Inleiding

Veel zuigelingen spugen rondom de voeding een deel van de voeding weer uit; een deel van de maaginhoud is dan weer terug gelopen naar de slokdarm. We noemen dit gastro-oesofageale reflux. Het is een onschuldig fenomeen maar kan heel vervelend zijn voor de baby en zijn/haar omgeving! Zeker als het spugen gepaard gaat met darmkrampen, onrust en (veel) huilen.

Hoe ontstaat gastro-oesofageale reflux?

Na het voeden vloeit een deel van de voeding terug naar de slokdarm (reflux) en de baby kan dit dan uitspugen. Het terugvloeien van de voeding is het gevolg van een nog onvolgroeide maag met een nog niet functionerend sluitmechanisme in combinatie met de vloeibare voeding en het luchthappen van het kindje tijdens de voeding. Eventuele klachten van reflux ontstaan meestal gedurende de eerste 3 maanden. Als kinderen groter worden, vormen het laatste deel van de slokdarm en de maagingang door hun specifieke bouw en ligging een afsluitmechanisme. Hierdoor gaan de klachten vanzelf weer over.

Wanneer behandelen we gastro-oesofageale reflux?

Zolang zuigelingen goed groeien en niet meer dan gemiddeld huilen, behoeft reflux geen behandeling. Als de reflux wel veel klachten lijkt te veroorzaken, zoals problemen met slikken, onvoldoende groeien en erg onrustig zijn (overstrekken), dan kan de reflux behandeld worden. Ook kan eventueel nader onderzoek worden ingezet.

Het is belangrijk te weten dat aan de oorzaak van de reflux niets kan worden gedaan, we behandelen alleen de gevolgen. De reflux gaat in de loop van het eerste levensjaar meestal vanzelf over (door verdere groei en rijping van het kind en door het vaster worden van de voeding).

Ook is het belangrijk om te weten dat huilen en spugen niet altijd met elkaar te maken hebben. Uw kinderarts kan u daar meer over vertellen.

De behandeling

De standaard behandeling van gastro-oesofageale reflux bestaat uit een aantal stappen:

• Er wordt gekeken of de juiste hoeveelheid voeding wordt gegeven.

• Er worden (houdings)adviezen gegeven, bijvoorbeeld het niet te snel neerleggen van de baby na de voeding en de baby goed laten boeren. Het ophogen van het hoofdeinde van de wieg/het bedje heeft over het algemeen weinig zin.

• Daarnaast kan de voeding (wat) worden ingedikt met Johannesbroodpitmeel of kan een voeding gegeven worden waarin dit al verwerkt is. Ook bij borstvoeding is het mogelijk eerst een papje van dit meel te maken en dat voor de voeding op te lepelen.

Medicijnen

Als de standaard behandeling van reflux weinig effect heeft, kunnen maagzuurremmende medicijnen worden voorgeschreven. Door deze medicijnen wordt de terugvloed minder zuur waardoor de slokdarm minder snel geïrriteerd raakt. Op de reflux zelf hebben maagzuurremmers echter geen effect. Onderzoek heeft aangetoond dat maagzuurremmers over het algemeen het huilgedrag van zuigelingen niet beïnvloeden. Samen met uw kinderarts kunt u bepalen of er toch maagzuurremmers geprobeerd moeten worden.

Soms kan de kinderarts besluiten eerst meer onderzoek te verrichten, bijvoorbeeld een zuurgraadmeting van de slokdarm (een zogenaamde pH-meting), voordat er eventueel met medicijnen gestart wordt.

Opname ter observatie

Als het huil- en spuuggedrag van uw kind aanzienlijk is, dan kan de kinderarts, in overleg met u, besluiten uw kind ter observatie op te nemen. De zorg rond uw kind wordt dan gedeeld met verpleegkundigen. Tijdens de opname wordt uw kind goed geobserveerd en zo kan beter worden beoordeeld wat er wel of niet gedaan moet worden.

Vragen?

Heeft u na het lezen van de folder nog vragen, dan kunt u terecht bij uw behandelend kinderarts. Hij of zij is bereikbaar via de polikliniek Kindergeneeskunde, telefoon: (0512) 588 820.

Meer informatie

Op de website van het ziekenhuis Nij Smellinghe kunt u meer informatie vinden over de afdeling Kindergeneeskunde: www.nijsmellinghe.nl. Voor de kinderen is er een speciale link.