Uw specialist heeft bij u een haarnestcyste geconstateerd. Deze folder geeft u informatie over de klachten, de oorzaak en de meest gebruikelijke behandelingsmogelijkheden van een haarnestcyste. Het is goed dat u zich realiseert, dat bij het vaststellen van een aandoening, de situatie voor iedereen weer anders ligt.

Algemeen
Een haarnestcyste (sinus pilonidalis) zit vaak in de bilspleet. Het is een holte onder de huid, die een verbinding heeft door de huid heen naar buiten. Deze verbinding is te zien als een klein gaatje of een kleine intrekking in de huid. In de haarnestcyste bevinden zich meestal haren en er kan gemakkelijk een ontsteking in ontstaan.
Behalve ontstekingen, kan een haarnestcyste ook pijn veroorzaken. Of vocht en/of bloed afgeven. Meestal wordt aangeraden de cyste chirurgisch te verwijderen. Hoe de aandoening ontstaat is niet duidelijk. Wel bevelen we aan het gebied te ontharen. Probeer ook hygiënisch met het gebied om te gaan. Dit is nodig om uitbreiding en/of herhaling (recidief) van de aandoening te voorkomen. Recidieven ontstaan meestal binnen 3 jaar. Boven het 40e levensjaar komt de aandoening eigenlijk niet meer voor.

De operatie
Vaak wordt besloten om de cyste operatief te verwijderen. Dat gaat onder narcose. Want niet altijd kan van de buitenkant worden ingeschat hoe groot de aandoening onder de huid is. Met u wordt besproken hoe de ingreep wordt uitgevoerd. U bespreekt ook of de behandeling in dagverpleging wordt uitgevoerd of dat het verstandiger is u enkele dagen op te nemen in het ziekenhuis.
Als de haarnestcyste is verwijderd, wordt besloten hoe de operatiewond wordt verzorgd. Dit is afhankelijk van de grootte van de aandoening en de mate van ontsteking. Zo kan worden besloten de wond open te laten, of gedeeltelijk of geheel te sluiten. De controle op de wond en de controle op de genezing gebeurt poliklinisch.

Vaak wordt besloten de cyste operatief te verwijderen. Dat gaat meestal met een ruggenprik (en soms onder narcose). Hoewel het verwijderen van een haarnestcyste geen ingewikkelde operatie is, kunnen er altijd complicaties optreden. Bijvoorbeeld een nabloeding uit de wond of een grotere kans op een wondinfectie. Vooral als er voor gekozen wordt de wond open te laten. De kans op grotere complicaties is zeer klein.

De nabehandeling
Vanwege de plaats van de wond kan er de eerste dagen na de operatie pijn ontstaan. Vooral wanneer u gaat zitten of op uw rug liggen. U kunt hiervoor bijv. paracetamol nemen (2 tabletten van 500 mg of 1 tablet van 1000 mg). Geleidelijk verdwijnen deze pijnklachten. De dag na de operatie mag u de wond onder de douche uitspoelen. Vervolgens kunt u de wond met een gaasje deppen/afdrogen. U bedekt de wond met gaas en plakt deze met pleisters vast. Een verpleegkundige geeft u uitleg, zodat u na een paar dagen de wond zelf makkelijk kunt verzorgen. Na een paar dagen is het makkelijk een maandverband in uw ondergoed te dragen.

Bij ontslag uit het ziekenhuis krijgt u een afspraak mee voor controle op de polikliniek. Ook krijgt u zonodig een recept voor de aanschaf van verbandmiddelen mee naar huis.
Het gebied ontharen door middel van scheren of ontharingscrème zorgt voor een goede hygiëne en is zeer belangrijk. Daarmee begint u vanaf de behandeling tot na de wondgenezing, maar bij voorkeur langer (½ tot 1 jaar). Dit is nodig om herhaling (recidief) van de aandoening te voorkomen.

Deze brochure is samengesteld met de Commissie Voorlichting van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde.