Borstkankerzorg (polikliniek)

Anatomie van de borst

De borsten bestaan voornamelijk uit vet en bindweefsel, dat als een beschermende laag om de bloedvaten en de melkklieren ligt. De hoeveelheid vetweefsel bepaalt de grootte van de borst. Het klierweefsel bestaat uit ongeveer twintig trosvormige klieren die via verzamelbuisjes, de melkgangen, uitkomen in de tepel. Tijdens de zwangerschap wordt in de melkklieren de melkproductie op gang gebracht. Via het bindweefsel zijn de borsten bevestigd aan de spieren van de borstkas.

Tepels kunnen stijf naar voren staan, ingetrokken zijn of plat. Ze worden stijver als het koud is, als iemand of iets er tegenaan schuurt, of bij opwinding tijdens het vrijen. Het gebied rond de tepel heet de tepelhof. Deze heeft dezelfde, iets donkere kleur als de tepel.

De huid van de borsten voelt glad aan. Bij sterke vermagering en bij vrouwen op hogere leeftijd kunnen er rimpels in de huid ontstaan.

In de periode na de eisprong en voor de menstruatie neemt het klierweefsel wat in omvang toe onder invloed van het hormoon progesteron. Ook gaat er meer bloed naar de borsten, waardoor bij sommige vrouwen een wat pijnlijk en gespannen gevoel in de borsten ontstaat. Na de menstruatie verdwijnt dit weer