Chronisch Hartfalen
Hartfalen vormt in de westerse, geïndustrialiseerde landen een almaar
groeiend probleem. Oorzaken zijn de vergrijzing, het feit dat veel meer mensen
een hartinfarct overleven en de steeds effectievere behandeling van deze
aandoening. Vaak vindt behandeling en begeleiding van patiënten met
hartfalen gescheiden plaats in de eerste en tweede lijn.
Geleidelijk aan wordt steeds duidelijker, dat multidisciplinaire intensieve zorg
voor hartfalen patiënten gunstig is. Aangetoond is, dat het welbevinden en
zelfmanagement van patiënten toeneemt. Door verbetering van ziekte-inzicht
en stimuleren van therapietrouw met betrekking tot medicatie en leefregels
treden minder ontsporingen op met als gevolg minder heropnames. Het sterke
vermoeden is, dat hierdoor uiteindelijk ook de prognose van patiënten
verbetert.
Hartfalen is een complex van klachten en verschijnselen ten gevolge van een
tekort schietende pompfunctie van het hart. De belangrijkste symptomen zijn:
moeheid, verminderd inspanningsvermogen, kortademigheid en vochtophoping, met
name in de benen en de longen. Kenmerkend voor het ziektebeeld is frequente
destabilisatie, vaak leidend tot heropnames.
Per jaar worden in Nederland ongeveer 50.000 mensen geconfronteerd met hartfalen
en de gevolgen daarvan. Naar schatting leven er op dit moment in Nederland
zo’n 200.000 patiënten. Het percentage mensen met hartfalen neemt
sterk toe met de leeftijd. Bij mensen jonger dan 55 jaar komt hartfalen
praktisch niet voor. De verwachting is, dat in de toekomst door de vergrijzing
en door de grotere overlevingskans na een hartinfarct meer mensen hartfalen
zullen krijgen.
Coronaire hartziekten zijn thans de belangrijkste oorzaak van hartfalen. Hoge
bloeddruk, ritmestoornissen (met name atriumfibrilleren) en klepgebreken zijn
minder vaak voorkomende oorzaken. Bij een aanzienlijk deel van de patiënten
is de oorzaak niet duidelijk.
De prognose van hartfalen is over het algemeen slecht en hangt deels af van de
oorzaak van hartfalen. Over het algemeen is één jaar na het
vaststellen van hartfalen nog 70% van de mensen in leven en vijf jaar na dato
35%.
Van 1999 tot 2003 liep een zorgvernieuwingsproject waarin de zorg voor
patiënten met hartfalen transmuraal georganiseerd werd en een
gespecialiseerde verpleegkundige de regie van de zorg voor de individuele
patiënt had.
Bevindingen van het project waren dat de patiënten en de betrokken
hulpverleners zeer tevreden zijn over de geboden zorg én dat er sprake is
van werkdrukverlichting in de huisartsenpraktijk. De zorg dient echter meer
gestructureerd te worden en huisartsen ervaren de zorg als ziekenhuisverplaatst
én willen de mogelijkheid hebben zelf de verpleegkundige in te kunnen
schakelen.
Op basis van deze uitkomsten is met de regionale huisartsen vereniging besloten
om in MCC verband vorm te geven aan een transmuraal zorgaanbod.
Met ingang van mei 2003 start vanuit het MCC een transmuraal project met als
doel de ontwikkeling van een zorgmodel, toegankelijk voor alle patiënten
met hartfalen in regio Drachten. Uitgaande van het aantal patiënten in
Nederland houdt dit voor onze regio in, dat 1.250 patiënten hartfalen
hebben en jaarlijks 625 patiënten geconfronteerd worden met hartfalen en de
gevolgen daarvan.
Het project gaat uit van de ervaringen van het Trazohart-project ontwikkeld in
Maastricht.
Peilers van het zorgmodel zijn:
- Het Quattro-model: dit beschrijft de samenwerking tussen huisarts, praktijkverpleegkundige/ gespecialiseerde wijkverpleegkundige, cardioloog en consulent hartfalen rond de individuele hartfalenpatiënt. Consultatie, samenwerking en substitutie van zorg zijn begrippen, die in deze benadering centraal staan.
- De NIM-classificatie: hiermee wordt de ernst van hartfalen wordt bepaald. De functionele toestand van de patiënt (N=NYHA classificatie), de mate van instabiliteit (=I) en de mate van (im)mobiliteit van de patiënt (=M). De classificatie geeft inzicht in de cardiale en algemene conditie van de patiënt en de daaraan verbonden zorgbehoefte.
-
Een zorgtraject: de uitkomsten van de NIM-classificatie van de patiënt
bepalen het meest passende zorgtraject voor de nabije toekomst. Het zorgtraject
geeft de frequentie en de hulpverlener(s), die de zorg verstrekt, aan. Het
zorgtraject verandert als bij controle blijkt, dat de patiënt anders scoort
dan voorheen in de NIM-classificatie.
Voor aanvullende informatie kunt u contact opnemen met de hartfalenverpleegkundigen.
Laatste wijziging: 24 Oktober 2007