Borstvoedingscertificaat

Het BFHI staat voor Baby Friendly Hospital Initiative. Dit is een project om te bevorderen dat baby's waar ook ter wereld vanaf de geboorte uitsluitend borstvoeding krijgen. De stichting Zorg voor Borstvoeding beoogt met dit project een bijdrage te leveren aan de verbetering van de kwaliteit van voorlichting en begeleiding bij borstvoeding. Borstvoeding draagt in belangrijke mate bij aan de gezondheid van kinderen.

Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat borstgevoede kinderen gezonder zijn dan kinderen die kunstmatige zuigelingenvoeding krijgen. De WHO en UNICEF hebben in 1989 de Tien vuistregels voor het slagen van de borstvoeding opgesteld en deze uitgewerkt in het project "Baby Friendly Hospital Initiative". De stichting Zorg voor Borstvoeding informeert instellingen en de gezondheidszorg over deze vuistregels en adviseert en begeleidt bij de invoering ervan. Als de werkwijze van voldoende hoge kwaliteit is vindt een Externe Beoordeling plaats. Bij het voldoen aan de  Internationale Criteria ontvangt de instelling het internationale UNICEF­certificaat 'Zorg voor Borstvoeding" of het BFHI-certificaat.

De WHO en UNICEF ontwikkelden Tien vuistregels voor het slagen van de borstvoeding. Alle instellingen voor moeder- en kindzorg dienen er voor te zorgen:

  1. dat zij een borstvoedingsbeleid op papier hebben, dat standaard bekend wordt gemaakt aan alle betrokken medewerkers.
  2. dat alle betrokken medewerkers de vaardigheden aanleren, die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van dat beleid.
  3. dat alle zwangere vrouwen worden voorgelicht over de voordelen en de praktijk van borstvoeding geven.
  4. dat moeders binnen een uur na de geboorte van hun kind worden geholpen met borstvoeding geven.
  5. dat aan vrouwen wordt uitgelegd hoe ze hun baby moeten aanleggen en hoe zij de melkproductie in stand kunnen houden, zelfs als de baby van de moeder moet worden gescheiden.
  6. dat pasgeborenen geen andere voeding dan borstvoeding krijgen, noch extra vocht, tenzij op medische indicatie. dat moeder en kind dag en nacht bij elkaar op een kamer mogen blijven.
  7. dat borstvoeding op verzoek wordt nagestreefd.
  8. dat aan pasgeborenen die borstvoeding krijgen geen speen of fopspeen wordt gegeven.
  9. dat zij contacten onderhouden met andere instellingen en disciplines over de begeleiding van borstvoeding
  10. dat zij de ouders verwijzen naar borstvoedingorganisaties. 

Wat betekent dit voor het ziekenhuis en de afdelingen?
Door actief en enthousiast met deze vuistregels bezig te zijn is bereikt dat de zorg bij borstvoeding op een hoger plan is gekomen. Alle betrokkenen handelen vanuit één vastgesteld borstvoedingsbeleid waarin de vuistregels leidend zijn.

Wat betekent dit voor de ouders?
Van instellingen met dit certificaat kunnen ouders ondermeer verwachten dat ze voor de bevalling op de hoogte worden gebracht van de  gezondheidsvoordelen die borstvoeding biedt.
Men ontvangt tijdens de zwangerschap mondelinge en schriftelijke informatie over hoe zelf voeden gaat.
Direct na de bevalling mag de baby bloot bij moeder liggen en is er genoeg tijd voor de eerste kennismaking.
De zorgverleners bieden meteen hulp aan bij het aanleggen van de baby aan de borst en moeder en baby mogen dag en nacht bij elkaar op de kamer blijven.
Voeden gaat naar behoefte; hoe lang en hoe vaak wordt niet bepaald door de klok. De baby krijgt geen bijvoeding; dat gebeurt aleen als daar een medische reden voor is.

Als moeder en kind gescheiden worden door bijvoorbeeld opname op een kinderafdeling, leert moeder de voeding af te kolven zodat de productie goed op gang komt en het kind de waardevolle borstvoeding van moeder ontvangt. De verpleegkundigen geven het kind geen speen. Bij ontslag uit het ziekenhuis krijgt men een telefoonnummer en adres mee van een borstvoedingsbegeleidingsgroep.