Borstkankerzorg (polikliniek)

Adjuvante behandeling

Na de operatie krijgen de meeste vrouwen met borstkanker nog een aanvullende behandeling met medicijnen. Het doel van deze behandeling is het doden van de eventueel nog in het lichaam aanwezige kankercellen. Deze cellen zijn niet aan te tonen op foto’s of bij bloedonderzoek. Door deze cellen uit te schakelen wordt de kans op het alsnog ontstaan van uitzaaiingen verkleind. De aanvullende behandeling noem je een adjuvante behandeling. Deze behandeling kan het risico op terugkeer van kanker in de andere borst of op andere plaatsen in het lichaam verkleinen.

Het advies voor adjuvante behandeling wordt gegeven op basis van het risico op terugkeer van de kanker. Dit risico wordt bepaald aan de hand van uw leeftijd, de afmeting van de tumor, het beeld onder de microscoop en de aan- of afwezigheid van uitzaaiingen in de okselklieren.

In sommige situaties kan ook de uitkomst van de eerder genoemde mammaprint hierbij een rol spelen.

Borstkankerpatiënten worden vaak behandeld met een combinatie van de verschillende adjuvante behandelingen die er zijn. Deze behandeling is op u afgestemd. In overleg wordt een behandeling gekozen waarvan een zo gunstig mogelijk effect en zo weinig mogelijk bijwerkingen worden verwacht. Bij de keuze voor de uiteindelijke behandeling  wordt ook rekening gehouden met uw algehele gezondheid, ziektes uit het verleden, dagelijks medicijngebruik en het eventueel door hebben gemaakt van de overgang of menopauze.

Welke adjuvante behandelingen zijn er?
Bij borstkanker kan aanvullend chemotherapie, hormonale therapie en immunotherapie (Herceptin) gegeven worden.
De meeste vrouwen die jonger zijn dan 70 jaar komen in aanmerking voor een behandeling met adjuvante chemotherapie. De keuze hangt af van de eigenschappen van de borstkanker die bij operatie is gevonden en uw algemene gezondheid. Alle adjuvante behandelingen met chemotherapie zijn infuusbehandelingen die op de dagbehandeling worden gegeven.

U wordt behandeld met hormonale therapie als u een hormoongevoelige tumor heeft.
Bij hormoongevoelige borstkanker hebben de borstkankercellen geslachtshormonen nodig om te kunnen groeien. Krijgen ze die niet, dan sterven ze af. Het doel van hormonale therapie is daarom de hoeveelheid vrouwelijke geslachtshormonen (oestrogeen en progesteron) in het lichaam te verlagen en de aanwezige hormonen  buiten werking te stellen .
De hormonale therapie is meestal een behandeling met tabletten, die u eenmaal daags slikt. De behandelduur is meestal 5 jaar; soms wordt deze in overleg met uw arts verlengd.

Bij vrouwen die door de overgang zijn en een hormoongevoelige tumor hebben, kan soms worden afgezien van adjuvante chemotherapie, omdat de adjuvante hormonale therapie alleen al voldoende werkzaam is.

 

Behandeling met immunotherapie (herceptin) wordt gegeven als uit het onderzoek van het tumorweefsel is gebleken dat er veel her-2 eiwit op de buitenkant van de tumorcellen zit. Deze behandeling wordt gegeven via een infuus of middels een injectie.

Patiënten die zowel met adjuvante chemotherapie als met adjuvante hormonale therapie of herceptin behandeld worden, beginnen altijd met de chemotherapie. De hormonale therapie start na afloop van de chemotherapie. De behandeling met herceptin start halverwege de chemotherapie.

De adjuvante behandelingen duren vaak lang en het is belangrijk dat u zich tijdens deze behandelingen goed voelt. Daarom wordt er steeds nagegaan of er bijwerkingen zijn en of deze bijwerkingen u belemmeren. Als dit het geval is, wordt nagegaan hoe uw klachten verminderd kunnen worden, of er een andere behandeling nodig is en of de behandeling gestaakt moet worden.

Neo-adjuvante behandeling:
In sommige situaties wordt gekozen voor een behandeling met chemotherapie alvorens te opereren. Een belangrijke reden om chemotherapie voor een operatie te geven is het verkleinen van de tumor, zodat alsnog een borstsparende operatie mogelijk is.

Neo-adjuvante chemotherapie wordt gegeven bij een in principe ongunstige vorm van borstkanker. Dat is een vorm of stadium waarbij vaststaat dat er sowieso aanvullende behandelingen nodig zijn, zoals chemotherapie en waarbij de tumor (erg) agressief is, de invasieve groei (uitlopers van de tumor) niet goed afgrensbaar zijn en al vrij groot, eigenlijk te groot om nog sparend te kunnen opereren. Het gaat dan bijvoorbeeld over een tumor van meer dan drie centimeter een tumor met al aangedane lymfeklieren.