Inleiding

De vaatchirurg heeft bij u een afwijking in een van de slagaderen vastgesteld. Door een stolsel in uw slagader, is deze vernauwd of afgesloten. Dit heeft tot gevolg dat er minder bloed doorheen kan stromen. Weefsels die van die slagader afhankelijk zijn, krijgen daardoor te weinig bloed en dus ook te weinig zuurstof. Als er maar heel weinig bloed door uw been stroomt, heeft u zelfs in rust pijn en kunt u helemaal niet meer lopen. Uw been of voet kan dan koud aanvoelen en een verkleuring laten zien.

Omdat bij u het stolsel in uw slagader, bypass of stent nog maar kort geleden is ontstaan komt u in aanmerking voor een Urokinase behandeling. Het doel van deze behandeling is om de afsluiting van de slagader op te heffen. De medicijnen Urokinase en Heparine zorgen ervoor dat het stolsel gaat oplossen. In deze folder leest u meer over deze behandeling.

Voorbereiding

Vindt de behandeling ’s ochtends plaats:
- U mag na 12 uur 's nachts niet meer eten of drinken. U moet nuchter zijn bij de start van de behandeling.

Vindt de behandeling ’s middags plaats:
- U mag 's ochtends een licht ontbijt gebruiken (beschuit met een kopje thee).

 Voor de behandeling krijgt u twee  infuusnaaldjes in uw arm, waarop zo nodig een infuus wordt aangesloten.

De behandeling

De behandeling vindt plaats op de afdeling Radiologie onder plaatselijke verdoving. Een interventieradioloog prikt de slagader in de lies aan. Uw bloedvaten worden door middel van contrastvloeistof zichtbaar maken op röntgenfoto’s. Dit heet een angiografie. Er wordt een katheter ingebracht in de slagader waarin het stolsel zit. Via deze katheter wordt het medicijn Urokinase toegediend.

De Urokinase moet het stolsel oplossen. Urokinase vergroot echter het risico op bloedingen. U wordt daarom van de afdeling Radiologie overgeplaatst naar de Intensive Care afdeling. Hier worden  uw bloeddruk, hartslag en hartritme regelmatig gecontroleerd.

Gedurende de behandeling
  • U heeft bedrust gedurende de hele behandeling, de hoofdsteun van uw bed mag maar een klein beetje omhoog.
  • U mag het been waarin de katheter zit niet bewegen. Hiermee voorkomt u dat de katheter gaat knikken.
  • Eén tot twee keer per dag wordt een controlefoto gemaakt om te kijken of het stolsel  in de slagader al oplost.
  • Meerdere keren per dag wordt uw bloed geprikt om de stolling van uw bloed te controleren.
  • De verpleegkundige observeert een aantal keren per dag de insteekopening in de lies op eventuele lekkage.
  • Regelmatig worden uw bloeddruk en hartslag gemeten.
  • Regelmatig wordt met behulp van een apparaat (doppler) gevoeld en geluisterd of het bloed in het afgesloten deel van de slagader weer gaat stromen.
  • Indien u weer een warm been krijgt of als de pijn plotseling verdwijnt, is dit waarschijnlijk een goed teken. Meldt u dit tijdens de behandeling aan de verpleegkundige.

Als u pijn heeft, krijgt u in overleg met de interventieradioloog pijnstilling. Het is vooraf niet duidelijk hoe vaak u een controlefoto krijgt. Iedere afsluiting is anders en iedereen reageert verschillend op de medicijnen. De interventieradioloog en vaatchirurg bepalen tijdens het onderzoek of de behandeling doorgaat of stopt. De duur van de behandeling is maximaal twee keer 24 uur.

Stoppen van de Urokinase behandeling

Wanneer de Urokinase behandeling wordt gestopt, verwijdert de interventieradioloog  de katheter weer uit uw lies. De insteekopening in de liesslagader kan hierna op twee manieren worden afgedicht:

  1. Door middel van een angioseal. Een angioseal is een soort plugje dat de insteekopening in de slagader afsluit. Hierna heeft u twee uurbedrust. Daarna mag u in overleg met de verpleegkundige weer voorzichtig rondlopen. De angioseal lost na drie maanden vanzelf op.
  2. Door middel van een drukverband. Uw lies wordt 10-15 minuten met de hand afgedrukt, waarna een drukverband om uw lies wordt aangebracht. Omdat uw bloed na de behandeling verdund is, moet het drukverband 24 uur blijven zitten. Zo kunnen we er zeker van zijn dat het bloedvat dicht zit. De eerste vier uur na het verwijderen van de katheter houdt u nog strikte bedrust, hierna mag voor de resterende twaalf uur de hoofdsteun hoger.

Wanneer de katheter is verwijderd, gaat u naar de algemene verpleegafdeling.

U mag in alle gevallen pas uit bed na overleg met uw verpleegkundige!

 Via het infuus in uw arm krijgt u tevens Heparine, een bloedverdunnend medicijn. Dit medicijn zorgt ervoor dat het bloed door uw hele lichaam dun blijft. Dit medicijn krijgt u totdat u over mag gaan op tabletten. Op de verpleegafdeling wordt uw bloed nog regelmatig geprikt om de stolling te controleren.

Vragen

Wanneer u nog vragen heeft over deze behandeling zal uw arts of de verpleegkundige deze graag beantwoorden.

Interventie radiologen:
Dr. J. M. Affourtit
Dr. J.G. Roukema

Vaatchirurgen:
Dr. H.G.J. Voesten
Dr. O.R.M. Wikkeling