Hypo / hyperbeleid insulinepomptherapie DiaFrys

Wat moet je doen bij een hypo of hyper?

Als je diabetes hebt, dan zijn er een aantal belangrijke regels waar je naar moet handelen in geval van een hypo/hyper. In dit boekje kun je nalezen wat je moet doen. Het kan handig zijn om het altijd bij je te hebben. Wanneer je na het lezen van dit boekje nog vragen hebt, dan kun je dit bespreken met je ouders, kinderarts of de kinderdiabetesverpleegkundige.

Bloedglucosewaarde prikken

Goede of foute bloedglucosewaarden bestaan niet. Wat wel belangrijk is, is dat je reageert op afwijkende waarden. Het is normaal dat je bloedglucosewaarde een beetje 'schommelt' in de loop van de dag. Nadat je gegeten hebt, stijgt je bloedglucosewaarde altijd. Ongeveer 1,5 tot 2 uur na de maaltijd, is je bloedglucosewaarde het hoogst. Daarna zakt het weer. Als je diabetes hebt, dan moet je regelmatig je 'bloedglucosespiegel' controleren. Dit doe je door je bloedglucosewaarde te prikken, zoals met je is afgesproken. Je doet dit ook meteen wanneer je het gevoel hebt dat er iets niet in orde is.

Op welke tijd je kunt prikken en wat dan de gewenste bloedglucosewaarde is, dat lees je in de tabel hieronder.

Als je ontdekt dat je bloedglucosewaarde afwijkt (hoger of lager dan in deze tabel staat), dan moet je actie ondernemen.

Hoe merk je dat je bloedglucosewaarde te hoog is?

Als je bloedglucosewaarde te hoog is, krijg je de klachten die je ook had toen je nog niet behandeld werd voor diabetes. Je krijgt dorst, je gaat veel drinken en je moet dus ook veel plassen. Als je teveel vocht verliest kan je zelfs uitdrogingsverschijnselen krijgen. Wanneer je bloedglucosewaarde lang hoog blijft, ga je sneller ademhalen en krijgt je rode blosjes op je wangen. Je wordt steeds suffer en je kunt last krijgen van buikpijn en braken. Je adem en je urine ruiken vreemd (naar 'aceton').

Tip: Noteer wat jouw specifieke klachten zijn en geef dit door aan bijvoorbeeld je familie, vrienden, leraren en buren. Op deze manier kan je omgeving ook opletten en jou op tijd waarschuwen om je bloedsuiker te meten.

Je hebt met een insulinepomp geen insulinevoorraad in je lijf (subcutaan insulinedepot), zoals iemand die langwerkende insuline spuit. Dit betekent dat je bij een pomp- of naaldprobleem binnen 5-8 uur ernstig kunt ontregelen (Ketoacidose). Daarom is het altijd erg belangrijk dat je actie onderneemt bij een hoge bloedglucosewaarde en later controleert of je actie succesvol was.

Wat moet je doen als je bloedglucosewaarde te hoog is?

Bloedgucosewaarde prikken
Als je denkt dat dit zo is, prik je eerst je bloedglucosewaarde. In de tabel hieronder zie je wat je verder moet doen bij een hyper.

Let op: sommige jongeren hebben een eigen bij-spuit-/bolusschema, gebruik dan je eigen schema, bij twijfel bellen.

Bloedglucose ≤ 15 mmol (kleiner of net zo groot als 15!)
Als je bloedglucosewaarde≤ 15 mmol/l is, moet je een correctiebolus toedienen.
Dit doe je volgens model 1 of 2

-LET OP:**Omnipod gebruikers
-LET OP: Kijk ook naar de “actieve insuline” of  ** IOB. Is je bloedsuiker  niet gezakt en er is nog insuline werkzaam zal de pomp deze hoeveelheid van de nieuwe bolus aftrekken. Als de naald geknikt  was mag je ervan uitgaan dat de insuline niet gegeven is, dus moet je deze eerder gegeven  bolus nog bij de bolus optellen en deze zelf  aanpassen!
-Als je eerder met de pen gespoten hebt, houdt de pomp geen rekening met actieve insuline( **IOB), dan moet je het zelf uitrekenen. Per uur halveert de werking van de bolus.
-Als je bloedglucosewaarde duidelijk te hoog is:  > 15 mmol/l

Stap 1 Zoek uit waarom je bloedsuiker zo hoog is

Maatregelen: Bij "pompoorzaak" het probleem verhelpen, door de naald / infuusslang / ampul / batterij te vervangen.

Stap 2 Los het eventuele pompprobleem op

LET OP: 90% van de onverklaarde hoge bloedsuikers wordt veroorzaakt door een geknikte naald!
Bij "pompoorzaak" het probleem verhelpen, door de naald / infuusslang / ampul / batterij te vervangen. Daarna of bij andere oorzaken of als je geen oorzaak kan vinden moet je je ketonen meten.

Stap 3  Meet je ketonen

Wat zijn ketonen?
Ketonen zijn afvalproducten van de vetverbranding.
Wanneer zijn je ketonen verhoogd?
Wanneer je lijf de koolhydraten (glucose)  niet als brandstof (voor energie) kan gebruiken, zoekt het een alternatief en gaat vet verbranden (je hebt dus te weinig insuline in je bloed). Je bloedsuiker is dus hoog! De ketonen kunnen ook verhoogd zijn als je te weinig eet, bijvoorbeeld door buikpijn, misselijkheid en braken, maar ook bij intensieve duursport. Je bloedsuikers zijn dan laag (honger ketonen)!
Hoe meet je de ketonen?
Net als de bloedsuiker kun je de ketonen met een speciale teststrip in je bloed meten met de Precision Xceed bloedglucose- en ketonenmeter.
Waarom zijn ketonen zo gevaarlijk?
Ketonen verzuren je lijf. Je voelt je ziek, hebt buikpijn, wordt misselijk en moet overgeven. Je adem ruikt naar “fruit” (aceton) Vaak ga je overgeven.
BRAKEN = BELLEN

Na een poos wordt je ademhaling sneller en kan je bewustzijn verminderen en zelfs verdwijnen. Dit noemen wij keto-acidose. Een keto-acidose kan binnen 5 tot 8 uur ontstaan, daarom is het belangrijk op tijd met het diabetesteam te overleggen. Vroegtijdig overleg en regelmatige controle van de bloedwaarden voorkomt vaak een ziekenhuisopname!

Plan A

Plan B
Let op: bel het behandelteam of DiaFrys als de bloedsuikers en de ketonen na de acties van PLAN A niet zakken!! Dit voorkomt meestal opnames!

BRAKEN = BELLEN ( ook zonder ketonen)

LET OP:**Omnipod pomp basale verhoging (plus + x %)

 

Hoe kun je merken dat je bloedglucosewaarde te laag is?

Als je te laag in je bloedsuikers zit, dan noem je dit een 'hypo'. Dit is een woord uit het Latijn en betekent 'te laag'. Het hele woord wordt ook wel ´hypoglykemie´ genoemd, wat betekent ´te lage bloedsuikers´.

Je spreekt van een Hypo:
-
Als je bloedsuiker  lager of gelijk is aan ≤ 3.5 mmol/l + bijbehorende Hypo-klachten.
-Als je geen klachten hebt en je bloedsuiker lager of gelijk is aan ≤  3 mmol/l.

Als je bloedglucosewaarde te laag is, dan kun je last hebben van diverse klachten, die bij iedereen verschillend kunnen zijn. Luister naar je lijf en normaliseer de glucose, anders kun je bewusteloos raken.


 

Tip: Noteer wat jouw specifieke klachten zijn en geef het door aan bijvoorbeeld je familie, vrienden, leraren, buren en/of sportleiders. Op deze manier kan je omgeving oplettend zijn en jou op tijd waarschuwen om je bloedsuiker te meten. Omdat je enigszins eigenwijs wordt door een hypo, hoort het erbij dat je het lage bloedsuiker ontkent.

Wat moet je doen als je bloedglucosewaarde te laag is?

Zodra je denkt dat je een hypo krijgt, kun je je bloedglucosewaarde prikken om vast te kunnen stellen of je bloedglucosewaarde ook werkelijk te laag is.

Meten is weten:

 LET OP:**Omnipod

Eet, nadat je een hypo met verschijnselen en een bloedglucosewaarde van minder dan 3,5 mmol/l hebt gehad, altijd een halve boterham of bijvoorbeeld een Sultana koekje, om te voorkomen dat je bloedsuiker opnieuw gaat dalen. Moet je nog activiteiten volgen verlaag dan je “tijdelijk basaal” voor 1 tot 3 uren met 10% tot 30% (90% tot 70% of    **-10% tot ** -30%) Heb je vaker hypoglycemieën, neem dan contact op met je behandelteam.

 Algemeen
De Bloedglucose stijgt:
± 2 mmol/l  van 1,5 gram glucose per 10 kg lichaamsgewicht.
± 4 mmol/l van 3 gram glucose  per 10 kg lichaamsgewicht.

Let op de verschillen: Druivensuikertabletten (glucosetabletten)

Na een hypo ben je vaak erg moe en soms heb je last van buikpijn, hoofdpijn, misselijkheid moet soms braken. Dat komt door je lichaamseigen Glucagon. Je weet vaak niet precies meer wat er gebeurd is, omdat je hersenen te weinig suikers hebben om goed te werken.
Tip:

Te sterke stijging van je bloedglucose na een hypo:
Als je een hypo behandeld hebt, kan het zijn dat je in de uren erna een hoge bloedglucose krijgt. Dit kan te maken hebben met het innemen van  teveel koolhydraten (KH). Let dus op dat je niet teveel KH inneemt. Het kan ook een reactie van je lichaam zijn door het aanspreken van je reserve glucose welke opgeslagen ligt bij je lever en je spieren. Op deze verhoogde waarde hoef je niet bij te spuiten want deze normaliseert vanzelf.

Risico op herhaling van een hypo:
Na een hypo moet je lichaam de reserves aan glucose (welke opgeslagen liggen  bij je lever en je spieren) weer aanvullen. Daardoor kun je gemakkelijker weer een hypo krijgen.

Noodgevallen
Als je zelf niet meer kunt slikken, heb je een diepe hypo. In dat geval heb je hulp van iemand uit je omgeving nodig. Het kan zijn dat je slap bent en bewusteloos,  maar soms kun je erge spiertrekkingen hebben en lijkt het op een epileptisch insult.

Wat moet je omgeving doen?
1. De pomp afkoppelen of de slang doorknippen!
2. Glucagen injecteren (net als insuline of dieper).

Stap 3  Zofran smelttablet geven tegen de misselijkheid

                

Stap 4  Extra koolhydraten laten eten
Stap 5  Bij spierpijnklachten zo nodig paracetamol geven

Dosering:Paracetamol

Wanneer niemand Glucagen bij de hand heeft of er is niemand die kan spuiten, dan moet je omgeving het volgende doen (zie stroomschema blz.23)
1.   Jou in stabiele zijligging neerleggen
2.   112 bellen.
3.   Duidelijk vertellen dat het om diabetes type 1 gaat.
4.  Bij de persoon blijven totdat er hulp is.

Wanneer moet je extra goed opletten?

Er zijn een aantal dingen waardoor je bloedglucosewaarde daalt en er zijn een aantal dingen waardoor je bloedsuiker stijgt. Het is goed om dit van tevoren te weten, zodat je er rekening mee kunt houden.

Je bloedglucosewaarde daalt als:

  • je te weinig eet;
  • je meer beweegt dan normaal;
  • je teveel insuline bolust;
  • je boluswizard niet goed ingesteld is,
  • je een te hoge basaalstand hebt;
  • het buiten erg warm is;
  • je alcohol gedronken hebt;
  • je een hete douche of warm bad genomen hebt
  • Als je last hebt van Lipodystrofie (spuitplaatsen)

Je bloedglucosewaarde stijgt als:

  • je te veel eet;
  • je minder beweegt dan normaal;
  • je te weinig insuline bolust;
  • je boluswizard niet goed  ingesteld is.
  • je infuus niet goed zit;
  • je onder spanning staat;
  • je koorts of pijn hebt;
  • je veel hormoonwerking in je lijf hebt.
  • Als je last hebt van Lipodystrofie (spuitplaatsen)

Spanning is soms moeilijk te herkennen. Je kunt bij 'spanning' denken aan spanning tijdens een examen of een ingrijpende gebeurtenis. Het kan ook om leuke spanning gaan zoals een verjaardag of een feestje. Sommige meisjes hebben voor en tijdens de ongesteldheid een sterk wisselende bloedglucosewaarden. Bij koorts of pijn is het aan te raden de kinderarts te bellen voor advies (zie eerst blz 16-18,  hoofdstuk 8 en 9)

Speciale maatregelen bij bijzondere omstandigheden

Wat als je niet fit bent ,verkouden wordt of als je stress hebt:

  • Je bent  minder gevoelig voor insuline.
  • Voor dezelfde hoeveelheid eten heb je  ±10% meer insuline nodig.

In de tabel hieronder staat wat je moet doen als je last hebt van stress, ziekte zonder koorts, diarree of overgeven.

Bij koorts
1. Neem voldoende vocht.
2. Neem Paracetamol.
3. Verhoog de ‘tijdelijke  basaal stand’ voor de komende 8 uren als volgt:

Let op : **Omnipod pomp basale verhoging (+/-….%)

Probeer de bloedglucose ook bij ziekte tussen de 3,5 en 10 mmol/l te houden door meer insuline te geven. Bij een te hoge bloedglucosewaarde volg je hoofdstuk 4 (blz.5) Bij een te lage bloedglucosewaarde volg je hoofdstuk 6 (blz.12)

Bij misselijkheid en braken
-
Volg het protocol op blz. 13 (lage bloedglucose)
-Meet minimaal om de 2 uur de bloedglucose.
-Meet de ketonen om de 4 uur.
-Probeer per 10 minuten 2-3 slokjes ORS (apotheek).
-Geef wanneer nodig Zofran smelttablet (zie dosering blz 14)
-Neem contact op met het behandelteam of DiaFrys.

Diarree en misselijkheid
-
Vaak heb je juist een lage bloedglucose en weinig zin in eten. Bolus dan per maaltijd minder of niets naar gelang de bloedsuikers zijn en zet
-Zo nodig de basaal op  80%.
-Blijf wel altijd insuline geven, ook met weinig eten en lage bloedglucoses.
-Weet je niet goed hoeveel insuline je moet geven, bel gerust het behandelteam.
-Neem vaker kleine hapjes of suikerhoudend drinken, neem af en toe ook slokjes bouillon.

Menstruatieklachten
1-3 dagen voor de menstruatie zijn de bloedglucoses vaak verhoogd en tijdens de eerste dagen van de menstruatie dalen de bloedglucoses, pas dan de insuline aan en bolus per maaltijd minder, overleg wanneer nodig met het behandelteam. Tijdens de menstruatie kun je geregeld wisselende bloedglucoses hebben, meet dan vaker en luister goed naar je lijf. Gebruik wanneer nodig Paracetamol.

Stress en hoge bloedglucose voor een leuk spannende gebeurtenis
Geef dan niet direct een correctiebolus, maar meet na 1,5 à 2 uur weer het bloedsuiker en onderneem dan pas actie. Vaak is de bloedglucose weer normaal als de spanning wegvalt (Bijvoorbeeld bij een schoolreisje: zodra de bus onderweg is, zakt de spanning).

Speciale maatregelen bij koorts en braken

Als je ziek bent, koorts hebt, moet braken en/of diarree hebt, dan moet je het dieetadvies volgen dat je van de diëtiste gekregen hebt.

In het kort houdt dat in:

Verder moet je bij koorts en braken het volgende doen:

Wanneer je twijfelt of helemaal geen voedsel of drinken binnen kunt houden, bel dan meteen met je behandelteam of DiaFrys.

Vertel het aan mensen in je omgeving
Zorg dat mensen in je omgeving weten dat je diabetes hebt en zorg er vooral voor dat voldoende mensen weten wat ze moeten doen als je een hypo krijgt en je zelf niet meer kunt eten of slikken. Thuis moeten ze weten hoe ze Glucagon moeten spuiten. Anderen moeten weten dat  ze 112 moeten bellen en dat ze moeten vertellen dat het om diabetes gaat. Je kunt daarbij bijvoorbeeld denken aan je familie, vrienden, kennissen, sportverenigingen en aan het schoolpersoneel.

 Vul zelf ook je SOS-ketting of een informatiekaart in en zorg dat je die altijd draagt! Het is aan te raden het ICE nummer (In Case of Emergency-nummer) in je mobiel op te slaan. Dat is het nummer dat iemand moet bellen als je onwel wordt. Hulpverleners zoeken hier ook naar.

Wat je altijd bij je moet hebben

Als je diabetes hebt, dan zijn er een paar dingen die je altijd bij je moet hebben:

  • Bloedglucose meter + prikmateriaal.
  • Druivensuiker of Dextro.
  • Insuline en insulinepen.
  • Extra 2e  systeem / 2e naaldje met aansluiting.
  • Extra gevulde flacon.
  • Noteer je pompinstellingen.

Als je intensief wilt sporten of op vakantie gaat:

  • Bloedketonenmeter en strips.
  • Extra eten met voldoende koolhydraten (bijvoorbeeld als je gaat sporten).
  • Glucagen.

Let op: ook bij opname in het ziekenhuis moet je je eigen spullen meenemen!

Zie ook:  sport en diabetes…. binnen kort op de website…..www.diafrys.nl

Bijlage 1 Stroomschema Hyperglycaemie met de pomp

Bijlage 2 Stroomschema Hypoglycaemie met de pomp

Bijlage 3 Bereikbaarheid kinderdiabetesteam

Spoednummer polikliniek kinderdiabetes :               0512-588286

Let op: als je net diabetes hebt of net over gestapt bent op een pomp kun je beter via de poli of de kinderafdeling contact opnemen met de dienstdoende kinderarts( zie hier onder). Je gaat pas naar verloop van tijd met DiaFrys bellen in  overleg met je diabetesdokter.

Buiten kantooruren:

Bereikbaar  via DiaFrys                         tel: 0800-diafrys = 0800-3423797

Kijk ook op: www.diafrys.nl
Let op: Bij problemen met doorschakelen van de telefoon is altijd de dienstdoende kinderarts via de Kinderafdeling:  0512-588460  dag en nacht te bereiken. De verpleegkundige van de afdeling zal u in contact brengen met de dienstdoende kinderarts.

Diabetes verpleegkundige voor kinderen en jeugd
Thea Horjus 0512-588286     t.horjus@nijsmellinghe.nl
Werkdagen: maandag, dinsdag en woensdag

Maria Jonker 0512-588286   m.jonker@nijsmellinghe.nl
Werkdagen donderdag en vrijdag, woensdagmiddag tijdens diabetesspreekuren.            
 

Diëtiste :                                                0512-588643                                                 dietetiek@nijsmellinghe.nl

         

Klinisch Kinder –en jeugdpsycholoog
Annemieke Hofs   a.hofs@nijsmellinghe.nl
Aline Wytske de Boer  Aw.Boer@nijsmellinghe.nl
0512-588957                         

Spoed buiten kantooruren:  

Buiten kantooruren: via DiaFrys 0800-diafrys = 0800-3423797
Kijk ook op: www.diafrys.nl

Wanneer neem ik contact op met DiaFrys?

1. Bij braken!
2. Als de Ketonen te hoog zijn (>1mmol/l)
3. Als de glucoseregeling ondanks het volgen van het Hypo/hyper protocol niet voldoende is.
4. Als u zich zorgen maakt over uw kind.

Bijlage 4 Verklarende woordenlijst en gebruikte afkortingen

Verklarende woordenlijst en gebruikte afkortingen:

DT=Dagtotaal insuline =is de som insuline per 24 uur.  Dus : Bolus- + Basaalhoeveelheid  per 24 uur

EH = eenheden insuline

IG = Insulinegevoeligheid is het getal dat aangeeft hoeveel je bloedsuiker zakt op 1 eenheid insuline (wordt ook: “100-regel” of “correctiefactor ” of gewoon “gevoeligheid” genoemd, afhankelijk  van welke pomp je gebruikt).

Insulinegevoeligheid berekenen: 100 delen door het DT =100/DT geeft X mmol daling op 1 EH kortwerkende insuline(=IG)

Correctiebolus = insuline voor het corrigeren van een  “ te hoge bloedsuiker”.

Correctiebolus berekenen: Bereken hoeveel jou bloedsuiker moet zakken en deel dat door de IG dan weet je wat je bij moet spuiten. Bv. Bloedglucose is 8mmol te hoog, IG is 4. 8 : 4 = 2 Je moet dan 2EH kortwerkende insuline bijspuiten(bolussen).

Bol = Bolus (insuline voor de maaltijd)

Bas=Basale (insuline)=insulinedosering welke 24uur  doorgaat

rat.= de Ratio, is de hoeveelheid  koolhydraten die je met  1 EH insuline weg bolust . Bij de Omnipod noemt men dit I/KH ( insuline/ koolhydraatverhouding) soms ook koolhydraatfactor genoemd. De ratio zelf berekenen: maaltijd (aantal KH) delen door insuline(EH)= Ratio of I/KH faktor voorbeeld 55KH: 5EH=11 Ratio voor deze maaltijd is 11.

IOB =” insulin on board”of “active insuline” is insuline die van een eerder gegeven bolus nog werkt in jou lichaam.