Inleiding

De Keel-, Neus- en Oorarts heeft uw kind onderzocht en u verteld wat er aan de problemen gedaan kan worden betreffende het spreken van uw kind. In deze folder staat algemene informatie die u thuis nog eens kunt nalezen.

Hoe belangrijk is spreken?

Spreken is voor kinderen al vrij snel een belangrijk communicatiemiddel. Kinderen die slecht spreken kunnen zich vaak niet goed uiten. In ernstige gevallen kan dit tot moeilijk gedrag of driftbuien leiden. Wanneer een kind begint met ‘leren’, dan wordt taal heel belangrijk: de meeste kennis verwerft een kind door informatie via taal. Maar niet alleen spraak en taal zijn van belang. Ook een afwijkende stem kan een kind slecht verstaanbaar maken, hierdoor kan dus eveneens het contact met de omgeving bemoeilijkt worden.
Het geluid van de stem wordt gemaakt in het strottenhoofd (adamsappel) door het trillen van de stembanden. Dit zijn plooien, die naar elkaar toe bewogen kunnen worden en dan in trilling worden gebracht door de uitademinglucht. Van het geluid dat in het strottenhoofd gemaakt wordt, maken we klanken door bewegingen van mond en keel. Strottenhoofd, mond en keel vormen tezamen onze spraakorganen.

Spraakstoornissen

Bij afwijkingen in de mond of de keel kan een kind bepaalde klanken soms niet goed vormen. Uw KNO-arts zal daarom de spraakorganen van uw kind onderzoeken. Wanneer er afwijkingen gevonden worden, zal worden besproken wat er aan gedaan kan worden. Heeft uw kind bijvoorbeeld een grote neusamandel, waardoor het ‘door de neus’ (gesloten nasaal) praat, dan kan uw KNO-arts voorstellen de neusamandel te verwijderen. Het kan ook zijn dat het verhemelte van uw kind aan de korte kant is; dan praat het ook door de neus (dit keer open nasaal; ‘neuslek’). Meestal worden er echter geen afwijkingen aan de spraakorganen gevonden, maar ligt de oorzaak van de spraakstoornissen aan een onjuist gebruik van deze organen. Het kan bijvoorbeeld zijn, dat een kind de gewoonte heeft om de mond open te houden, waardoor de lipspieren verslapt zijn. Uw KNO-arts kan u in deze gevallen adviseren over eenvoudige spelletjes, waardoor uw kind zijn/haar spieren oefent. Helpt dit niet voldoende of zijn de problemen wat ingewikkelder, dan kan uw kind verwezen worden naar een logopedist voor gerichte oefentherapie. Overigens hoeft een kind bepaalde klanken zoals ‘sch’ of de ‘r’ pas vanaf de leeftijd van 7 jaar te beheersen.
Ook zal uw KNO-arts er altijd op letten of uw kind goed hoort. Een slecht gehoor kan ook een oorzaak van niet goed spreken zijn.

Stotteren

Stotteren komt veel voor. Lang niet alle kinderen die als kleuter stotteren, blijven dit doen. Kleine kinderen hebben vaak veel te vertellen, maar zijn nog niet zo bedreven in het spreken en gaan dan stotteren. Als ouder hoeft u zich hier niet ongerust over te maken. Sommige kinderen hebben meer aanleg voor stotteren dan anderen. Komt stotteren in de familie voor, dan is de kans groter dat kinderen blijven stotteren. In dit geval is het wel verstandig om vroeg aan de bel te trekken. Dit moet u ook doen, wanneer u merkt dat het kind zelf door heeft dat het niet goed uit zijn woorden kan komen, wanneer het dingen gaat vermijden, of wanneer het lichamelijk reageert tijdens het stotteren bijvoorbeeld door het maken van bewegingen of door transpireren. Uw KNO-arts zal u na een gesprek en na onderzoek van uw kind wellicht gerust kunnen stellen en u enige adviezen geven over uw manier van praten met uw kind. Het is ook mogelijk dat voor verdere begeleiding een doorverwijzing naar een logopedist/stottertherapeut noodzakelijk is.

Stemstoornissen

Kinderheesheid
Wanneer er afwijkingen zijn van de stembanden, dan is het niet mogelijk een goed geluid te maken. Uw KNO-arts zal de stembanden proberen te onderzoeken met een spiegeltje dat in de mond van het kind gehouden wordt. Wanneer dit moeilijk gaat, dan kan zo nodig met een dun slangetje gekeken worden, dat via de neus in de keelholte van het kind wordt gebracht. In enkele gevallen kan verder onderzoek onder narcose nodig zijn.
Meestal worden aan de stembanden van het kind geen afwijkingen gevonden, maar blijken de stembanden tijdens het spreken niet goed te sluiten, waardoor er teveel lucht bij spreken ontsnapt. Dit horen wij dan als heesheid. Een kind kan leren de stem beter te gebruiken. Dit is voor de meeste kinderen wel heel moeilijk, vooral omdat zij zelf vaak geen last van de heesheid hebben. Uw KNO-arts zal u vertellen hoe dit verbeterd kan worden. Wanneer u en uw kind hiervoor voelen, wordt u verwezen naar een logopedist bij u in de buurt. Bij verkeerd stemgebruik kunnen de stembanden plaatselijk dikker worden. Er ontstaan dan de zogenaamde stembandknobbeltjes, die bij een beter gebruik van de stem weer verdwijnen.

Gelukkig gaan de meeste kinderen hun stem na de puberteit ‘vanzelf’ beter gebruiken, de stembanden zijn dan gegroeid en (deze langere stembanden) worden gemakkelijker gebruikt. Het is belangrijk, dat een kind bij heesheid zijn/haar stem niet forceert door veel schreeuwen en gillen of door het maken van rare stemmetjes.

Taalstoornissen

Een kind leert zijn/haar moedertaal al heel vroeg. In het eerste jaar oefent het al bepaalde klanken en de zinsmelodie van de moedertaal. Rond de eerste verjaardag moet een kind zijn/haar eerste woordjes gaan spreken (vaak mamma). Als een kind 2 jaar is moeten er zinnetjes van twee woordjes gesproken worden. Tot circa 6 jaar is een kind gevoelig voor het leren van de taal, het leert dit veel makkelijker dan een volwassene. Voor ouders is het vaak moeilijk om te weten of hun kind voldoende spreekt. Vergelijking met andere kinderen, de mening van een peuterspeelzaalleidster of van de consultatiebureauarts kan u dan helpen. Wanneer u zich zorgen maakt over de taalontwikkeling van uw kind, dan zal de KNO-arts uw kind onderzoeken om een oorzaak voor een achterstand in taalontwikkeling te vinden. Vooral het gehoor van uw kind krijgt aandacht. Slechthorendheid, ook als dit tijdelijk is, kan de oorzaak zijn van een slechte taalontwikkeling. Uw KNO-arts kan, afhankelijk van wat er gevonden is, een bepaalde therapie voorstellen, bijvoorbeeld het plaatsen van trommelvliesbuisjes.
Misschien moet er nog meer onderzoek gebeuren, zoals een taaltest, zodat beter bekend wordt hoe de taal van uw kind is. Ook is het mogelijk, dat doorverwezen wordt naar een team met meer specialisten. Misschien acht uw KNO-arts het raadzaam de taal van uw kind door een logopedist te laten stimuleren.

Slotwoord

Het is niet mogelijk om in een voorlichtingsfolder alle details voor elke situatie te beschrijven. Aarzel niet om bij eventuele onduidelijkheden aan uw KNO-arts nader uitleg te vragen. We leggen het u graag uit.