Hypo / hyperbeleid insulinepentherapie DiaFrys

Wat moet je doen bij een hypo of hyper?

Als je diabetes hebt, dan zijn er een aantal belangrijke regels waar je naar moet handelen in geval van een hypo of hyper. In dit boekje kun je nalezen wat je moet doen. Het kan handig zijn om het altijd bij je te hebben. Wanneer je na het lezen van dit boekje nog vragen hebt, dan kun je dit bespreken met je ouders, kinderarts of de kinderdiabetesverpleegkundige.

Bloedglucosewaarde prikken

Goede of foute bloedglucosewaarden bestaan niet. Wat wel belangrijk is, is dat je reageert op afwijkende waarden. Het is normaal dat je bloedglucosewaarde een beetje 'schommelt' in de loop van de dag. Nadat je gegeten hebt, stijgt je bloedglucosewaarde ongeveer 3 mmol/l. Ongeveer 1,5 tot 2 uur na de maaltijd, is je bloedglucosewaarde het hoogst. Daarna zakt het weer. Als je diabetes hebt, dan moet je regelmatig je 'bloedglucosespiegel' controleren. Dit doe je door je bloedglucosewaarde te prikken, zoals met je is afgesproken. Je doet dit ook meteen wanneer je het gevoel hebt dat er iets niet in orde is.

Op welke tijd je kunt prikken en wat dan de gewenste bloedglucosewaarde is, dat lees je in de tabel hieronder.

Als je ontdekt dat je bloedglucosewaarde afwijkt (hoger of lager dan in deze tabel staat), dan moet je actie ondernemen.

Hoe merk je dat je bloedglucosewaarde te hoog is?

Als je een te hoge bloedglucose hebt, dan noem je dit een 'hyper'. Dit is een woord uit het Latijn en betekent 'te hoog'. Het wordt ook wel ´hyperglykemie´ genoemd, wat betekent ´te hoge bloedglucose´.

Als je bloedglucosewaarde te hoog is, krijg je de klachten die je ook had toen je nog niet behandeld werd voor diabetes. Je krijgt dorst, je gaat veel drinken en je moet dus ook veel plassen. Als je teveel vocht verliest kan je zelfs uitdrogingsverschijnselen krijgen. Wanneer je bloedglucosewaarde lang hoog blijft, ga je sneller ademhalen en krijg je rode blosjes op je wangen. Je wordt steeds suffer en je kunt last krijgen van buikpijn en braken. Je adem en je urine ruiken vreemd (naar 'aceton').

Tip: Noteer wat jouw specifieke klachten zijn en geef dit door aan bijvoorbeeld je familie, vrienden, leraren, sportleiders  en buren. Op deze manier kan je omgeving ook opletten en jou op tijd waarschuwen om je bloedsuiker te meten.

Wat moet je doen als je bloedglucosewaarde te hoog is?

Als je denkt dat dit zo is, prik je eerst je bloedglucosewaarde. In de tabel hieronder staat beschreven wat je moet doen bij een hyper.
Let op: Heb je een eigen bij spuitschema afgesproken met de kinderarts, gebruik je eigen schema. Bij twijfel bellen.

Correctie van je bloedglucose berekenen volgens Model 1 of 2

Let op:
Sommige jongeren hebben een eigen bij spuit schema. Gebruik in dat geval je eigen schema. Bij twijfel bel met je behandelteam of Diafrys.

Als je bloedglucosewaarde duidelijk te hoog is:  > 15 mmol/l 

Wat moet je doen:

1. Probeer de oorzaak te achterhalen.

2. Probeer de bloedsuiker te corrigeren. Volg hiervoor onderstaande instructies.

Ketonen

- Wat zijn ketonen:
Ketonen zijn afvalproducten van de vetverbranding.

- Wanneer zijn je ketonen verhoogd:
Wanneer je lijf de koolhydraten (glucose) niet als brandstof (voor energie) kan gebruiken, zoekt het een alternatief en gaat vet verbranden (je hebt dus te weinig insuline in je bloed). Je bloedsuiker is dus hoog!
De ketonen kunnen ook verhoogd zijn als je te weinig eet, bijvoorbeeld door buikpijn, misselijkheid en braken, maar ook bij intensieve duursport. Je bloedsuiker is dan laag (honger ketonen)!

- Hoe meet je de ketonen?
Net als de bloedsuiker kun je de ketonen met een speciale teststrip in je bloed meten met de Precision Xceed bloedglucose-  en ketonenmeter.

- Waarom zijn ketonen zo gevaarlijk?
Ketonen verzuren je lijf. Je voelt je ziek, hebt buikpijn, wordt misselijk en moet overgeven. Je adem ruikt naar “fruit(aceton)”. Vaak ga je overgeven.

 

BRAKEN = BELLEN (altijd)

 

Na een poos wordt je ademhaling sneller en kan je bewustzijn verminderen en zelfs verdwijnen. Dit noemen wij keto-acidose. Een keto-acidose kan binnen een paar dagen ontstaan, daarom is het belangrijk op tijd met het diabetesteam te overleggen. Vroegtijdig overleg en regelmatige controle van de bloedwaarden en correctie van je bloedglucose voorkomt vaak een ziekenhuisopname!

Plan A: ketonen laag

* Ben je onzeker of heb je twijfels geld altijd: bel met het behandelteam of DiaFrys

Plan B: Bloedglucose en ketonen duidelijk verhoogd

 Ketonen
0,0 - 0,6
mmo'/l
Ketonen
0,7 - 1,5 mmol/l
Ketonen
1,5 - 3,0 mmol/l
Let op:
Ketonen hoger dan 3
mmol/l
 
1Zie plan A
blz. 9
Spuit 1,5 keer
correctie dosis
kortwerkende
insuline volgens
Model 1 of 2
op blz. 5
Risico op
ontwikkelen keto-
acidose.

Spuit dubbele
correctie dosis
kortwerkende
insuline volgens
Model 1 of 2
op blz. 5

Keto-acidosiche
ontregeling.

Spuit dubbele
correctie dosis
kortwerkende
insuline volgens
Model 2 op blz. 5 en
ga dan verder met
stap 2.

2 

Meet je bloed-
glucose na 2 uur.
Ga naar stap 3
als je bloed-
glucose niet onder
10 mmol/l is
gezakt en neem
contact op met
het behandelteam
of Diafrys.

Neem dan contact
op met het
behandelteam of
Diafrys.
Bel dan met spoed
de kinderarts of
Diafrys.

Behandeling in het
ziekenhuis kan
nodig zijn.
3Bloedglucose en de ketonen na 2 uur steeds opnieuw meten en volg het
schema weer vanaf stap 1.

Let op: BRAKEN = BELLEN (altijd)

Hoe merk je dat je bloedglucosewaarde te laag is?

Als je een lage bloedglucose hebt, dan noem je dit een 'hypo'. Dit is een woord uit het Latijn en betekent 'te laag'. Het wordt ook wel ´hypoglykemie´ genoemd, wat betekent ´te lage bloedbloedglucose´.

Je spreekt van een hypo:

  • Als je bloedglucose  lager of gelijk is aan ≤ 3.5 mmol/l + bijbehorende Hypo-klachten.
  • Als je bloedglucose  lager of gelijk is aan ≤ 3 mmol/l, ook als je geen klachten hebt.

 

Meten is weten!

Als je bloedglucose te laag is, kun je last hebben van diverse klachten, die bij iedereen verschillend kunnen zijn. Luister naar je lijf en corrigeer je bloedglucose, anders kun je bewusteloos raken.


 

Tip: Noteer wat jouw specifieke klachten zijn en geef het door aan bijvoorbeeld je familie, vrienden, leraren, buren en/of sportleiders. Op deze manier kan je omgeving oplettend zijn en jou op tijd waarschuwen om je bloedsuiker te meten. Omdat je enigszins eigenwijs wordt door een hypo, hoort het erbij dat je de lage bloedsuiker ontkent.

Wat moet je doen als je bloedglucosewaarde te laag is?

Zodra je denkt dat je een hypo hebt of krijgt, kun je je bloedglucosewaarde prikken om vast te stellen of je bloedglucosewaarde ook werkelijk te laag is.

Meten is weten!

Tip:
Te sterke stijging van je bloedglucose na een hypo:
Als je een hypo behandeld hebt, kan het zijn dat je in de uren erna een hoge bloedglucose krijgt. Dit kan te maken hebben met het innemen van  teveel koolhydraten (KH). Let dus op dat je niet teveel KH inneemt.
Het kan ook een reactie van je lichaam zijn door het aanspreken van je reserve glucose welke opgeslagen ligt bij je lever en je spieren. Op deze verhoogde waarde hoef je niet bij te spuiten want deze normaliseert vanzelf.

Risico op herhaling van een hypo:
Na een hypo moet je lichaam de reserves aan glucose (welke opgeslagen liggen  bij je lever en je spieren) weer aanvullen. Daardoor kun je gemakkelijker weer een hypo krijgen.

Algemeen 

De bloedglucose stijgt:

  • ± 2 mmol/l  van 1,5 gram glucose/10 kg lichaamsgewicht.
  • ± 4 mmol/l van 3 gram glucose/10 kg lichaamsgewicht.

Let op de verschillen in Druivensuikertabletten (glucosetabletten):

Na een hypo ben je vaak erg moe en soms heb je last van buikpijn, hoofdpijn, misselijkheid en moet je braken. Dat komt door je lichaamseigen glucagon.
Je weet vaak niet precies meer wat er gebeurd is, omdat je hersenen even te weinig suikers hebben gehad om goed te werken.

NOODGEVALLEN

Als je zelf niet meer kunt slikken, heb je een diepe hypo. In dat geval heb je hulp van iemand uit je omgeving nodig. Het kan zijn dat je slap bent en bewusteloos,  maar soms kun je erge spiertrekkingen hebben en lijkt het op een epileptisch insult.

Wat moet je omgeving doen?

1. Injecteer Glucagen (net als insuline onder de huid of in de spier).
Dosering:


2. Laat de persoon niet alleen en zorg voor veiligheid.

Wanneer niemand Glucagen bij de hand heeft of er is niemand die kan spuiten, dan moet je omgeving het volgende doen:                

  1. Stabiele zijligging.
  2. 112 bellen.
  3. Vertel duidelijk dat het om diabetes type 1 gaat.
  4. Bij de persoon blijven totdat er hulp is.
  5. Nadien Paracetamol innemen tegen de misselijkheid.

Dosering: Paracetamol

 

Wanneer moet je extra goed opletten?

Er zijn een aantal dingen waardoor je bloedglucosewaarde daalt en er zijn een aantal dingen waardoor je bloedsuiker stijgt. Het is goed om dit van tevoren te weten, zodat je er rekening mee kunt houden.

Je bloedglucosewaarde daalt als:

  • je te weinig eet
  • je meer beweegt dan normaal
  • je teveel insuline injecteert
  • je de maaltijddosering niet goed hebt berekend
  • het buiten erg warm is
  • je alcohol gedronken hebt
  • je een hete douche of warm bad genomen hebt
  • als je last van lipodystrofie hebt (spuitplaatsen)

 

Je bloedglucosewaarde stijgt als:

  • je te weinig spuit
  • je te veel eet
  • je minder beweegt dan normaal
  • je onder spanning staat
  • je ziek wordt, koorts of pijn hebt
  • je veel hormoonwerking in je lijf hebt (groeihormoon/puberteitshormoon)
  • als je last van lipodystrofie hebt (spuitplaatsen)

Spanning is soms moeilijk te herkennen. Je kunt bij 'spanning' denken aan spanning tijdens een examen of een ingrijpende gebeurtenis. Het kan ook om leuke spanning gaan zoals een verjaardag of een feestje. Sommige meisjes hebben voor en tijdens de menstruatie sterk wisselende bloedglucosewaarden (zie blz. 18 menstruatie klachten).
Bij koorts of pijn is het aan te raden de kinderarts te bellen voor advies (zie eerst blz. 17 tot en met 19).

Speciale maatregelen bij bijzondere omstandigheden

Er zijn een aantal omstandigheden waarbij je extra op moet letten of eventuele aanpassingen moet doen aan je spuitschema.
Hieronder worden een aantal veel voorkomende omstandigheden besproken.

Als je niet fit bent

Als je niet fit bent, verkouden wordt of als je stress hebt

  • Dan ben je minder gevoelig voor insuline.
  • Voor dezelfde hoeveelheid eten heb je  ±10% meer kortwerkende insuline nodig.

 

Probeer de bloedglucose ook bij ziekte tussen de 3,5 en 10 mmol/l te houden door meer kortwerkende insuline te geven

In de tabel hieronder staat wat je moet doen als je last hebt van stress of ziekte zonder koorts, diarree of overgeven.

Bij koorts

Neem de volgende maatregelen:
1. Neem voldoende vocht.
2. Neem Paracetamol (tabletten of zetpillen) volgens de tabel op blz. 14.
3. Verhoog de langwerkende insuline alleen in overleg met het behandelteam.
4. Pas de kortwerkende insuline aan volgens onderstaande tabel

Bij een te hoge bloedglucosewaarde, zie blz. 4 tot en met 9.  
Bij een te lage bloedglucosewaarde, zie blz. 12 tot en met 14.

Bij misselijkheid en braken

Let op:  Braken is bellen!

  • Meet minimaal om de 2 uur de bloedglucose.
  • Meet de ketonen om de 4 uur.
  • Probeer per 10 minuten 2-3 slokjes ORS (apotheek) te drinken.
  • Neem contact op voor overleg met het behandelteam of DiaFrys.

Diarree en misselijkheid

Als je last hebt van misselijkheid en diarree, heb je juist vaak een lage bloedsuiker en weinig zin in eten.
Neem de volgende maatregelen:

  • Neem vaker kleine hapjes of ORS en/of suikerhoudend drinken.
  • Spuit per maaltijd minder insuline.
  • Blijf wel altijd iets insuline geven, ook met weinig eten en lage bloedglucoses. Spuit zo nodig na de maaltijd.
  • Weet je niet goed hoeveel insuline je moet geven, bel gerust het behandelteam of DiaFrys.

Tip:
je zou de langwerkende insuline tijdelijk kunnen verlagen (in overleg met het behandelteam of DiaFrys) en de kortwerkende insuline halveren afhankelijk van de bloedsuikers.

Menstruatieklachten

1-3 dagen voor de menstruatie zijn de bloedglucosen vaak verhoogd en de eerste dagen van de menstruatie dalen de bloedglucosen weer. Meet dan vaker en luister goed naar je lijf. Pas zonodig de insulinedosering aan (met tijdelijk basaal en bolus ratio) Overleg wanneer nodig met het behandelteam of DiaFrys.

Stress en hoge bloedglucose voor een leuk spannende gebeurtenis

Door stress kan je bloedglucose stijgen. Vaak zakt de bloedglucose snel als de spanning wegvalt. Bijvoorbeeld bij een schoolreisje: zodra de bus onderweg is, zakt de spanning en dan ook de bloedsuiker.
Spuit dan niet direct extra insuline, maar meet na 1,5 à 2 uur weer de bloedsuiker en onderneem dan pas actie.

Speciale maatregelen bij koorts en braken

Als je ziek bent, koorts hebt, moet braken en/of diarree hebt, dan moet je het dieetadvies volgen dat je van de diëtiste gekregen hebt.

In het kort houdt dat in:


 

Vertel het aan mensen in je omgeving

Zorg dat mensen in je omgeving weten dat je diabetes hebt en zorg er vooral voor dat voldoende mensen weten wat ze moeten doen als je een hypo krijgt en je zelf niet meer kunt eten of slikken.

Thuis kan er Glucagon gespoten worden en of 112 gebeld.

Anderen moeten 112 bellen en vertellen dat het om diabetes gaat.
Je kunt daarbij denken aan je familie, vrienden, kennissen, sportverenigingen en aan het schoolpersoneel.

Vul zelf ook je SOS-ketting of een informatiekaart in en zorg dat je die altijd draagt! Het is aan te raden het ICE nummer (In Case of Emergency-nummer) in je mobiele telefoon op te slaan. Dat is het nummer dat iemand moet bellen als je onwel wordt. Hulpverleners kijken er naar.

Wat je altijd bij je moet hebben

Als je diabetes hebt, dan zijn er een paar dingen die je altijd bij je moet hebben:

  • Bloedglucose meter + prikmateriaal.
  • Druivensuiker of Dextro.
  • Fruit en/of brood
  • Insuline en insulinepen.
  • Noteer je insulinedosering

Als je intensief wilt sporten of op vakantie gaat:

  • Bloedketonen meter en strips.
  • Extra eten met voldoende koolhydraten (bijvoorbeeld als je gaat sporten).
  • Glucagen.

Let op: ook bij opname in het ziekenhuis moet je je eigen spullen meenemen!

Zie ook: sport en diabetes…. binnen kort op de website…..
www.diafrys.nl

Bijlage 1 Stroomschema Hyperglycaemie insulinepen

*IG :zie bijlage 4

Bijlage 2 Stroomschema Hypoglycaemie met de pen

Bijlage 3 Bereikbaarheid kinderdiabetesteam

(Geen) Spoed:

Tijdens kantooruren
Spoednummer polikliniek kinderdiabetes: (0512) 588 286

Diabetes verpleegkundige voor kinderen en jeugd
Thea Horjus                                       (0512) 588 286                                                     
                                                           t.horjus@nijsmellinghe.nl
werkdagen: maandag, dinsdag en woensdag

Maria Jonker                                      (0512) 588 286
                                                           m.jonker@nijsmellinghe.nl
werkdagen: donderdag en vrijdag
woensdagmiddag tijdens de diabetesspreekuren

Diëtiste                                                (0512) 588 643

Klinisch Kinder- en jeugdpsycholoog:    
Annemieke Hofs                                  (0512) 588 957
                                                             a.hofs@nijsmellinghe.nl

 

Spoed buiten kantooruren


Wanneer neem ik contact op met DiaFrys?
1. Bij braken!
2. Ketonen verhoogd (bij ziekte >1.0 mmol/l en anders >1.5 mmol/l).
3. Als de glucoseregeling ondanks het volgen van het Hypo/hyper protocol niet voldoende is.
4. Als u zich zorgen maakt over u kind.

Bijlage 4 Verklarende woordenlijst en gebruikte afkortingen

Verklarende woordenlijst en gebruikte afkortingen:

EH = eenheden insuline
DT = Dagtotaal  = is de som insuline per 24 uur dus: kortwerkende + langwerkende insuline per 24 uur

IG = Insulinegevoeligheid; is het getal dat aangeeft hoeveel je bloedsuiker zakt op 1 eenheid insuline.
Dit wordt ook wel de “100-regel” of “correctiefactor ” genoemd.
Insulinegevoeligheid berekenen:
100 delen door het DT = x  mmol daling op 1 EH insuline (IG)

Kh-rat.= koolhydraatratio = hoeveel koolhydraten spuit je weg met 1 EH insuline.
Kh-ratio berekenen:
500 delen door het
DT= algemene koolhydraatratio