Borstkankerzorg (polikliniek)

Chirurgische behandeling

Meestal begint de behandeling van borstkanker met een operatie. Hiervoor zijn verschillende mogelijkheden.
Tijdens de operatie wordt de tumor verwijderd en ook wordt daarbij onderzoek gedaan naar de situatie van de lymfeklieren (zie hieronder bij: operatie aan de oksel).

Het verwijderen van de tumor kan door middel van een borstsparende of een borstverwijderende operatie.

Borstsparende operatie
Om in aanmerking te komen voor een borstsparende operatie speelt de grootte van de tumor een belangrijke rol. Bij een tumor kleiner dan vier centimeter wordt meestal een borstsparende operatie geadviseerd. Andere factoren die een rol spelen zijn bijvoorbeeld de plaats van de tumor, de grootte van de borst en uw algemene conditie.

In sommige situaties wordt gekozen voor een behandeling met chemotherapie voordat geopereerd wordt. Dit wordt neo-adjuvante chemotherapie genoemd. Een belangrijke reden om chemotherapie voor een operatie te geven is het verkleinen van de tumor, zodat alsnog een borstsparende operatie mogelijk is.

Bij de borstsparende operatie wordt de kwaadaardige afwijking verwijderd, maar ook een gedeelte van het omliggende, gezonde borstweefsel. Daardoor is de chirurg er zo zeker mogelijk van dat alle kwaadaardige cellen die zich rond het gezwel kunnen bevinden, zijn verwijderd.

Microscopisch onderzoek van het verwijderde weefsel kan achteraf aantonen of de kwaadaardige afwijking volledig is verwijderd. Soms is dat niet het geval en is het noodzakelijk om in een volgende operatie meer afwijkend weefsel weg te halen. Als er nog voldoende ruimte in de borst is, kan dat vaak nog steeds borstsparend. Anders is het nodig om alsnog de borst te amputeren.

De cosmetische resultaten van de borstsparende operatie hangen af van de plaats en grootte van de tumor en de omvang van de borst. De vorm en structuur van de borst kunnen door de operatie veranderen. De mate waarin dit gebeurt, is vooraf moeilijk te voorspellen. Sommige veranderingen zijn tijdelijk, andere blijvend. Het cosmetische eindresultaat na de operatie is vaak pas te beoordelen na zes maanden tot een jaar.

Na een borstsparende operatie volgt altijd radiotherapie. Dat is nodig om de kans op terugkeer van de tumor te minimaliseren.

Als een borstsparende operatie met aanvullende bestraling van de borst bij u mogelijk is, en u kiest daarvoor, dan is uw prognose net zo goed is als wanneer u toch zou kiezen voor een borstverwijderende operatie.

Borstverwijderende  operatie
Als een borstsparende operatie niet mogelijk is of u wilt dit zelf liever niet, wordt gekozen voor een  borstverwijderende operatie (ablatio mammae). Hierbij wordt al het borstklierweefsel van de aangedane borst verwijderd. De ribben blijven bedekt door de borstspier.

Door de operatie ontstaat een vrij groot litteken. De borstwand is na de operatie niet altijd glad en kan iets verdikt zijn. Dit kan zich na een paar maanden herstellen.
Kort na de operatie hoopt zich altijd een hoeveelheid wondvocht op onder het litteken. Ook dit herstelt zich na enige tijd.
De huid van de borstwand wordt minder gevoelig of helemaal gevoelloos. Na herstel hiervan komt het soms voor dat een deel van de wond juist extra gevoelig is.

Het laboratorium onderzoekt het verwijderde weefsel. Bestraling is daarna alleen nodig als dit pathologisch onderzoek daar aanleiding voor geeft.

Wanneer de wond is genezen, is het mogelijk een borstprothese te dragen. Een borstreconstructie behoort, direct of later na de amputatie, ook tot de mogelijkheden.

Borstreconstructie
Bij een borstreconstructie maakt de plastisch chirurg een nieuwe borst. Hiervoor zijn vaak meerdere operaties nodig. Een borstreconstructie kan direct plaatsvinden tijdens de operatie waarin de borstamputatie wordt verricht of op een later moment. Namelijk zes tot twaalf maanden na de amputatie of beëindiging van eventuele bestraling en/of chemotherapie.

Uiteindelijk is een borstreconstructie vrijwel altijd mogelijk. De chirurg kan u hierover meer informatie geven en zo nodig verwijzen naar een plastische chirurg. In de folder van het KWF over borstreconstructies is ook meer te lezen over dit onderwerp.

Operatie aan de lymfeklieren
Voorafgaand aan de operatie wordt ook gekeken naar mogelijke uitzaaiingen in de lymfeklieren die bij de borst horen. Hiervoor wordt op de afdeling radiologie een echo van de oksel gemaakt. Als van tevoren al duidelijk is dat één of meerdere lymfeklieren in de oksel aangedaan zijn worden bij de borstoperatie ook alle lymfeklieren uit de oksel verwijderd. Dit wordt een okselklierdissectie (verwijdering) genoemd.

Is dit niet het geval dan wordt in de meeste gevallen een schildwachtklierprocedure gedaan. De lymfklier die hoort bij het gebied van de borst waar de tumor zit wordt op de dag voor de operatie opgespoord door de radioloog. Meestal zit deze lymfklier in de oksel, soms achter het borstbeen. Tijdens de borstoperatie wordt deze verwijderd en daarna onderzocht in het laboratorium net als het verwijderde weefsel van de borst. Als blijkt dat zich in deze lymfklier tumorweefsel bevindt, moeten ook de lymfeklieren verder behandeld worden. Soms betekent dit dat er een tweede operatie nodig is, maar het is ook mogelijk dat aanvullende bestraling op de kliergebieden gegeven wordt.