Borstkanker - DCIS

Algemeen
Bij u is een voorstadium van borstkanker geconstateerd. Deze afwijking wordt Ductaal Carcinoma In Situ (afgekort DCIS) genoemd.

Wat is DCIS?
In het weefsel van uw borst zijn door de patholoog onrustige/afwijkende cellen gevonden.
Het is een celtype waarvan we weten dat het uiteindelijk leidt tot borstkanker. Dit zou over 5 maanden kunnen zijn, maar ook pas over 5 jaar.
DCIS wordt opgespoord via een röntgenfoto van de borst (een mammografie), bijvoorbeeld bij het bevolkingsonderzoek naar borstkanker.
Er zijn vaak kalkspatjes te zien (microcalcificaties). Het is bijna nooit te voelen en alleen onder de microscoop zichtbaar te maken bij weefselonderzoek.

DCIS komt meestal maar op één plaats in de borst voor, maar de afwijking kan wel groot zijn.

Het verschil tussen borstkanker en DCIS is het volgende:

  • Borstkanker: groeit in de omliggende weefsels en organen en kan uitzaaien. Uitzaaien wil zeggen dat cellen los raken en zich via bloedvaten en/of lymfvaten door het lichaam verspreiden.
  • DCIS: groeit niet in de omliggende weefsels en kan ook niet uitzaaien. DCIS is beperkt tot de melkgangen in de borst. Hoewel DCIS geen borstkanker is, wordt het intensief behandeld. Dit is nodig, want als er DCIS in de borst achter blijft na de behandeling, bestaat de kans dat daaruit alsnog borstkanker ontstaat. De genezingskansen zijn bij een juiste behandeling van DCIS vrijwel 100%.

Behandeling
De behandeling bestaat uit het wegsnijden van de afwijking met een rand gezond weefsel (een excisie biopsie). Als het om DCIS gaat, is het noodzakelijk dat bij een operatie àlle DCIS wordt weggenomen. De snijranden moeten schoon zijn.

Als de snijranden niet schoon zijn, moet er opnieuw een stukje weefsel worden weggenomen, dit noemt men een re-excisie. Als dit weefsel dan nog niet schoon is, of als de afwijking door de hele borst zit, is het soms nodig om de hele borst weg te halen (ablatio).

Soms blijkt na onderzoek door de patholoog dat er naast de DCIS ook borstkankercellen aanwezig zijn. Hierdoor kan het behandelplan worden veranderd.
Uw behandeling wordt afgestemd op uw situatie en wordt stap voor stap met u besproken

De uitslag
Het verwijderde weefsel wordt onderzocht in het pathologisch laboratorium in Leeuwarden. De uitslag krijgt u van uw behandelend chirurg, ruim een week na de operatie. Aan de hand van de bespreking van de uitslag in het multidisciplinaire team (chirurg, radioloog, radiotherapeut, internist-oncoloog, patholoog en de mammacare verpleegkundige) komt uw chirurg met een voorstel voor een eventuele nabehandeling.