Nij Smellinghe

Ingeslikt ‘fototoestel’ maakt kiekjes van de darmwand

Coeliakie leidt tot afplatting van de darmvlokken en verlies van darmoppervlak door ontsteking van het dunnedarmslijmvlies. Dat ontstaat door genetische ontsporings- en immunologische factoren. In een lezing voor regio Noord ging Jan Mark Götz, maag, lever en darm-arts van het ziekenhuis Nij Smellinghe in Drachten onder andere in op de achtergronden hiervan en op hoe coeliakie zich uit. Nieuwe methoden dienen zich aan om de darmwand nader te onderzoeken: gewoon een fototoestelletje inslikken…


De genetische afwijkingen die verantwoordelijk zijn voor coeliakie liggen op de genen HLA-DQ2 en DQ8. Tussen bevolkingsgroepen zijn er wat dat betreft geen verschillen. Wel zijn er verschillen in aantallen mensen per 100 inwoners die coeliakie hebben: in het ene land komt het meer voor dan in het andere. Bij het ontstaan ervan zijn derhalve omgevingsfactoren van belang.
Bij coeliakie is transgeen glutaminase betrokken, ofwel tTG: een enzym dat reageert met eiwitbrokken van gluten. Het verandert die eiwitbrokken en reageert ermee, waardoor afweer ontstaat tegen het lichaam zelf.

Met een bloedprik kun je veel mensen met coeliakie diagnosticeren, door opsporen van antistoffen tegen dit proces: anti-tTG, anti-endomysium IgA en anti-IgA. Zekerheid geeft endoscopie en histologie (het beoordelen van weefselstukjes). Met endoscopie worden ontstekingscellen in het slijmvlies opgespoord. Dat kan voorkomen in maag, dikke darm en vooral in de dunne darm. Na ontstekingen volgt afvlakking van de villi en vervolgens totale vlokatrofie.

Götz ziet een grote toekomst weggelegd voor toepassing van de VCE, ofwel video capsule endoscopie.Dat is een capsule die de patiënt eenvoudig kan doorslikken. Na het inslikken maakt de capsule iedere twee seconden een foto, acht uur lang. De capsule heeft een lens, vier leds die iedere keer oplichten als een foto wordt gemaakt, een chip, een zendertje en een antenne. “Deze capsule is niet het antwoord, maar je kunt wel de hele vier of vijf meter dunne darm van binnen zien.”
Door de opnamen snel na elkaar te projecteren lijkt het alsof een film wordt afgespeeld. De capsule kan geen biopt nemen, maar er wordt aan gewerkt om hem in de darm te kunnen verplaatsen. De verwachting is dat over een jaar of tien ook biopteren hiermee mogelijk is.

Naast gluten- ook lactosevrij

Na de diagnose coeliakie is het volgen van een glutenvrij dieet de eerste stap. Götz raadt veelal aan daarbij in het begin ook een lactosebeperkt dieet te volgen. Melk bestaat uit lactase en splitst zich in brokken. Bij mensen met coeliakie verloopt dat proces vaak niet goed en ontstaan er buikklachten.
Regelmatig stelt Götz vast dat het na het vaststellen van coeliakie ook nodig is tekorten aan te vullen van vitamine B12, vitamine D en calcium. Vaak ziet hij na twee weken al een sterke verbetering. Dat glutenvrije dieet is daarbij essentieel. Götz onderstreept dat met statistische cijfers.

In 1939 – toen nog niet bekend was dat een glutenvrij dieet het antwoord was – stierf jaarlijks 12 procent van de kinderen met coeliakie aan hun ziekte. De kans dat je door coeliakie stierf was derhalve één op acht. In 1952, na invoering van het glutenvrije dieet was dat nog maar 0,4 procent.
Zonder het glutenvrije dieet werd de kans op het ontstaan van een lymfoom 30 keer vergroot. Na het vijf jaar volgen van het glutenvrije dieet is dat risico teruggebracht tot een normaal risico.
Voelt een patiënt zich na een half jaar glutenvrij dieet niet beter en is er ook geen klinische verbetering, dan zal de arts zich de vraag moeten stellen of een andere diagnose mogelijk is. Diagnose van coeliakie is soms lastig doordat de aandoening zich op diverse wijzen kan uiten.

Om coeliakie vast te kunnen stellen is een differentiaal diagnose noodzakelijk: er is onderzoek nodig waardoor een van de genoemde afwijkingen wordt veroorzaakt. Die kan bijvoorbeeld worden veroorzaakt door een lactose-intolerantie, een bacteriële overgroei na een operatie, door giardiasis of de ziekte van Whipple veroorzaakt door infectieparasieten, of het is een auto-immuun entheropathie (waarvan het overigens de vraag is of die anders is dan coeliakie).

Oorzaak kan ook zijn een Pancreas-insufficiëntie, een prikkelbaar darmsyndroom of een chronische ontsteking van de dikke darm.

Heeft een glutenvrij dieet geen succes – wat in minder dan 10% van de gevallen gebeurt - dan kan het zijn dat er per ongeluk een dieetfout wordt gemaakt. Is dat niet het geval dan is mogelijk sprake van refractaire coeliakie, wat kan worden behandeld met Prednison en of een immuun-depressivum. Bij coeliakie en zeker bij refractaire coeliakie heeft men een verhoogde kans op osteoporose. Prednison versterkt dat effect waardoor gebruik daarvan liever niet plaatsvindt.

Samenhang met andere ziekten

Auto-immuunziekten komen regelmatig voor in combinatie met coeliakie. Bij mensen met coeliakie is de kans op diabetes 10%, op Dermatitis herpetiformis 3%, op Alopecia (kaalheid) 1,3%, op reuma (of beter gezegd bindweefselziekten) 1,3% en op Thyreïdotis (ontsteking van de schildklier) 1,2%. Ook is er een relatie met een niet-auto-immuunziekte: als het glutenvrije dieet niet wordt gevolgd, is de kans op kanker drie keer zo groot (in mond, slokdarm, dunne darm). De kans op non-Hodgkin (lymfoom) is dan 30 keer zo groot en er is grote kans op osteoporose. Wordt het dieet nauwgezet gevolgd dan is de kans op die niet-auto-immuunziekten net zo groot als bij mensen zonder coeliakie.

Tenslotte ging Götz nog in op vragen uit de zaal.

Als er bij een biopt een afwijking is aan de villi (de darmvlokken) zegt dat nog niets over eventuele symptomen. Die symptomen kunnen bij de één pas zijn begonnen terwijl ze er bij de ander al heel lang zijn. Zo’n biopt moet altijd worden genomen wanneer in het bloed antistoffen worden gevonden.

Soms wordt bij iemand die geen klachten heeft coeliakie geconstateerd. In dat geval raadt Götz aan drie maanden een glutenvrij dieet te volgen. Velen krijgen dan veel meer energie en blijkt er dus toch wel iets aan de hand. Moeheid hoort daarom ook uitdrukkelijk bij de symptomen van coeliakie, juist omdat er geen erkenning is voor die moeheid. Probleem daarbij isechter dat moeheid op veel manieren kan ontstaan.

Als een kind altijd maar ijzergebrek heeft, móet het iets mankeren. Dan moet een arts aan coeliakie denken, ook al worden geen antistoffen aangetoond.

Bij mensen die niet direct negatieve verschijnselen ervaren bij het niet volgen van een glutenvrij dieet, ontstaan toch verschijnselen die je soms niet ziet: het beïnvloedt de stemming negatief, het geeft een groeiachterstand, enzovoort. Bij een keertje in de fout gaan overkomt je wellicht weinig merkbaars, maar doe je dat regelmatig dan kan er van alles ontstaan. Je hebt coeliakie en niet een beetje coeliakie, je moet glutenvrij en niet een beetje glutenvrij.

(Dit artikel is geschreven door Theo Brakeboer en is gepubliceerd in het tijdschrift van de Coeliakie vereniging)

Laatste wijziging: 22 Januari 2007