Borstkanker - Mammalokalisatie

Doel van het onderzoek
Wanneer de tumor operatief verwijderd dient te worden en niet te voelen is, wordt voorafgaand aan de operatie een “lokalisatiedraadje” ingebracht. Omdat de afwijking niet te voelen is, moet de afwijking gelokaliseerd worden, zodat de chirurg het juiste weefsel weg kan halen. De lokalisatie wordt door een radioloog en een röntgenlaborant uitgevoerd en duurt ongeveer 30 tot 60 minuten.

Voorbereiding
Wilt u de dag van lokalisatie geen bodylotion, crèmes, zinkzalf of talkpoeder gebruiken? Talkpoeder en zinkzalf zijn te zien op de röntgenfoto en als u bodylotion of crèmes gebruikt, is het mogelijk dat uw borst wegglijdt tijdens het maken van de foto’s. U kunt wel deodorant gebruiken.

Verloop van het onderzoek
Dit lokaliseren gebeurt met behulp van röntgen en/of echo onderzoek. Er wordt door een naald een dunne metalen voerdraad met weerhaakje ingebracht, op de plaats van de afwijking. Uw borst wordt licht aangedrukt door een compressieplaat en het is van belang om niet meer te bewegen. De computer berekent nu nauwkeurig de plaats en de diepte waar de lokalisatienaald moet worden ingebracht. De prikplaats wordt ontsmet, waarna de radioloog de lokalisatienaald met draad (met weerhaakje) inbrengt.

Indien de radioloog gebruik maakt van echografie, ligt u op een onderzoekstafel en wordt de afwijking in de borst opgezocht met behulp van echografie. De prikplaats wordt ontsmet. Vervolgens brengt de radioloog onder echogeleide de naald met lokalisatiedraad in.

Vervolg van beide onderzoeken
Als de naald goed zit wordt deze eruit gehaald en blijft de dunne lokalisatiedraad achter in de borst, precies op de plaats van de afwijking. Er worden twee röntgenfoto’s gemaakt, net als bij het mammografie onderzoek. Deze foto’s worden gemaakt om te controleren of de lokalisatiedraad goed zit. Het uitstekende deel van de lokalisatiedraad wordt op de huid vastgeplakt, zodat de draad niet ergens achter kan blijven haken. Daarna mag u zich weer aankleden.

Verloop tijdens de operatie
De gemaakte foto’s worden op de operatiekamer bekeken. Tijdens de operatie wordt het weefsel rond het weerhaakje verwijderd. Van het verwijderde weefsel wordt een  röntgenfoto gemaakt om te beoordelen of de afwijking in het stukje weefsel zit. Vervolgens wordt het weefsel opgestuurd voor onderzoek.