Poliklinische Longrevalidatie
Patiënten met COPD (vroeger heette dit bronchitis en/of longemfyseem)
hebben vaak last van kortademigheidklachten. Deze klachten worden veroorzaakt
door een complex van factoren. Aan de ene kant speelt de verminderde longinhoud
een belangrijke rol, maar ook speelt de verslechtering van allerlei spieren en
de afname van de lichamelijke conditie hierbij een rol. Dit kan leiden tot een
beperking van het inspanningsvermogen, waardoor soms ook het verrichten van
kleinere inspanningen zoals fietsen, lopen, boodschappen doen, etc. al
bemoeilijkt wordt. Wanneer men vervolgens steeds minder inspanning verricht
wordt de conditie uiteindelijk ook weer slechter, zodat de situatie uiteindelijk
steeds slechter wordt (zie ook figuur 1).
Vaak is hier toch wat aan te doen ! Inhalatiemedicijnen kunnen veelal
verlichting brengen, en het stoppen met roken is van groot belang, daarnaast
kunnen sport en trainingsoefeningen verbetering brengen.
Maar dat is simpel gezegd: een patiënt staat er vaak alleen voor, en
begeleiding hierin zou op zijn plaats zijn. Gelukkig kan sinds enige jaren deze
begeleiding gegeven worden in de vorm van longrevalidatieprogramma's. Wanneer
een patiënt aan zo'n programma deel neemt, wordt hij begeleidt door
fysiotherapeuten (die oefeningen geven om de conditie en het adempatroon te
verbeteren), diëtisten (die voedingsadviezen geven), longverpleegkundigen
(die voorlichting geven over astma/COPD, de inhalatiemedicijnen en het
stoppen-met-roken), ergotherapeuten (die adviezen geven om allerlei handelingen
makkelijker te kunnen uitvoeren) en soms psychologen (die helpen om de omgang
met de klachten te vergemakkelijken).
De programma's worden poliklinisch gegeven, vaak gedurende 2 dagdelen per week,
twaalf tot veertien weken lang.
De longarts moet voor deze programma's de indicatie stellen: hij bekijkt in
overleg met de huisarts of het nuttig is voor een patiënt om aan zo'n
programma deel te nemen. Van te voren zal de longarts uitvoerige
longfunctietesten verrichten om te bezien welke medicijnen het beste gegeven
kunnen worden. Daarnaast verricht hij ook een fietstest. Bij deze test kan
bekeken worden hoe het met de conditie van de patiënt is en hoe het hart en
de longen zich bij inspanning gedragen. Met al deze gegevens wordt vervolgens
een oefenprogramma opgesteld, dat gemaakt is op maat van elke patiënt. Het
uiteindelijke doel van het programma is om de patiënt beter met zijn
klachten om te laten gaan: hij (of zij) moet zich weer "fitter" gaan
voelen. Het motto is dan ook: "niet om (weer) aan de marathon te kunnen
gaan deelnemen, maar om in het dagelijks leven allerlei bezigheden zo goed en zo
lang mogelijk te kunnen blijven doen". En dat is wat vaak de kwaliteit van
het leven van alle dag bepaalt!
(zie ook bij specialismen 'longziekten')
Laatste wijziging: 15 December 2006