Uw specialist heeft bij u een ganglion geconstateerd. Deze folder geeft u een overzicht van het ganglion en hoe dit behandeld kan worden. Het is goed u te realiseren dat de situatie voor iedereen anders ligt. Deze folder geeft een globaal overzicht.

Algemeen
Een ganglion is een goedaardige zwelling door een geelachtige glijstof. Het ganglion ontstaat meestal in een omkapselde holte, vanuit het gewrichtskapsel of een peesschede (dit is een soort vlies om de pees). Het ganglion zit meestal aan de pols, met name aan de rugzijde. Maar het kan ook aan de binnenkant van de pols voorkomen, of op andere plaatsen van het lichaam, bijvoorbeeld op de voet. De oorzaak is onbekend. Wel is zeker dat het een onschuldige aandoening is. De diagnose wordt door uw arts eenvoudig aan de hand van lichamelijke onderzoek gesteld. Er zijn meestal geen verdere onderzoeken nodig.

De behandeling
Als een ganglion geen klachten geeft, kan het blijven zitten. Als u klachten krijgt, kunt u een behandeling overwegen. Een ganglion kan worden leeggezogen. Vervolgens wordt er een corticosteroidepreparaat (een ontstekingsremmer) met verdovingsvloeistof ingespoten. Maar na deze behandeling komt het ganglion in 70-80 % terug. Een andere behandeling is de operatieve verwijdering, hierna kan een ganglion in 20-30% terugkomen.

De operatie
Als u bekend bent met hartklepafwijkingen, suikerziekte of bloedverdunners gebruikt, dient u dit voor de behandeling aan uw behandelend arts te melden. Meestal wordt de ingreep uitgevoerd op de poliklinische operatiekamer. De ingreep vindt dan plaats onder plaatselijke verdoving. Als een ganglion aan de binnenzijde van de pols zit, kan behandeling onder plaatselijke verdoving niet omdat het ganglion dan vaak heel dicht bij de slagader van de pols ligt, dan wordt u behandeld in dagverpleging met verdoving van de hele arm of onder narcose.

Via een kleine snee wordt de 'omkapselde holte' meestal gemakkelijk verwijderd. De huid wordt met hechtingen gesloten. U krijgt een verband en voor de eerste 2 dagen wordt het gebruik van een mitella aangeraden. Soms wordt het verwijderde ganglion onderzocht door de patholoog, meestal is dit niet nodig.

De nabehandeling
Vaak heeft u na de operatie weinig pijn. Als u toch pijn heeft, houd uw hand dan goed hoog. U kunt paracetamol tabletten van 500 milligram innemen, maximaal 4 maal per dag. Het is verstandig de vingers snel na de ingreep te oefenen (buigen en strekken). Twee dagen na de operatie mag u het verband en de mitella verwijderen. Een kleine pleister is dan voldoende. Als het verband eraf is, mag u weer douchen. Na ongeveer een week kunnen de hechtingen worden verwijderd. Met u wordt een afspraak gemaakt voor de verwijdering van de hechtingen. Wij adviseren de eerste week alleen lichte werkzaamheden met de hand te doen, na een week mag u alles weer. Als het ganglion onderzocht is, krijgt u uitslag als er bijzonderheden gevonden worden.

De complicaties
Complicaties komen bij deze ingreep zelden voor. Wel is er, zoals bij elke operatieve ingreep, een kleine kans op een nabloeding of een wondinfectie. Als de pijn na de tweede dag erger wordt, is het verstandig om contact met uw specialist op te nemen. In een heel enkel geval voelt een stuk huid wat prikkelend of doof aan. Een zenuw werkt dan door de ingreep tijdelijk wat minder. Dit herstelt meestal in de loop van een paar weken weer.
Als er na de ingreep problemen voordoen, neem dan contact op met uw huisarts of specialist.

Deze brochure is werd samengesteld in samenwerking met de Commissie Voorlichting van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde.