Uw specialist heeft bij u mastopathie geconstateerd. Deze folder geeft informatie over mastopathie. Er wordt ingegaan op de oorzaken, klachten en mogelijke behandelingen. Bij het lezen van de folder is het goed u te realiseren dat de situatie voor iedereen anders kan zijn.

Mastopathie, goedaardige aandoeningen van de borst

De bouw van de borst
Onder de gladde huid van uw borst voelt het bobbelig aan. De bobbeltjes die u voelt zijn melkklieren. Die zijn vrij zacht en voelen in beide borsten hetzelfde aan. Alle melkklieren samen vormen het borstweefsel. Om de melkklieren heen ligt vet- en bindweefsel. Wanneer u uw borsten in de spiegel bekijkt, ziet u misschien dat uw borsten niet helemaal gelijk zijn. Dat is bij de meeste vrouwen het geval.

Mastopathie
Mastopathie is een verzamelnaam voor goedaardige pijnlijke aandoeningen van het klierweefsel van de borsten (‘mastos’= borst, ‘pathie’= ziekte/aandoening). Bij mastopathie voelt u een of meer knobbels, strengen, schijven of fijne korrels in de borst. De borsten voelen stevig aan en zijn soms zeer gevoelig. Soms is er afscheiding uit de tepel(s). Mastopathie kan in een of beide borsten voorkomen. Klachten van mastopathie kunnen het dagelijkse leven van een vrouw sterk beïnvloeden.

Klachten
De meest voorkomende klachten bij mastopathie zijn pijnlijke en gezwollen borsten. Bij tweederde van de vrouwen zijn deze klachten gebonden aan de menstruatiecyclus. Meestal is er een patroon waarbij de pijnklachten voor de menstruatie beginnen en een tot vier weken aanhouden.
Bij ongeveer eenderde van de vrouwen zijn de klachten niet afhankelijk van de menstruatiecyclus en komen soms ook na de menopauze voor.

Oorzaken

Over de oorzaak van mastopathie is nog weinig bekend. Er zijn enkele mogelijkheden:
• Gedurende elke menstruatiecyclus treden in de normale borst veranderingen op. Dit gebeurt door veranderingen in de hoeveelheid vrouwelijke hormonen (oestrogeen, progesteron en prolactine) in het lichaam.

Veranderingen in de hormoonhuishouding worden ook veroorzaakt door zwangerschap, stoppen of beginnen met de pil, verwijderen van de baarmoeder of eierstokken of het in de overgang komen. Als de hormooncentrales niet met elkaar in evenwicht zijn, kan dat invloed hebben op het ontstaan van mastopathie.
• Klachten kunnen verergeren bij stress.

Goedaardige afwijkingen

Naast pijn in de borsten kunnen vrouwen ook last hebben van goedaardige knobbels. Veel vrouwen hebben angst dat het borstkanker (kwaadaardig) kan zijn. Maar bij mastopathie is er geen verhoogd risico op borstkanker. De goedaardige knobbels worden niet kwaadaardig. De knobbels bij mastopathie ontstaan door een toename van bindweefsel. Maar het is wel mogelijk om naast mastopathie ook borstkanker te krijgen. De kans op borstkanker is voor vrouwen met mastopathie even groot als voor vrouwen zonder mastopathie. Het blijft daarom belangrijk om elke knobbel opnieuw te onderzoeken.

Cysten
Bij mastopathie kunnen ook vaak cysten ontstaan. Een cyste is een holte gevuld met vocht. Hoe meer vocht de cyste bevat hoe beter deze als een ronde, gladde, stevige knobbel voelbaar is. Een cyste kan ontstaan door een verstopping in een afvoergangetje van de melkklieren. Er kunnen meerdere cysten tegelijk in de beide borsten voorkomen. Dit wordt dan 'fibrocysteuze mastopathie' genoemd.

Onderzoeken

De meeste vrouwen met klachten aan de borsten gaan eerst naar hun huisarts. Die kan op grond van de klachten en het borstonderzoek beoordelen dat het om mastopathie gaat. De huisarts kan ook doorverwijzen naar het ziekenhuis voor verder onderzoek. Het doel van deze onderzoeken is om na te gaan of het om een goed of kwaadaardig aandoening gaat. Hieronder staan de belangrijkste onderzoeken genoemd.

Mammografie
Een mammografie is een röntgenfoto van de borsten. Met de foto wordt bekeken wat voor soort knobbels of onregelmatigheden zich in de borst bevinden. Tijdens het maken van de foto wordt de borst plat gedrukt. Dit kan erg gevoelig zijn. Op deze manier is het mogelijk een scherpe afbeelding van de borst te krijgen. Ook mastopathie kan afwijkingen op de mammografie veroorzaken.
Echografie
Bij een echografie wordt een afbeelding van de borsten gemaakt door geluidsgolven. Dit geeft informatie over de verschillende weefsels in de borst. Op deze manier kan een arts bijvoorbeeld een cyste onderscheiden van een ander soort knobbel. Vooral bij jonge vrouwen bij wie het klierweefsel een dichte structuur heeft, kan een echografie goede aanvullende informatie geven.
Weefsel onderzoek
Door de uitkomsten van deze onderzoeken kan de chirurg bepalen of weefselonderzoek nodig is. Vaak wordt dan een ‘cytologische punctie’ verricht. Zonodig volgt daarna een ‘excisie biopsie’.
Cytologische punctie
Bij een cytologische punctie worden weefselcellen of vocht opgezogen met een dunne holle naald. Dit materiaal wordt vervolgens door de patholoog onderzocht onder de microscoop. De patholoog kan aangeven of het goed of kwaadaardige cellen zijn. Soms is de diagnose moeilijk te geven door het geringe aantal cellen. In dat geval wordt dan gekozen voor een excisie biopsie. Een cyste kan met een punctie geheel worden leeggezogen. De borstafwijking is dan meteen behandeld. Het kan gebeuren dat de cyste later weer volloopt. Dan kan opnieuw een punctie nodig zijn. Een punctie gebeurt op de polikliniek en er is geen verdoving mogelijk.
Excisie biopsie
Bij een excisie biopsie maakt de chirurg een snee in de borst en haalt het afwijkende stukje weefsel weg. Dit stukje weefsel wordt vervolgens onder de microscoop onderzocht. Een excisie biopsie gebeurt met dagbehandeling. Afhankelijk van de situatie kan het onder plaatselijke of algehele verdoving. Meer informatie kunt u lezen in de folder over excisie biopsie.

Behandeling

Afhankelijk van de oorzaak van de klachten, zijn er verschillende behandel mogelijkheden. Bij elke vrouw wordt gekeken wat de beste behandeling is.

Stoppen of starten met de pil
Vrouwen die de pil voor het eerst gebruiken of op een andere pil overgaan, kunnen last hebben van een zwaar gevoel of pijn in de borsten. Deze klachten zijn van voorbijgaande aard. Soms verdwijnen de klachten met een laag gedoseerde pil. Als dat niet het geval is, kan bij ernstige klachten het stoppen met de pil helpen. Soms geeft een behandeling met de pil juist een vermindering van de klachten. Na de menopauze kan behandeling met hormonen (oestrogenen) leiden tot mastopathie.
Soms word Bromocriptine (Parlodel) gegeven. Dit medicijn geeft echter meer bijwerkingen, zoals misselijkheid, braken, duizeligheid, flauwvallen en hoofdpijn.

Chirurgische behandeling
Verwijderen van de knobbel. Als er geen vermoeden is van een kwaadaardig gezwel in de borst, wordt u in principe niet geopereerd. De reden om de knobbel toch te verwijderen, is volledige zekerheid te krijgen over de aard van de tumor. Of als u veel last van de knobbel heeft. Na het verwijderen van de goedaardige knobbel, kan de patiënt er nooit meer last van hebben. Maar de knobbels kunnen ook terug komen. Elke operatie geeft een nieuw litteken. Dit kan pijnlijk zijn en kan de onderzoeken van mammografie of echografie bemoeilijken. Dit zijn redenen om een operatie vooraf goed af te wegen.

Onderhuidse borstamputatie
Een onderhuidse borstamputatie (subcutane mastectomie) wordt niet uitgevoerd voor de behandeling van mastopathie. De complicaties van de operatie zijn chirurgisch én psychisch aanzienlijk. Daarnaast is het geen garantie dat de pijnklachten na de operatie verdwijnen.

Alternatieve behandeling
Alternatieve genezers gaan er van uit dat een mens ziek wordt als het lichaam uit balans is. Van belang is dan om dat evenwicht te herstellen. Hierdoor nemen de klachten af. Dit principe geldt ook voor mastopathie. Er zijn een aantal homeopathische geneesmiddelen, die de klachten van mastopathie kunnen verminderen. Ook hebben sommige patiënten baat bij het schrappen of toevoegen van bepaalde producten aan hun voeding. Bij de patiënten vereniging kunt u meer informatie opvragen over alternatieve behandelingsmethoden.

Als u meer wilt weten

Voor meer informatie over mastopathie kunt u terecht bij uw huisarts, specialist of mammacare verpleegkundige (tel: (0512) 588 521).

Ook bij de onderstaande verenigingen kunt u terecht met vragen en begeleiding met betrekking tot mastopathie en alles wat daar mee samenhangt.
Stichting Begeleidingsgroep voor Vrouwen met Mastopathie (SVBM),
Postbus 2238, 5202 CE ’s Hertogenbosch,
telefoon (0877)  862 134
www.mastopathie.nl
e-mail adres: info@mastopathie.nl