zitten met een rugleuning, die hoog en laag in de rug steun geeft. Daarnaast moet u voldoende zithoogte hebben. Uw benen moeten naar uw gevoel op een natuurlijke wijze op de grond rusten.

Werken
De eerste vier tot zes weken is het niet verstandig om te gaan werken. Tijdens uw afspraak op de polikliniek kunt u met de arts overleggen wanneer u weer aan het werk kunt.

Autorijden
Wees voorzichtig met autorijden. In een auto zit u laag. Dat is vlak na de operatie niet goed voor uw rug. We adviseren u het autorijden voorzichtig op te bouwen.

Fietsen
Heeft u thuis een hometrainer, dan kunt u op dit apparaat met fietsen beginnen. Hierbij heeft u geen last van schokken en kan er niets onverwachts gebeuren. Gaat het  goed, dan kunt u na een week proberen te fietsen. Bouw dit rustig op.

Zwemmen
Met zwemmen kunt u na drie weken weer beginnen. Het maakt hierbij niet uit of u op uw buik of rug zwemt.

Huishoudelijk werk
Lichte huishoudelijke taken, zoals koffie zetten, koken, afwassen en stoffen kunt u direct weer doen. Probeer steeds goed aan te voelen wat het effect van deze activiteiten op uw rug is. Werkzaamheden die de rug zwaar belasten zijn onder andere stofzuigen en het bed opmaken.

Vrijen
Seksuele gemeenschap is niet bezwaarlijk voor de rug. Probeer wel uw rug zo weinig mogelijk te belasten.

Sporten
Wanneer u voor de operatie aan sport deed en een goede conditie had, zult u merken dat uw conditie behoorlijk verminderd is. Verbeter dus eerst uw conditie, voor u weer deelneemt aan een eventuele training. U kunt thuis aan uw conditie werken door te gaan wandelen. Als u dit twintig minuten kunt volhouden, dan kunt u gaan joggen. Zorg voor goed schokabsorberend schoeisel. Voer het tempo van het joggen op totdat u goed kunt hardlopen. Langzamerhand kunt u weer beginnen met de training van uw sport. Wees vooral zeer voorzichtig met contactsporten zoals voetbal en judo.

Tot slot

Heeft u naar aanleiding van deze brochure nog vragen, dan kunt u bellen met het secretariaat van verpleegafdeling A3 Neurologie, telefoonnummer (0512) 588 451. Heeft u vragen over uw opname, dan kunt u bellen met het secretariaat van de polikliniek Neurologie/neurochirurgie, telefoonnummer (0512) 588 823.

Meer informatie over de lumbale wervelkanaalstenose kunt u vinden op: www.nvvn.org.